Voorstelrondjes

Ken je dat? Je zit in een groep, vergadering of wat voor bijeenkomst dan ook, en er begint ’n voorstelrondje. Ook zo’n hekel aan voorstelrondjes? Het is vaak het minst belangwekkende deel van de bijeenkomst. De meeste mensen willen er snel vanaf zijn. Dus vertellen ze zo kort mogelijk de dingen waar je niet naar zou willen luisteren.

Ik heb eens gelezen of gehoord dat de leiders van bijeenkomsten met zulke voorstelrondjes beginnen om niet zélf te hoeven beginnen. Dat zal, hoop ik, maar voor ’n (klein) deel waar zijn.

In dit artikel wil bepleiten om voorstelrondjes achterwege te laten óf zodanig anders te doen, dat het ook functioneel is m.b.t. het doel van de bijeenkomst. Twee voorbeelden, die ik zelf heb meegemaakt:
– Tijdens een auditietraining voor acteurs, waaraan ik van ’n goede vriendin-Castingdirector mocht meedoen, ging het als volgt. Elke deelnemer moest zichzelf voor de camera in ’n bepaalde korte tijd voorstellen, máár je eerste 2 woorden moest “mijn moeder” zijn. Dat zet zodanig de toon dat elke mogelijke saaiheid bij voorbaat is uitgesloten en spreekt bovendien je improvisatievermogen aan. Geen wonder dus, dat ik er na zo’n lange tijd nog steeds met plezier aan terugdenk. Het is functioneel én past perfect in het doel van de dag.
– Kort nadat Martin van der Meulen was gestart met trainingen Geweldloze Communicatie hebben we ’n uitwisseling gedaan (hij ’n dag bij mij en ik ’n dag bij hem). Nadat Martin kort iets had verteld, zette hij ons in 2-tallen aan het werk met de opdracht om de ander over jezelf te vertellen en je aldus voor te stellen, over en weer. Terug in de kring moest je jouw partner uit het 2-tal aan de groep voorstellen. Oeps, had je wel goed geluisterd daarnet? Heel functioneel in het kader van de dag. Luisteren is nl. ’n heel belangrijk deel van communicatie, geweldloos of niet. Voor Geweldloze Communicatie kan ik je Martin trouwens warm aanbevelen.

Wel of geen voorstelrondje in jouw bijeenkomst? Dat is de vraag. Bedenk dus of het iets toevoegt aan de bijeenkomst en als het dan toch nodig is, doe het dan eens radicaal anders. Vergeet de standaardrondjes.

Even terug naar het begin. Ook zo’n hekel aan voorstelrondjes? Bij Speaking Circles met als belangrijkste ingrediënt Relational Presence doe ik niet aan voorstelrondjes, maar aan het eind van de training ben je daar wél klaar voor. 🙂

Succes en Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Projectie of waarneming

Het erkennen van een projectie is als het zetten van een spotlight op een schaduwplek.

Iedereen neemt de wereld waar op zijn eigen manier, door zijn eigen unieke bril, ja jij en ik ook. Anders gezegd, we zien de wereld niet zoals die is, maar zoals wij zijn.

Dat betekent dat wij door onze unieke en persoonlijke bril naar de wereld om ons heen kijken. Met die unieke bril wordt alles gefilterd naar wat wij zelf kennen én meegemaakt hebben. Dat heeft als gevolg dat wij maar al te zeer geneigd zijn om oude en niet meer van toepassing zijnde ervaringen op nieuwe gebeurtenissen en mensen te plakken, andere woorden voor projecteren. Het proces van projecteren voltrekt zich grotendeels onbewust, hetgeen niet zo verwonderlijk is wanneer we bedenken dat in het algemeen slechts 5% van ons handelen zich bewust voltrekt en voor 95% onbewust.

We projecteren dus ons innerlijk op een scherm buiten ons, waarbij de mensen om ons heen als projectiescherm fungeren. We ergeren ons bijvoorbeeld aan iemand en dat kán iets zeggen over die ander maar het zál iets zeggen over onszelf. De eigenschap waaraan we ons ergeren in die ander is een eigenschap in onszelf, die we in onszelf niet erkennen of zelfs veroordelen. Het is natuurlijk ook niet gemakkelijk te erkennen dat we zelf óók zo’n irritante eigenschap hebben.

Bij projecteren kun je je bijvoorbeeld behoorlijk ergeren aan een collega die jij arrogant noemt, omdat je van mening bent dat die collega zo overdreven graag in het middelpunt van de belangstelling staat.
Een heel reële mogelijkheid is dat je zelf óók arrogant bent. Je ziet wel de splinter in andermans oog, maar niet de balk in je eigen oog. Uiteraard wil je dit meestal niet van jezelf weten! Er is moed voor nodig om bij jezelf te rade te gaan en te (h)erkennen dat arrogantie ook een deel van jou kan zijn.
Maar ook is het mogelijk dat je je ergert omdat je, na eerlijk zelfonderzoek, niet arrogant bent, maar dat je er méér van zou kunnen gebruiken. Dan noem je de gewilde eigenschap uiteraard niet arrogant maar bijvoorbeeld zelfverzekerd.
Een derde mogelijke uitleg omvat de eerste twee verklaringen. Je bent arrogant en je durft dat ook te erkennen. Daarnaast kun je meer behoefte hebben aan zelfverzekerdheid en verberg je je onzekerheid met arrogant gedrag.
De manier waarop en de context waarin we zo’n irritante eigenschap zelf ook hebben, kan zo anders zijn dan bij de persoon waaraan we ons ergeren, dat we soms flink wat moeite moeten doen om een en ander bij onszelf te herkennen. We willen natuurlijk niet vergeleken worden met die persoon, waaraan we ons zo verschrikkelijk ergeren. We moeten voorbij de persoon kijken naar de eigenschap waaráán we ons zo ergeren.

Alle verklaringen laten zien hoe de projectie van ergernis op een ander zijn oorsprong heeft in de manier waarop wijzelf in elkaar zitten en tegen onszelf aankijken. We denken bij voorbeeld, dat ons publiek of de mensen om ons heen precies zo over ons oordelen als wij over onszelf oordelen.
Bij spreken in het openbaar is projecteren een proces dat ons flink in de weg kan zitten, daar we niet meer kunnen luisteren zonder het geprojecteerde filter en niet meer kunnen waarnemen wat is.

Succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Praktijkgevallen (2)

Eerder heb ik over een praktijkervaring geschreven, waarbij het niet om mijn eigen tekst ging. Dit keer een nieuwe ervaring van ergens in 2017 en wat ik ervan geleerd heb blijft actueel en is ook voor jou van waarde.
Het ging dit keer om ’n tekst van een A-viertje en ik had het ook mogen voorlezen. Dat is nou net ’n uitdaging voor mij om ’t dan toch uit m’n hoofd te leren en het dan ook echt goed te doen. Gezien de inhoud zou je ook kunnen zeggen, uit ’t hoofd, hart én buik. Dit keer had ik ruim de tijd, meerdere weken. Ik heb dus 4 dingen gedaan om het voor elkaar te krijgen.

  1. Visueel: Ik heb het stuk regelmatig gelezen, soms ’n paar keer per dag, dan weer even niet, soms elke dag één keer, etc.
  2. Auditief: Ik heb de tekst ingesproken op m’n telefoon en regelmatig geluisterd als ik iets anders aan het doen was. Bijvoorbeeld in de auto, aangesloten op de stereo van de auto. Met de tekst van ruim 3 minuten en ’n uur achter het stuur tikt dat aardig aan, uiteraard op “repeat”. Soms sprak ik dan hardop mee en het gebeurde ook dat ik ogenschijnlijk niets hoorde, waardoor de tekst regelrecht m’n onbewuste in zal zijn gegaan.
  3. Kinesthetisch: De tekst heb ik ’n keer met de hand overgeschreven en daarna heb ik ‘m ’n aantal keer uit m’n hoofd opgeschreven……. totdat het goed en compleet was. Lezen en lopen gelijktijdig is ook een goede combinatie.
  4. Tot slot heb ik de tekst regelmatig hardop voorgedragen, totdat het goed was.

Toen het moment van de praktijk daar was, heb ik vooral de tijd genomen om rustig te spreken met voldoende pauzes, juist ook om de inhoud te laten boven komen. Ik was meer dan tevreden.

Onder het motto “wat de één kan, kan de ander leren”, doe er je voordeel mee…., maar alleen als het echt nodig is. Als de tekst van je speech niet vastligt of van ’n ander is, laat het dan maar spontaan ontstaan terwijl je spreekt. Zie daarvoor ook andere artikelen – o.a. over voorbereiding.

Succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Vragen tijdens of na je verhaal

Hoe goed, mooi, kort of lang je verhaal ook is, er zullen vrijwel altijd mensen zijn, die vragen willen stellen. Zorg er dan ook voor dat die tijd er echt is, tussendoor of aan het eind. Denk eraan dat het beantwoorden van vragen ook weer tijd kost, dus hou je tijd in de gaten. Zie ook mijn artikel over tijdbewaking.

Bedenk wel: als je in de flow van je verhaal wilt komen, dan kan een onderbrekende vraag je daar behoorlijk uit halen. Wil je dat niet, geef dat dan vooraf duidelijk aan, zodat je zonder onderbrekingen je verhaal kunt vertellen.

Wil je juist wel ’n levendige interactie met de zaal, geef dát dan ook vooraf aan. Bedenk dan wel dat je de tijd mogelijk niet goed in de hand kunt houden. Ook kan er in zo’n situatie discussie ontstaan, die je misschien juist niet wilt. Kortom, probeer het uit en dan merk je wat het beste bij je past.

Als je de ruimte voor vragen naar het einde schuift, mijn persoonlijke voorkeur, blijf dan dicht bij de gestelde vraag met je reactie. Geef je reactie op de vraag, hou het bondig en wees daarna stil… voor ’n volgende vraag. Ga dus niet opnieuw verder met je presentatie (want die was al afgelopen) en geef de vragenstellers ook écht de ruimte.

Succes en Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Interne criticus

Even ’n vraagje, heb jij ’n interne criticus? Zo nee, zoek dan hulp want er is wellicht iets vreemds aan de hand. 🙂
Zo ja, prijs je gelukkig en lees verder. Die interne criticus zal je ongetwijfeld van nut zijn. Hij/zij kan je behoeden bij allerlei (grote of kleine) gevaarlijke situaties, maar ook in je contacten met anderen om je heen. De vraag is alleen of je interne criticus gevuld is met actuele of met oude informatie.

Ooit had ik een cursist, die door een ouder was opgevoed met de strenge regel denk altijd goed na vóór je wat zegt. Toen ik op ’n punt in de cursus voorstelde om vooral het denken achterwege te laten, sprak ik op dat moment regelrecht een van zijn ouders tegen……. en daar moest hij zich eerst overheen zetten. Zo´n stem van je ouder(s) maakt ’n belangrijk deel uit van je interne criticus, soms nuttig en soms buitengewoon belemmerend.

Met tips, goedbedoeld advies (gevraagd of ongevraagd) en met verbeterpunten wordt die interne criticus voeding gegeven. De interne criticus als je innerlijke stem die kritiek op je heeft en voor gedachten zorgt als: “Doe niet zo raar; dat kun je niet zeggen; niemand zit op die boodschap te wachten; doe normaal met je handen, etc.

Helaas is het zo dat tips ter verbetering, veelal vertaald als kritiek (of feedback omdat dat mooier klinkt), veel beter blijft hangen dan waardering.
Zoals je begrijpt heeft die interne criticus helemaal geen bevestiging nodig, want wij zijn al overdreven kritisch op onszelf. We kunnen wel stellen dat er níemand zo kritisch op ons is als wijzelf. Je kunt die interne criticus vergelijken met een weegschaal, zoals hiernaast afgebeeld.
Aan de linker kant liggen alle oordelen over je eigen gedrag als je voor een groep staat, inclusief (eventuele) schaamte. De waardering die je ontvangt (in ieder geval tijdens een Speaking Circle), komt op het schaaltje aan de rechter te liggen. Daardoor kan de weegschaal meer in balans komen. Als de interne criticus zwaarder weegt, dan kun je dat merken aan het verschil tussen wat je zelf vindt over je eigen zijn voor de groep en wat de andere deelnemers daarvan vinden (vaak véél positiever). Naarmate je dat verschil als kleiner ervaart, zul je je meer op je gemak voelen voor de groep en tevens ervaren dat je meer jezelf bent.

Succes en Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Gratis oefenplek

Als je een relatie of goede vriend(in) hebt, dan maakt communicatie een belangrijk onderdeel van jullie samenzijn uit. Ontdek wat het met je relatie doet als je echt vanuit je hart communiceert. Deel zo wat je wilt vanuit je gevoel. Zeg vanuit je hart wat je wilt, denkt en nodig hebt. En komt de boodschap aan zoals je hem bedoeld hebt? Heb zo letterlijk oog voor elkaar en zie elkaar op een vernieuwende manier. Luister eens anders naar elkaar, door elkaar volledig te laten uitpraten. Of onderzoek hier je irritante luistergewoonten.

Tijdens Speaking Circles wordt spelenderwijs eveneens aandacht besteed aan bovengenoemde en andere basisprincipes van communicatie. Stilte, luisteren, voelen, verbinding (ogen) en waarneming/oordeel zijn enkele van die basisprincipes van communicatie. Spreken vanuit je Hart is tevens jezelf zijn en jezelf accepteren en verbinden, eveneens belangrijke aspecten van een liefdevolle en effectieve communicatie tussen partners.

Weet je nog hoe je als pas verliefd stel uren naar elkaar kon luisteren? Na verloop van tijd en naarmate je elkaar beter leert kennen, kunnen irritante luistergewoonten (weer) de kop opsteken. We gaan vaker invullen wat de ander nog van plan is te vertellen. Ook hebben we eerder de neiging elkaar te onderbreken, allemaal niet zo handige communicatiemethoden.

Met Relational Presence als fundament van Speaking Circles kun je ervaren hoe je je echt met elkaar verbindt, hoe je echt bij elkaar aanwezig bent en hoe je in volledige aandacht met elkaar communiceert.

Wanneer je deze ervaring meeneemt naar je relatie, heb je een gratis oefenplek én verbeter je je relatie!

Succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Tips Tips Tips

Er circuleren op internet heel wat tips over spreken in het openbaar, ook op deze site. Daarvan is de eerste tip natuurlijk een open deur: Volg eens ’n cursus of training. Heb je ooit je rijbewijs gehaald zonder enige rijles? Toch is dat wat veel mensen van zichzelf verwachten, onder het motto ik kan toch spreken. Maar bij spreken in het openbaar komt er een dimensie bij: een meerkoppig publiek, dus waar richt je je dan op.

Speaking Circles
maakt het mogelijk en helpt je een échte ontmoeting en verbinding met je publiek aan te gaan. Dit is vergelijkbaar met een-op-een gesprekken in die zin dat het een serie mini-een-op-een-gesprekken is.
Om je rijbewijs te halen heb je, naast theorie, ook rijles nodig. Praktijkervaring dus. Bij Speaking Circles is dat natuurlijk niet anders. Je kunt het niet uitsluitend uit een boek of ’n serie tips leren.

MAAR……
ik ben van mening dat je een cursus of training moet volgen die je persoonlijk aanspreekt, ook al zou dat niet de methode zijn die ik zelf hanteer: Speaking Circles®. Dit zeg ik omdat ik meer dan eens heb meegemaakt dat iemand anders dan de feitelijke deelnemer een cursus zocht, een HR-manager voor een personeelslid bijvoorbeeld. Dan sprak mijn training de HR-manager wel aan, maar bleek later het personeelslid toch iets anders nodig te hebben. Natuurlijk kun je je wel laten inspireren door iemand anders, maar het is m.i. essentieel dat je zélf beoordeelt of een training je al dan niet aanspreekt. Meer lezen over Speaking Circles, klik hier.

Voor 2018 wens ik je een spraakzaam, gezond, gelukkig en inspirerend jaar.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Stilte voor de storm

Begin even met stilte

Wanneer je voor publiek staat, begin dan niet onmiddellijk te spreken. Wees even stil en kijk je publiek aan. Daarmee bedoel ik niet het publiek als geheel, maar slechts één persoon tegelijk. Kijk hem of haar aan een blijf nog even stil. Er zijn ongetwijfeld nog mensen in je publiek aan het praten of op ’n andere manier nog niet beschikbaar voor jou. Dus neem even de tijd, dan komen ook zij beschikbaar.

Dit is ook ’n prima manier om je publiek stil te krijgen. Je geeft nl. zelf het voorbeeld van wat je wilt dat er gebeurt: Je geeft aandacht, want je wilt dat zij aandacht voor je hebben. Je bent stil, want je wilt graag dat zij ook stil zijn. Kortom, doe dát waarvan je wilt dat je publiek dat doet, voordat zij beschikbaar zijn om naar jou te luisteren.

Sta jij al vaker voor publiek, dan is dit misschien zelfs vreemd voor je. Of doe je dit al? Kijk je jouw publiek eerst in stilte aan, voordat je gaat spreken?

Voor jou als spreker heeft dit het voordeel dat je even kunt aankomen op het podium en bij je publiek. En voor je publiek geeft het de gelegenheid om te wennen aan jou. Zij zullen het feit dat je nog even niets zegt ervaren als vernieuwend, eigenwijs of afwijkend van veel van wat zij eerder hebben ervaren.

Succes en Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Eenvoud maakt krachtig

Eenvoudig spreken is niet iedereen gegeven, maar wel te leren. Wat niet eenvoudig gezegd kan worden is ingewikkeld gedacht. Ofwel, hoe ingewikkelder je woordkeuze, hoe minder mensen je kunnen volgen. Het gebruik van door iedereen begrijpelijke woorden maakt je extraordinary, zoals de Engelsen zeggen: extra gewoon of buitengewoon. Dit is helemaal het geval als je ingewikkelde materie in heldere bewoordingen kunt overbrengen.

Lezen of voorlezen
Het komt nogal eens voor dat sprekers hun tekst geheel uitschrijven en dit dan gaan voordragen. Het effect is dan dat je schrijftaal gaat spreken. Het is namelijk niet iedereen gegeven om in spreektaal te schrijven. Wat er gebeurt bij geheel uitgeschreven speech is de vorming van (te) lange zinnen en dat is bij spreken niet handig. Dan heb ik nog niet eens benoemd dat voorlezen geen speech is. Zie ook mijn Tip 2 over voorbereiding. Zo kan een lezing makkelijk een voorlezing worden en dat is net iets anders dan spreken in het openbaar.

Kijk eens naar de praatprogramma’s op TV en merk het verschil tussen de mensen met ingewikkelde woorden en mensen die het extra-gewoon houden. Waar gaat je voorkeur naar uit? Wie is volgens jou het meest charismatisch.

Bekende sprekers
Waarom zijn wetenschappers als Erik Scherder, Robert Dijkgraaf en Roos Vonk zo populair? Ze brengen ingewikkelde zaken op een voor bijna iedereen begrijpelijke manier naar voren. Ze gebruiken geen dure woorden waar het ook gewoon kan. Ze gebruiken in hun speeches geen lange zinnen. Dat alles maakt ze, naast hun onderwerpen, tot goede sprekers.

En wat de een kan, kan de ander leren. Dat hoeft niet in één dag, je hebt je rijbewijs ook niet in één dag geleerd. Neem er gerust wat tijd voor, oefen regelmatig in de praktijk en grijp dus elke kans aan om voor een groep te staan.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Ga voor FLOW

Uit aanwezigheid in relatie (zie Relational Presence) vloeit het gemak voort om met jezelf te zijn in aanwezigheid én verbinding met anderen. Naarmate het gemak groeit waarmee je aanwezig bent in relatie, kan stroming ontstaan, ook wel flow genoemd.

Flow is een staat van optimale ervaring, waarin je helemaal opgaat in je bezigheden, terwijl je de tijd vergeet. De term flow is geïntroduceerd en beschreven door Mihaly Csikszentmihalyi. Flow geeft je een gevoel van inspiratie en voldaanheid en de behoefte aan meer van hetzelfde. Vergelijk Flow met een rivier die blijft doorstromen. Je bent bijvoorbeeld 4 uur met je hobby bezig, terwijl het voelt als 10 minuten.

Als je geheel aanwezig bent en op je gemak, dan vloeien de woorden als vanzelf uit je mond als een samenhangend geheel. In flow volg je, zonder onderbrekingen door anderen (dat moet je vooraf natuurlijk wel even zeggen), je gedachtestroom tot het einde.

Als je in flow bent tijdens het spreken, kun je ervaren dat je een grotere wijsheid aanboort die niet uit jezelf lijkt te komen. Je kunt jezelf dingen horen vertellen waar je je totaal niet van bewust was. Waar komt die wijsheid vandaan? Hebben wij wellicht een Eindeloos Bewustzijn, waar Pim van Lommel over schrijft in zijn gelijknamige boek over een bewustzijn dat meer omvat dan onszelf en onze hersenen?

Het lijkt erop dat je in flow-situaties put uit een groter bewustzijnsveld, misschien wel Hét Veld, zoals bedoeld in het gelijknamige boek van Lynne McTaggart.

Je kunt dit ook wel verticale-horizontale communicatie noemen. Verticaal is dan de verbinding met informatie en wijsheid uit een universele bron, terwijl je dit horizontaal deelt met je toehoorders.

Je kunt in flow spreken ook geïnspireerd spreken noemen, geïnspireerd door een bron in en/of buiten jezelf, een bron waar wij allemaal uit kunnen putten en waar wij deel van uitmaken.

Succes en Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Oorzaak van spreekangst

Je hoeft niet per se te weten wat de oorzaak is van je spreekangst(en), maar het kán wel. De angst (in kleine of grote mate) kan talloze oorzaken hebben, hoewel één oorzaak er redelijk universeel uitspringt: We willen aardig gevonden worden en die behoefte laat vooral van zich horen wanneer we in het middelpunt van de belangstelling staan of komen te staan.

Daarnaast zijn de oorzaken voor vrijwel iedereen verschillend. Laten we eens naar drie mogelijke voorbeelden kijken, hoewel er natuurlijk meer zijn.

Gepest worden is natuurlijk niet bevorderlijk voor het gevoel dat je aardig gevonden wordt. Kinderen kunnen voor elkaar keihard zijn, terwijl ze (vaak ook logisch) nog niet begrijpen wat het effect op de ander kan zijn, zelfs tot veel later. Daarnaast bevordert zowel het pesten als gepest worden juist het gevoel van afstand en verwijdering in plaats van toenadering en verbinding. En juist verbinding is een universeel menselijk streven.

Op school vraagt de onderwijzer je onverwacht iets, je weet het antwoord zo snel niet en je schaamt je. Of je wordt uitgelachen. Je moet bijvoorbeeld op school een spreekbeurt houden en je struikelt over één woord: de hele klas lacht en jij voelt je voor gek staan. Als contrast, bedenk eens hoe populair Philip Freriks was als journaalpresentator, juist vanwege zijn versprekingen.

In je gezin kon je je niet voldoende uiten, omdat je bijvoorbeeld de mond werd gesnoerd. Of je kreeg vaak te horen dat jouw mening niet belangrijk was. Als je die vroege onterechte conclusies (uiteraard onbewust) meeneemt naar je volwassen leven, dan doe je natuurlijk niet graag je mond open, bijvoorbeeld in een vergadering of op het podium.

Het is voor de methodiek van Speaking Circles overigens niet van belang waar je angst vandaan komt. Er zijn echter situaties waarbij enige individuele begeleiding (in samenhang met een training) wél behulpzaam en soms noodzakelijk kan zijn.

Heb je daar twijfels of vragen over, bel me dan, 0622517697.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Waar je aandacht aan geeft, dat groeit

Waar je aandacht aan geeft, dat groeit. Dit werkt dus ook zo met je angsten.
In een nummer van Psychologie Magazine stond eens een artikel over moed en ik citeer even de opening: ‘Moed is je angst verslaan. Ware helden zijn niet persé minder angstig. Wel hebben ze meer lak aan regels en lappen ze andermans mening makkelijker aan hun laars. En dat zijn eigenschappen waar een held in spé nog wat van kan leren.’

Natuurlijk komt angst in relatie tot spreken in het openbaar regelmatig ter sprake. Telefonisch als mensen informeren of Speaking Circles ook voor hún angst werkt en ook tijdens trainingen. Veelal is mijn reactie: “Het minste wat je van één dag mag verwachten is dat je met je angst kunt omgaan.” Van die angst af willen is een thema dat tijdens trainingen vaak aan bod komt. En dat is precies hoe het niet werkt. Het betekent namelijk dat je zo graag van die angst af wilt, dat je ertegen aan het vechten bent. Daar gaat veel energie in zitten, waardoor je meer krijgt van wat je nu juist niet wilt.

Mijn voorstel is dus om die angst te accepteren, dat deze er mag zijn. Omarm bij wijze van spreken je angst. En heb lak aan je eigen gedachten over wat je publiek van je zou kunnen vinden. Overigens, bedenk even dat de meeste mensen in je publiek al lang blij zijn dat jij daar staat en zij dat niet hoeven. Door voor je publiek te gaan staan mét je angst ben je wat mij betreft de held. Soms heb je nl. maar één kans om voor die bewuste groep te gaan staan en die kans moet je dan wel grijpen.

De opening van het aangehaalde artikel zou ik dus iets willen nuanceren: Moed is je angst accepteren en het toch doen.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Relational Presence 2

Kleine kinderen kennen het nog……..

Eerder heb ik ook over Relational Presence (RP) geschreven, het belangrijkste fundament van Speaking Circles en m.i. ook van spreken in het openbaar. Met Relational Presence doelen wij op aanwezig zijn in relatie met een ander. In verbinding zijn met jezelf én die ander.

Laten we dit keer eens kijken wat het je kan opleveren (en mij ook opgeleverd heeft), bij spreken in het openbaar, en vooral ook bij andere situaties waarin communicatie een rol speelt.

Van vluchtig naar intens, van afstand naar verbinding
Wat het mij – en inmiddels ongetwijfeld veel anderen – heeft opgeleverd is intenser contact en verbinding met anderen. Wanneer je aanwezig bent in contact met een ander verdwijnt vluchtigheid en verschijnt intensiteit.

Groter NU
Verleden en toekomst verdwijnen naar de achtergrond, wanneer je middels RP in het NU aanwezig bent in verbinding met jezelf en de ander. Het verleden kan flink in de weg zitten en angst speelt zich altijd in de toekomst af, niet in het NU. NU is een groot cadeau voor jezelf én de ander waarmee je op dat moment in contact bent. Voor NU hoef je echt niet op ’n berg te gaan zitten mediteren. Middels RP kun je je NU uitbreiden.

Van wachten naar luisteren
Veel mensen wachten tot er ruimte ontstaat om te reageren of iets te vertellen. Zij kunnen zomaar invallen op het moment dat je even ademhaalt. Het kan mij ook nog weleens gebeuren, als ik even niet attent ben….. en dat is dan op zo’n moment dat er even geen RP is. Relational Presence leidt naar echt luisteren en anders luisteren leidt je naar anders spreken. Anders luisteren in RP is ook een cadeau aan de spreker, die zich werkelijk gehoord voelt.

Relatie gaat vóór inhoud
Met RP geef je aan dat je de relatie belangrijker vindt dan de inhoud. De relatie schept ruimte en een kanaal voor de inhoud die volgt. De luisteraar staat meer open voor jouw inhoud en jij als spreker staat meer open voor reacties van je publiek of de ander.

Publiek wordt partner
Middels RP spreek je niet tégen je publiek maar mét je publiek, hoewel je vast niet wilt dat je publiek massaal gaat terug praten. Dat zal ook niet snel gebeuren, maar de ervaring is anders. De relatie is intiemer, ook als het onderwerp dat niet is.

Zoals je ziet gaan de voordelen van Relational Presence zowel voor de spreker als de luisteraar hand in hand. Met RP beïnvloed je jezelf als luisteraar maar ook als spreker……….. op jouw weg naar vrijheid op het podium én in je leven.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Kijk me aan als je praat

Blijkbaar vergt oogcontact veel aandacht van onze hersenen, volgens  Japanse onderzoekers. Dit bleek uit een experiment waarin ze proefpersonen oogcontact lieten maken met een luisteraar, die onafgebroken naar hen staarde. Echter, de controlegroep die gewoon wat rond mocht kijken, scoorde evengoed bij de test.
MAAR, bij echt pittige taken lieten de contactmakers het afweten ten opzichte van de controlegroep. De onderzoekers denken daarom dat oogcontact niet echt in de weg zit wanneer je naar woorden zoekt, maar wel bij hogere cognitieve functies.  Tot zover, (vrij naar) Psychologie Magazine, Februari 2017.

Er is dus geen gegronde reden waarom je je publiek niet zou aankijken, als je iets vertelt. Meer dan eens heb ik gehoord van cursisten, die naar woorden zochten en dus weg wilden kijken (om te zoek in hun eigen hoofd), maar dat blijkt dus helemaal geen noodzaak te zijn, volgens onderzoekers.

Een van de kenmerken, zeg maar gerust fundamenten, van Speaking Circles is nu Relational Presence, hier even vertaald naar aanwezigheid in relatie met één ander. Ofwel, verwijzend naar genoemd onderzoek, voortdurend oogcontact. Dat je tijdens het spreken én kijken dan dus vrijwel niet diepgaand kunt nadenken, is geen enkel beletsel. Want hoe meer je nadenkt, tijdens een speech, hoe beroerder het wordt.

Daarbij ga ik ervan uit dat je “weet waar je het over hebt”, als het om een speech gaat, waarvan je vooraf het onderwerp weet en bijvoorbeeld hebt overdacht. Maar ook bij spontane speeches hoef je je niet gehinderd te voelen door een overdaad aan denken. Luister naar wat er uit je mond komt. Het is vooral een kwestie van vertrouwen krijgen in je eigen woorden, wanneer je juist minder tot niet nadenkt.

Oefenen? Kom dan naar een Speaking Circle, zou ik zeggen.

Spreken in het openbaar en de context

Het belang van de context bij spreken in het openbaar én je doel. Onlangs heb ik mogen ervaren dat voorlezen een belangrijk doel kán zijn. Ik was gevraagd om op een herdenkingsbijeenkomst van mijn overleden buurman de verschillende sprekers aan te kondigen en daarnaast zou ik een stuk tekst van zijn hand voorlezen. Twee totaal verschillende functies met hetzelfde doel: mijn creatieve buurman (docent, kunstenaar, schrijver, en meer) eren. Bij het voorlezen ligt de nadruk op de tekst van de schrijver en is de verbinding met je publiek van ondergeschikt belang. Bij het aankondigen van een volgende spreker is dat belang van verbinding weer wel aanwezig. Ik heb nu mogen ervaren wat ik al langere tijd beweerde: voorlezen – in mijn voorbeeld de tekst van ’n ander – heeft met spreken in het openbaar weinig van doen. Over het al dan niet voorlezen van je eigen tekst kun je lezen in het artikel Spreken op een uitvaart.

Hier wil ik het vooral hebben over de verschillende contexten die een rol spelen bij jouw spreken in het openbaar. Op de foto zie je iemand een rondleiding geven in een museum. Daar is de kunst die getoond wordt de eerste prioriteit en de rondleider als presentator van ondergeschikter belang. Denk ook aan de Tweede Kamer als het gaat om context en doel. Of aan een vergadering waarbij de voorzitter een duidelijk doel heeft om de vergadering ordelijk te laten verlopen en te voorkomen dat deelnemers door elkaar praten. Denk aan een presentator van een dia-avond, waar de dia’s duidelijk op de 1e plaats staan.

Ook de voorbereiding is verschillend, afhankelijk van de context. In het voorbeeld waarmee ik begon, heb ik de tekst 2x doorgelezen. Dat is handig om er wat makkelijker doorheen te gaan. Bovendien kun je vooraf meten hoeveel tijd het in beslag neemt. Als het gaat om een rondleiding, zoals op de foto, dan is het handig om je te verdiepen in de kunst die je tijdens een rondleiding laat zien én aan wie. Klik eventueel hier voor meer info over voorbereiding bij spreken in het openbaar. Betrek verder je mogelijke publiek in je (eventuele) voorbereiding. Sta je voor leken, deskundigen, volwassenen of kinderen, zoals op de foto. Iets om vooraf over na te denken.  Kijk hier voor 7 belangrijke tips.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Blozen

In ongemakkelijke situaties reageren we verschillend, afhankelijk van wie en hoe we zijn.  Een van die reacties is blozen en daar gaan we het nu over hebben, vooral in relatie tot spreken voor publiek natuurlijk. Spreken in het openbaar is voor veel mensen een ongemakkelijke situatie en dus reageren sommigen daarop met blozen. Nou ja, sommigen? Dat zijn er meer dan je wellicht denkt. Alleen heeft de een er minder of geen last van en de ander wel.

Laat ik voorop stellen, dat blozen een natuurlijk verschijnsel is, waar de meeste mensen om je heen (die het zouden kunnen zien) niets mee doen. Het is nog charmant ook. Mensen om je heen spreken je er ook meestal niet op aan, wanneer je bloost. En daarnaast wordt het door veel mensen niet eens opgemerkt, wanneer je bloost. Trouwens, zie je jezelf weleens blozen? Waarschijnlijk niet, want dan moet er maar net op zo’n moment ’n spiegel in de buurt zijn. Dus het is voor jezelf vooral iets wat je voelt: de warmte in je gezicht. En wanneer je daar aandacht aan geeft, ga je wellicht ook nog onjuiste conclusies trekken, die er een probleem van maken. Conclusies die jouw publiek in meerderheid niet zal trekken of zelfs niet eens aan zal denken.

Als je er geen last van hebt, wil dat niet zeggen dat je helemaal niet bloost. Dus iemand die bloost en er geen last van heeft, doet er waarschijnlijk niets mee. Dat verschil lijkt me cruciaal: Er wel of niet iets mee doen. Als je er iets mee wilt doen, bijvoorbeeld dat het blozen weggaat, dan schenk je er aandacht aan. En, je weet ’t hè: alles waar je aandacht aan schenkt, dat groeit.

Het is dus misschien wel ’n goede strategie van mensen die wél blozen, maar er geen aandacht aan geven. Maar stel nou dat jij er wél last van hebt. Hoe zou je er dan geen of minder aandacht aan kunnen geven?

  1. Je kunt overwegen om je aandacht volledig te richten op wat je op dat moment moet doen, je verhaal vertellen bijvoorbeeld. Wanneer je volledig opgaat in je verhaal en in je verbinding met je publiek, dan heb je geen tijd meer over om je met blozen bezig te houden.
  2. Accepteren dat je dit verschijnsel (nu en dan) hebt en er maling aan hebben. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Wat je zou kunnen helpen is bijvoorbeeld ’n flinke tijd met grote regelmaat je onbewuste ervan overtuigen dat het oké is, door tegen jezelf te zeggen “ik accepteer mezelf mét blozen”, of iets in die richting. Of: “Ik bloos, dus ik leef”.
  3. Je zou regelmatig, maar vooral vóórdat je voor publiek gaat staan, een bekrachtigende lichaamshouding kunnen aannemen. Zie daarvoor dit eerdere blog.
  4. Wanneer je het ongemak deelt met je publiek, zal het kleiner worden. Delen is nl. ook halveren. Deel je probleem en het wordt kleiner, deel jezelf en je wordt groter.
  5. Zoek vaker het middelpunt van de belangstelling op, dan zal ook dit makkelijker worden. Wil je dit ’n boost geven, dan is Speaking Circles een uitstekende methodiek.

Veel succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Gastblog Kledingstijl, etc.

Hieronder tref je een gastblog aan van Sandra Bolten over kledingkeuze, -kleur en -stijl, ook van belang bij spreken in het openbaar uiteraard.

Wat heb je nodig om jezelf authentiek, uniek en vergezeld van nog meer zelfvertrouwen te kunnen presenteren?

Met het Colour Me Beautiful concept wat ik aanreik kan iedereen zichzelf vergezeld van nog meer zelfvertrouwen presenteren op een authentieke en uniek manier, iedere dag weer. Een representatief uiterlijk is geen luxe, het is iets dat iedereen in zich heeft. Iedereen kan er representatief uitzien, ongeacht leeftijd, gewicht, budget, leefstijl en werkzaamheden.

Met de visie van Colour Me Beautiful, (een internationale organisatie) richt ik me op het adviseren van kleuren voor kleding, kledingstijl- en make-upadvies voor mannen en vrouwen, voor ieder mens, met elke leeftijd, elke uitstraling, elke huidkleur en elke achtergrond. Er is een duidelijk en overzichtelijk Colour Me Beautiful concept ontwikkelt waarmee ik inmiddels 25 jaar werk, mee ben opgeleid en gecertificeerd.  Met het Colour Me Beautiful concept kan ik je laten zien wat de kracht van jouw uitstraling is. Wat past bij jou, waar voel jij je prettig bij en wat zou je het liefst willen? Dat is waar ik je bij kan helpen.

Voor ieder mens binnen de multiculturele samenleving is het mogelijk kleuren voor kleding, kledingstijl en make-up te kiezen naar wens.
Wat heb je nodig om te kunnen functioneren. Jezelf kleden is een manier van communiceren. We stralen allemaal iets uit door onze manier van kleden en verzorgen. Klopt datgene wat je uitstraalt met jouw persoonlijkheid en wat er op dat moment nodig is voor een presentatie en elke andere situatie of atmosfeer en stemming?

Het Colour Me Beautiful concept is bedoeld om op een speelse en luchtige manier te kunnen ontdekken wat de verschillende mogelijkheden zijn voor het authentiek presenteren van jezelf en die aansluiten bij jou als uniek mens.

De kracht zit hem in het visualiseren en dat is wat ik je kan laten zien.  Het gaat om jou wie jij bent,  authentiek, uniek en vergezeld van nog meer zelfvertrouwen.

Tenslotte is de eerste indruk van bepalende aard voor het verdere verloop van een ontmoeting. Bijvoorbeeld voor een presentatie, sollicitatie, zakelijke ontmoeting van welke aard dan ook of een date. Het gaat om jou, wat bij jou past en werkt bij elke gelegenheid, kleurrijk of rustig. Ieder heeft een andere eigen unieke smaak en uitstraling. Dat is zo boeiend aan de mens. Ondersteund met het Colour Me Beautiful concept kun je ontdekken wat jouw smaak is en wat je er het best mee kunt doen.

Met hartelijke Colour Me Beautiful groet,
Sandra Bolten
{moeder, zus, dochter, kapster (43 jr), visagist (41 jr), ondernemer (34 jr) image consultant (25 jr), transformatief mediator (5 jr), authentiek presentator (3 jr), Directie ColourmeBeautiful Benelux (3 jr).}
www.sandrabolten.nl
www.colourmebeautiful.nl

Basisbehoeften

De Amerikaanse psycholoog David McClelland (1917-1998) toonde aan dat we drie psychologische basisbehoeften hebben, die ons ieder in wisselende mate aansturen:
1. De behoefte aan aansluiting, aan ergens bij willen horen, aan aardig gevonden willen worden.
2. De behoefte aan prestatie, aan iets willen bereiken, scheppen, produceren.
3. De behoefte aan macht.

Toen ik hierover las, realiseerde ik me direct dat er belangrijke verbanden zijn tussen deze 3 basisbehoeften en het fenomeen spreken in het openbaar. Als we ongemak of angst ervaren bij spreken in het openbaar, worden deze 3 behoeften allemaal aangeraakt:
De behoefte om aardig gevonden te worden (1) steekt direct de kop op, terwijl we van onszelf verlangen dat de speech of presentatie meteen helemaal perfect is (2) en wij tijdens de speech ook nog volledig de macht (3) over onszelf willen hebben (en liefst ook over het publiek 🙂 ).

Denk je nu ook dat dit wel ’n beetje teveel is, dan ben ik het helemaal met je eens. Laat, om te beginnen de behoefte aan macht maar los. Over je publiek heb je die toch al niet. En t.a.v. macht over jezelf: wanneer je zoveel mogelijk jezelf kunt zijn, dan is die macht niet meer zo belangrijk.

Realiseer je vervolgens dat je speech of presentatie helemaal niet perfect hoeft te zijn. Je kunt zelf achteraf bijvoorbeeld wel bedenken dat je bepaalde dingen niet hebt verteld, maar je publiek weet toch niet wat je (al dan niet per ongeluk) achterwege   hebt gelaten. Voor je publiek ontbreekt er dus niets, dat zit alleen in je eigen hoofd.

Over de behoefte aan aardig gevonden willen worden wil ik je voorstellen om bij jezelf te beginnen. Begin met milder voor jezelf te zijn, minder veeleisend naar jezelf, de lat wat lager leggen, kortom: jezelf aardiger vinden, dan volgen die anderen vanzelf wel (of niet en dan is het ook goed).

Veel succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Blijf ademen

Ademen. Ik heb er vast weleens over geschreven, maar waarschijnlijk slechts zijdelings. Laten we er maar eens wat dieper op ingaan dus.
Het lijkt zo simpel en we letten er vaak niet op, maar op een spannend moment kun je zomaar even stoppen met ademhalen. En spreken in het openbaar is voor veel mensen zo’n spannend moment. Ademen kun je op verschillende manieren doen: borstademhaling en buikademhaling. Ik hoef je vast niet te vertellen dat borstademhaling oppervlakkiger (hoger) is dan een buikademhaling. Maar, ga er eens op letten. Hoe adem je meestal in het dagelijks leven? Is het borst, ga dan eens na of je je daar wel rustig bij voelt. Ervaar eens hoe het voelt om naar je buik te ademen. En merk dan op dat buikademhaling je veel minder energie kost dan borstademhaling.

Je heb bij buikademhaling gewoon minder spieren nodig, dus kost het minder energie. Bovendien, en hier is de belangrijkste link met spreken in het openbaar, je wordt er rustiger van. Een van de valkuilen voor mensen met (grote of kleine) angst voor spreken in het openbaar is dat de ademhaling omhoog gaat en vaak sneller. En omdat ze van het podium af willen, gaan ze ook sneller praten….. waardoor je minder tijd hebt om adem te halen. Dat gaat jou natuurlijk niet (meer) gebeuren, want je leest nu dit artikel. 🙂

Tijdens de trainingen spreken in het openbaar met Speaking Circles komt ademen regelmatig ter sprake. Een van de oefeningen is nl. dat je voor je publiek staat, terwijl je alleen maar hoeft te ademen en je publiek aankijken…. zónder te spreken. Je ervaart dan ongetwijfeld je ademhaling (hoog/laag, snel/langzaam). Maar ook wanneer je wel spreekt is een rustige buikademhaling bevrijdend: je spreekt automatisch langzamer (rustiger) met voldoende tijd om te ademen. Voor jou goed, maar ook voor je publiek. Je publiek kan je absoluut beter volgen, wanneer je zo rustig spreekt.

Maar er gebeurt meer. Ervaar eens wat er gebeurt, wanneer je zo voor publiek gaat staan: Het publiek is vaak nog wat onderling aan het praten. Jij gaat daar staan en je zegt (nog) niets. Je staat rustig te ademen én kijkt dié mensen aan die al direct voor jou beschikbaar zijn. Let dan eens op hoe snel de hele zaal stil wordt.

Je hebt invloed op je publiek, simpelweg omdat je daar als voorbeeld vóór staat. Ben je zelf druk dan heeft dat invloed op je publiek, dat ook makkelijker druk zal zijn. Op dezelfde manier zal je publiek ook rustiger en aandachtiger zijn, wanneer jij dat bent.
Adem in, adem uit. Durf je dit niet zonder oefening in de praktijk te brengen, kom dan ’n keer naar een Speaking Circle om te ervaren, dat het echt werkt.

Wat doe jij met je ademhaling? Neem je er de tijd voor?

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Spreken op een uitvaart

In reactie op een vraag hierover:

Sprekers op een uitvaart lezen vrijwel altijd hun speech voor vanaf papier. Er zijn uitzonderingen daarop en die heb ik meegemaakt en ook zelf veroorzaakt.

CandlesJe kunt een inhoudelijk prachtige speech voorbereiden, uitschrijven en ook schitterend voorlezen, maar het blijft voorlezen. De mensen in de zaal/aula zullen echter iets missen (zeker de mensen die jou (goed) kennen): Jouw bevlogenheid, authenticiteit en verbondenheid blijven veelal verborgen het voorlezen.

De vragensteller merkt terecht op: Het hoeft niet perfect, wel authentiek.

Daar wringt precies de schoen. De voorgelezen speech is feitelijk verleden tijd, de authenticiteit, bezieling etc. was er ongetwijfeld toen deze geschreven werd….. maar verdwijnt door het voorlezen. Wellicht is de gedachte als ik ’t maar goed voorlees, dan is ’t oké, maar dat is zonde van de energie die erin is gestoken. Bij voorlezen is de verbinding met de zaal meestal minimaal. En in die verbinding met de mensen in de zaal kun je nou precies je eigenheid kwijt. Met voorlezen doe je m.i. ook je publiek tekort.

Bij een speech, wellicht aan de hand van ’n paar steekwoorden (waar je vooraf dus wel over hebt nagedacht), die in het moment ontstaat – in contact met je publiek – is de kans groot dat de mensen aan je lippen hangen. Je eigenheid komt volledig tot z’n recht. Je bent authentiek, en – let wel – het hoeft niet perfect. Een beetje krom maar wel recht uit je hart raakt beslist je publiek. Iedereen in je publiek begrijpt dat je daar, met je emoties, niet op je gemakkelijkst staat.

De hamvraag van de vragensteller: hoe doe je dat?

  1. Je hebt er vooraf je gedachten over laten gaan en maximaal enkele steekwoorden opgeschreven (klein briefje of kaartje). Geen hele verhalen, alleen steekwoorden!
  2. Wanneer je daar eenmaal staat, kijk je iemand aan (bijvoorbeeld iemand die je goed kent) en je bent nog even stil, een of twee ademhalingen lang.
  3. Spreek altijd tegen één persoon tegelijk, die je aankijkt….. alsof je een één-op-één gesprek hebt. En zo wissel je op je gemak van de ene gesprekspartner naar de volgende. Je hebt als het ware een serie een op een gesprekken, waarin jij aan het woord bent.

Is er moed voor nodig? Ja
Moed is niet de afwezigheid van angst, maar de angst accepteren als gegeven en het toch doen.

Is het bevredigend na afloop? Ja, zeker weten.

Is het makkelijk te leren? Ja, absoluut.
Wat de een kan, kan de ander leren. Als ik het met al mijn angst kon leren, dan kun jij het ook leren.

Kost dat veel tijd? Valt mee.
Voor de een is een avond of een dag voldoende. Voor de ander wellicht meerdere dagen. Dit komt simpelweg omdat we allemaal onze eigen tempo en manier hebben om iets nieuws eigen te maken.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Plaatjes, Dia’s, Video’s

De vraag die me gesteld is, gaat over de verhouding tussen plaatjes, dia’s, video of filmpjes (hulpmiddel) en spreken in het openbaar. Hoe zou ik dat inzetten als ondersteunend materiaal bij ’n presentatie?
PowerpointDie vraag is lekker actueel want volgende maand geef ik een presentatie in Toulouse, waar we met Speaking Circle collega’s bij elkaar komen. Het gaat over de Logische niveau’s van Bateson en als je dat artikel leest, begrijp je dat er ’n plaatje bij die lezing moet komen.

Over Powerpoint heb ik eerder geschreven en ter aanvulling is het de moeite waard om dát artikel ook nog even te lezen. In het algemeen zou ik zeggen dat een hulpmiddel een duidelijke functie moet hebben. Voor je publiek, wel te verstaan. Als het nl. uitsluitend een hulpmiddel voor jezelf is, dan kun je beter iets anders bedenken. Een spiekbriefje of kaartje bijvoorbeeld. Jij staat in het middelpunt van de belangstelling en dat moet je je niet laten afpakken door zo’n hulpmiddel. Elk hulpmiddel brengt het risico met zich mee, dat jij er (ook) naar gaat kijken en op zo’n moment heb je geen verbinding meer met je publiek. Het is m.i. van belang om zoveel mogelijk de verbinding met je publiek te handhaven. Het klinkt misschien overdreven, maar ik heb het meermalen meegemaakt (ook recent nog), dat degene op het podium voor een groot publiek stond voor te lezen wat er op het scherm stond. Hij stond dus ook nog met z’n rug naar het publiek.

Beeldmateriaal met (veel) tekst kan ’n behoorlijk probleem zijn. Wanneer je publiek dat aan het lezen is en jij gelijktijdig aan het spreken, staat je verbinding met je publiek op ’n laag pitje. Het plaatje bij dit artikel laat zien waarmee je een presentatie stevig kunt verpesten. Daar komt bij dat lezen en luisteren niet samengaan. Op z’n best komt slechts een van de twee over en op z’n slechtst helemaal niets. Dus: Zo min mogelijk tekst. De tekst is voor jou: jij bent degene die z’n verhaal doet. Een plaatje, cartoon, foto, e.d. kan natuurlijk veelzeggend zijn. Haal ’t dan wel weer weg, zodra die functie vervuld is. Dan komen de mensen met hun aandacht ook weer terug bij jou. Wanneer je bijvoorbeeld ’n stukje video laat zien (omdat dat nu eenmaal bij jouw specifieke presentatie heel nuttig is), praat er dan in ieder geval niet doorheen. Jij stopt even en de video neemt het middelpunt van de belangstelling over. Zodra de video is afgelopen zet je die apparatuur weer uit of je zorgt er in ieder geval voor dat er geen lichtbeeld meer achter blijft.

Apparatuur, hoe geavanceerd ook, heeft de neiging om uit te vallen. Als je jouw presentatie eraan hebt opgehangen, dan heb je in zo’n geval ’n pittig probleem. Anders is het met de inmiddels misschien ouderwetse Flipover. Die heeft geen elektra nodig en alleen ’n paar stiften. Je kunt ’n tekening of schema ook al vooraf erop hebben gezet.

Mijn conclusie:
Zorg dat je zo min mogelijk (of liever géén) hulpmiddelen nodig hebt. Heb je wel ’n hulpmiddel, zorg er dan voor dat je presentatie ook door kan gaan, als het uitvalt.

Veel succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Veranderen

Soms moet je veranderen om jezelf te blijven.Met betrekking tot spreken in het openbaar kwam de vraag langs “kun je jezelf veranderen?”
Voordat ik hier een volmondig antwoord op geeft, wil ik de vraag even aanpassen: Kun je jezelf zijn wanneer je voor een groep spreekt?
Is het antwoord ja, dan lijkt ’t mij niet zinvol om over verandering na te denken. Hooguit misschien wat kleine aanpassingen waardoor je nog meer jezelf kunt zijn.
Is het antwoord nee, dan ben je het m.i. aan jezelf verplicht om daar iets aan te doen. Dat zou je jezelf veranderen kunnen noemen, maar je kunt het ook zien als het eigen maken van een nieuwe vaardigheid….. met mogelijk grote veranderingen tot gevolg.

Het kan dus zijn dat je moet veranderen om jezelf te zijn, ook in situaties dat je in het openbaar moet spreken. Wellicht is veranderen dan een verkeerd woord. Wanneer je ’n paar vaardigheden aanleert (of iets afleert) m.b.t. spreken in het openbaar, dan kan het zijn dat je waarneming of oordeel over jezelf verandert. Hoe groter de stap, hoe meer je denkt aan een grote verandering.
Stel dat je eerst denkt dat je nooit in het openbaar zou leren of durven spreken. Dan volg je een cursus of training, waar je ’n aantal vaardigheden leert, oefent en daarna ook toepast. Je bent nog altijd jezelf, maar nu ook wanneer je voor een groep staat.

Terugkomend op de eerste vraag, durf ik volmondig JA te zeggen. Wellicht dat de ene persoon daar meer voor moet doen dan de ander. We hebben nl. allemaal zo onze eigen manier en behoeften als het gaat om iets nieuws leren. Zoals je in mijn eBoek kunt lezen is het voor mij een omwenteling geweest van iemand die niet voor een groep durft te spreken naar iemand die dat graag doet. In dit verband zou je m’n artikel Overtuigingen eens kunnen lezen. Dat gaat o.a. over de impact van een verandering of perceptie daarvan.

Tot slot wens ik je het volgende toe:
Accepteer wat niet te veranderen is, de kracht om te veranderen wat kán en de wijsheid om het onderscheid tussen die twee te kennen.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Geen lef, geen roem

MoedHeb je dat ook gezien? Voor de bevrijdingsfestivals was gevraagd aan vluchtelingen een woordje te zeggen op de diverse podia. Op TV betrof het een vluchteling in Zwolle, die zich vooraf niet gerealiseerd had dat het zo’n groot podium zou zijn…….. met zoveel mensen. Misschien maar goed ook, want soms moet je gewoon JA zeggen zonder te weten wat de gevolgen precies zijn. In het diepe springen en dan pas leren zwemmen. Eng, spannend en opwindend tegelijk. Je gaat iets nieuws doen en daar is altijd moed voor nodig.

Het is bij moed ook niet zo dat er geen angst is. Moed of Lef is juist de angst accepteren en het toch gewoon dóen. Soms is het juist goed dat je ergens voor kiest of JA tegen zegt, zonder je op dat moment te realiseren, wat de gevolgen zijn. Je zegt ergens JA tegen en pas later kom je erachter dat je er bang voor bent, of onzeker, of….vul maar in. Dit soort momenten hebben we (soms) nodig om vooruit te komen, om ’n (flinke) stap in onze ontwikkeling te zetten. Daarbij is het goed om niet álles vooraf tot in detail te weten. Dan zouden we wellicht geen JA durven zeggen.

In 2000 had ik besloten om – met de voltooiing van mijn papierloze administratiekantoor – in de krant te komen (jan. 2001) met dat nieuws…… zonder me te realiseren wat de gevolgen zouden zijn (help, in het middelpunt van de belangstelling staan, eng), waardoor ik plotseling een training spreken in het openbaar moest volgen…….. Speaking Circles, waarover je op deze site kunt lezen.

Het venijn zit dit keer niet in de staart. Je hebt JA gezegd, het was vervolgens eng en je hebt het toch gedaan…….. en wat volgt is Voldoening, bevrijdend. Je mag tevreden en trots zijn op jezelf en terecht. Wat je m.i. juist niet mag doen is jezelf bekritiseren omdat het (nog) niet perfect was. Dat kan ook nauwelijks, wanneer je iets voor het eerst doet. Je hebt een stap gezet. Geef jezelf ’n schouderklop!

Heb je ervaringen met “in het diepe springen”? Reageer hier en vertel erover.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Zekerheid

ZekerheidNadat we geboren zijn is de enige zekerheid in het leven dat we ooit weer dood zullen gaan. Bij spreken in het openbaar heb je ook maar één zekerheid: Zodra je het podium op gaat heb je nog één zekerheid: je loopt er ook weer ’n keer af. En in die tussentijd heb je je ding te doen. Met of zonder voorbereiding. Met of zonder apparatuur.

Over voorbereiding en apparatuur heb ik al eerder geschreven. Voor zover ik dat daar niet heb geschreven: Voorbereiding en/of het gebruik van apparatuur zal je niet méér zekerheid geven dan zonder die twee. T.a.v. voorbereiding heb ik vast al geschreven dat minder juist meer is. De totale voorbereiding, in de vorm van een uitgeschreven speech, geeft je juist minder zekerheid. De kans dat je ervan zult afwijken is behoorlijk groot. Eén vraag tussendoor kan zo’n minutieuze voorbereiding al in de war gooien. Lees dus even in ’n eerder blog over voorbereiding. Minder voorbereiding geeft je wel meer vrijheid om je ding te doen. Misschien is de betere tegenhanger van zekerheid in deze context wel vrijheid in plaats van onzekerheid.

Als je apparatuur denkt te gebruiken om meer zekerheid te generen, kun je behoorlijk bedrogen uitkomen. Naast de mogelijkheid dat die apparatuur faalt (meer onzekerheid dus), creëer je er een onzekerheid bij: je moet die apparatuur bedienen, terwijl je je verhaal doet. Dat kan je nog aardig afleiden van je speech.

De enige zekerheid, voor zover je dat zo kunt noemen, kun je m.i. halen uit Relational Presence, ofwel aanwezig zijn met één persoon tegelijk. (Zie ook in de onderwerpen hiernaast.) En dat is iets dat we kennen, want dat doen we vaker.

Afgelopen week sprak ik een IT specialist die werkt in de controle van de financiële sector. Hij vertelde dat we voor allerlei dingen die we doen en meemaken, patronen hebben. We gaan naar de bakker, bestellen een brood, betalen, zeggen gedag en gaan weer. Een heel bekend patroon. Als we dingen meemaken, waar we geen patroon voor hebben, dan worden we onzeker en weten we niet hoe we ons moeten gedragen.

Bij spreken in het openbaar kun je van dit gegeven gebruik van maken door jezelf een patroon eigen te maken: Zo zou je Relational Presence ook kunnen noemen, een patroon. Wil je meer weten over Ralational Presence, klik er dan even op in de onderwerpenlijst hiernaast.

Dan nu een vraag aan jou: wat doe jij om je zekerder te voelen bij spreken in het openbaar? Laat ’t hier weten.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Spontaan en vers

Zorg ervoor dat je speech ter plekke ontstaat. Spontaan en vers. Hoe je je voorbereiding ook doet, als je speech ter plekke ontstaat, dan is het voor je publiek duidelijk dat de speech nieuw en uniek is. Ook al heb je de speech vaker gegeven, het ontstaat elke keer opnieuw. Dat maakt het voor je publiek aantrekkelijk, maar ook voor jezelf. Het houd je levendig en alert. Bovendien is elk publiek anders en daar kun je dan makkelijker op inspelen.

Denk eraan dat er een behoorlijk verschil is tussen een lezing en een speech. Een lezing wil zeggen, dat iemand iets leest, vóórleest. Denk maar aan de troonrede: de koning leest voor wat het kabinet heeft bedacht en opgeschreven. Hij moet het dus goed kunnen voorlezen.

Daags voor de eerste troonrede van Willem-Alexander werd ik gebeld door een landelijke krant met de vraag of ik commentaar wilde geven op zijn troonrede. Op dát moment zou ik naar een belangrijke (lees emotionele) uitvaart gaan, dus sloeg ik de vraag direct af. Aan deel twee van de reden om het niet te doen kwam ik dus niet eens toe: waarom zou ik commentaar willen geven op de manier waarop hij iets – de troonrede – vóórleest. Dat is toch heel iets anders dan in het openbaar spreken, waarover mijn werk gaat.
Overigens vereist dat voorlezen ook wel voorbereiding hoor. Je moet je die tekst van iemand anders toch eerst goed “eigen” maken om het soepel te kunnen voordragen. Groot nadeel van dat voorlezen is dat er vrijwel geen verbinding is met je publiek. De kans dat je publiek er met de aandacht helemaal niet bij is, is om die reden erg groot.

Een speech ontstaat ter plekke, ook al is de inhoud je nog zo bekend. Je publiek is nieuw en vereist jouw persoonlijke aandacht die het verdient.

Wat doe jij met je speeches? Laat je ze vers ontstaan? Laat het weten in je reactie.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Als je het leven over mocht doen

Deze Vlog is naar aanleiding van het boek “Als ik het leven over mocht doen” van de Australische Bronnie Ware (ISBN 9789400501966) en bevat mijn nieuwjaarswensen voor jou in 2016. Zij heeft een Top 5 van spijtpunten gevonden van mensen die op het punt staan te sterven. Wat kunnen wij er – jong of oud – nu al van leren? Kijk de Vlog en eronder heb ik deze Top 5 opgenomen.

De Top 5 volgens Bronnie Ware:
1. Ik zou willen dat ik de moed had gehad om een “waar” leven te leven, in plaats van het leven dat ánderen van mij verwachten.
2. Ik zou willen dat ik niet zo hard gewerkt had.
3. Ik zou willen dat ik de moed had gehad om mijn gevoelens te uiten.
4. Ik zou willen dat ik in c o n t a c t was gebleven met mijn v r i e n d e n.
5. Ik zou willen dat ik mezelf had toegestaan om gelukkig te worden.

Reageren?
Wat is jouw punt op dit moment? Wat wil jij bereiken of veranderen vóórdat je sterft?

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Wereldwijd experiment

Dit keer geen vlog met mijn eigen kop, maar ter inspiratie een kort filmpje dat niet lang geleden is gepubliceerd. Het betreft een wereldwijd oogcontact experiment, georganiseerd door The Liberators International (Australië). In feite is het exact gelijk aan Relational Presence, zoals wij het kennen als een van de fundamenten van Speaking Circles: Aanwezig zijn in relatie met één ander. In dit filmpje draait het om een-op-een-contact, terwijl dit in Speaking Circles wordt uitgebouwd naar spreken in het openbaar. Nieuwsgierig? Kom dan naar ’n supervoordelige avondtraining om kennis te maken en het vervolgens in jouw wereld te verspreiden………

Voor zover ik je niet langs andere weg spreek of zie, wens ik je heel fijne feestdagen.
Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Wat moet ik toch met m’n handen?

HandenDeze vraag is zoveel gesteld, dat ik er weer eens iets over schrijf. Iedereen heeft er wel ’n mening over, ik ook. Wat je er ook mee doet, er is altijd wel iemand die er een conclusie aan kan verbinden. Bijvoorbeeld: Doe je je armen over elkaar, dan lijkt het of je je afsluit. Houd je ze op je rug dan kom je wellicht belerend over. Etcetera.

Hoe zou het zijn als je er niets mee doet? Of je doet ermee wat helemaal bij jou past, wat bijdraagt aan jezelf zijn?  Ik ken iemand die regelmatig met zijn handen in de zakken staat, wat vaak wordt afgeraden. Maar, bij hem past het helemaal, dus waarom niet.

In het algemeen kun je wellicht stellen: als je je armen gewoon langs je lichaam laat hangen, dan zijn je armen en handen altijd direct beschikbaar zijn als je ze nodig hebt. De kans is heel groot dat je je armen en handen vervolgens als vanzelf gaat gebruiken. Iets dat veel mensen bijvoorbeeld doen om hun verhaal kracht bij te zetten.

In het kort: Als je er niet over nadenkt en geen aandacht aan geeft, komt ’t vanzelf goed.

Wat doe jij met je handen? 

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Als ik maar niet……

nervousOok als je je niet op je gemak voelt om voor een groep te staan, moet je het soms gewoon doen. En wat zich in jouw gedachten afspeelt is van belang op hoe je je (vooraf en tijdens) voelt. Lichaam en geest zijn een eenheid en zij beïnvloeden elkaar over en weer. Eerder heb ik geschreven over lichaamshoudingen, waarmee je je geest kunt beïnvloeden. Omgekeerd kun je met je geest en je denken ook je lichaam beïnvloeden.

Je gedachten kunnen uitgaan naar bijvoorbeeld “als ze maar niet zien dat ik zenuwachtig ben”, “als ik maar niet ga stotteren”, “als ik (straks) nog maar weet wat ik allemaal moet zeggen”, “als ik maar niet ga zweten”, en vul de mogelijkheden maar in. Dat zijn natuurlijk niet allemaal behulpzame gedachten. De gedachten met het woordje niet erin hebben nog ’n extra onhandige lading: dit soort gedachten die in je onbewuste terecht komen, slaan het woordje niet gewoon over, omdat het onbewuste dat woord niet kent.

Lekker is dat, hè. Dus bijvoorbeeld “als ik maar niet ga zweten”, vertaalt je onbewuste in “als ik maar ga zweten”. Daarmee krijgt je onbewuste niet de boodschap die je er graag in wilt hebben. Het is dus handig om andere en meer behulpzame gedachten te hebben.

Bijvoorbeeld:
– ik weet wat ik te vertellen heb
– ik voel me vrij en open
– ik presenteer met plezier
– ik ben vol zelfvertrouwen
– ik kan alles bereiken wat ik wil
– ik ben rustig en geduldig
– ik ben in balans
– ik ben succesvol
– Ik ben veilig,      én
– wat iemand ook zegt of doet, ik voel me goed.

Dan nog iets anders: Je gedachten over wat je publiek allemaal kan zien en vinden kan je ook parten spelen in dit verband. Daarbij is het goed om je eens te beseffen, dat het grootste deel van jouw publiek blij is dat jij daar staat en zij juist niet. Het gevolg is dat zij (al dan niet bewust) ondersteunend voor je zijn.

Tot slot moet weten dat veel van jouw ongemakken onzichtbaar zijn voor je publiek. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit knikkende knieën gezien of het zweet op iemands rug. En de figuurlijke knoop in je maag is ook echt niet zichtbaar. Het heeft dus geen zin om je daar druk om te maken. Laat het los.

Vraag aan jou: Wat is jouw meest behulpzame boodschap aan jezelf?
Reageer hieronder en laat ’t me weten.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Achterstevoren

AchterstevorenHoe zou je leven eruit zien als je alles van tevoren zou weten? Of, hoe zou ’t je vergaan zijn als je toen had geweten wat je nu weet? Ofwel, het leven omgekeerd, achterstevoren.
Dit keer wil ik een metafoor met je delen, die ik zo’n 20 jaar geleden heb gekregen van een van mijn NLP-opleiders. De metafoor is van de hand van Robert Dilts:
Achterstevoren:

Er was eens een groep mensen, die ver weg van de aarde in de ruimte leefde. Deze mensen hadden ons op aarde gadegeslagen en besloten dat wij achteruit leven: Wij worden geboren, groeien op, werken ons hele leven hard en sterven op ’t eind.

Dus zij besloten ’t precies andersom te doen. Eerst sterven ze. Dan hebben ze dat alvast gehad. Vervolgens brengen ze de eerste paar jaar van hun leven door in een bejaardentehuis, moe en verveeld, geen zin meer hebbend. Ze lijken weinig contact te hebben met hun vrienden en familieleden.

Maar, naar mate ze opgroeien worden ze jonger en jonger. Hoe langer ze daar zitten, in ’t bejaardentehuis, hoe meer ze zich verbonden beginnen te voelen met hun medemensen, en hoe meer opgewonden ze worden. Uiteindelijk zijn ze oud genoeg om het bejaardentehuis te mogen verlaten. Iemand geeft hun een gouden handdruk en ze gaan aan ’t werk. In ’t begin vervelen ze zich; ze hebben alles al gedaan wat ze konden, er zijn geen vernieuwingen, ze worden mat en moe van hun werk. Maar hoe meer tijd ze in hun werk doorbrengen, hoe jonger ze worden. Ze krijgen steeds meer creatieve ideeën. En hoe meer belangstelling ze krijgen, des te enthousiaster verschijnen ze iedere dag op hun werk. Uiteindelijk is het een prachtig avontuur om naar het werk te gaan. En nét als ze dát punt bereiken, moeten ze hun werk verlaten en gaan ze studeren. Daar kunnen ze tijd besteden aan leren over zichzelf en kunnen ze zichzelf vinden.

In hun wereld zijn er geen protesten tegen oorlogen, want oorlogen vechten ze andersom. Ze vliegen met vliegtuigen achteruit over verwoeste stukken land. En als ze dat doen – over al die stukken land en brandende bomen vliegen – lijkt het haast of al die verwoesting opgezogen wordt in een kleine magische bol, die prachtige groene bomen, bloemen, mensen en gebouwen achterlaat. Het vliegtuig slokt de kleine kogel op en vliegt over vele gebieden, al die kleine kleine kogels in zichzelf opnemend. Dan landt ’t vliegtuig achteruit op een landingsbaan.  Mensen komen met kleine trucks en brengen de kleine kogels van verwoesting naar de fabriek, waar ze voorzichtig ontmanteld en uit elkaar gehaald worden. Andere mensen nemen al die onderdelen in trucks en brengen ze naar verschillende plaatsen, waar ze ze terug stoppen in de grond, waar ze nooit meer iemand pijn kunnen doen.

Als deze mensen doorgaan met jonger worden, gaan ze door een verwarrende tijd in hun adolescentie. Zij zijn zich niet zeker van hun identiteit. Ze hebben verwarrende ervaringen over wie ze zijn en over hun relaties met anderen. Maar omdat ze al hun ervaringen uit hun volwassenheid hebben en zich die kunnen herinneren, hebben ze voldoende hulpbronnen om hen door die tijd heen te helpen. Uiteindelijk komen ze in hun kinderjaren, waarin iedere dag hun ogen verder opengaan voor de wereld om hen heen. Hun energie groeit. Hun overtuigingen lijken zich te verbreden, ze worden opener en en opener en flexibeler iedere dag.

Dan brengen ze de laatste 9 maanden van hun leven in een warme omgeving door, waar in al hun behoeften en al hun wensen wordt voorzien. En ze sluiten het allemaal af als een stralende blik in iemands ogen !

Hoe zou jouw leven eruit zien, als het achterstevoren zou plaatsvinden?
Laat je reactie hier weten.

Hartelijke groet,
Stef

In de schoenen van een trucker

Wat ik nu graag met jullie wil delen gaat over mijn ervaringen op de eerste dinsdag van 2006. Reeds mijn hele leven had ik belangstelling voor vrachtwagens en mijn wens om eens ’n dag op zo’n grote truck mee te reizen ging in vervulling.

In de schoenen van een truckerAl vóór 4 uur in de nacht werd ik opgehaald, we hadden zelfs nog even tijd voor koffie. Daarna de vrachtwagen ophalen, hier dicht bij Hoorn. Eerst de boodschappen voor de komende dagen in de truck en de planning voor de dag van kantoor gehaald. Vervolgens een lege aanhanger van meer dan 13 meter aankoppelen, verlichting controleren en op weg naar Alkmaar. Onderweg was ’t uiteraard nog doodstil op de weg. Zo hoog boven het asfalt zag de 2-baans weg die ik zo goed ken er ineens heel smal uit. Aan weerskanten van de vrachtwagen is nog maar zo’n 20 centimeter over tot de strepen op de weg. Erg weinig voor z’n gevaarte. Ook viel me op hoe klein een rotonde is voor zo’n kolos. Eenmaal in Alkmaar bij een enorme bakkerij was het ’n drukte van belang met tal van andere vrachtwagens. Met ongelooflijke nauwkeurigheid stuurde Willem de truck met z’n achterkant de sluis in om te laden. Hoge karren met brood verdwenen in de aanhanger, ook een taak van de chauffeur. In dit geval met z’n hulpje voor één dag. Een bijrijder voor bijvoorbeeld het laden en lossen is kennelijk al wegbezuinigd doordat alle goederen op grote karren of pallets staan. Tillen komt niet meer voor en zou ook te veel tijd in beslag nemen. Waar zijn al die werkloos geworden bijrijders gebleven?, vraag ik me af. Ongetwijfeld wél goed voor alle truckers-ruggen.

De lading werd vastgezet, vrachtpapieren uitgewisseld, en in een communicatieapparaat werd een en ander ingetoetst. Zo kan het hoofdkantoor volgen waar de vrachtwagen is en met welke lading. Wij met het brood naar Den Helder en omgeving. Bij drie supermarkten uitladen. Bij een van de supermarkten waren we zelfs te vroeg. Vervolgens leeg terug naar Hoorn, het was nog steeds geen dag geworden maar inmiddels wel drukker op de weg. In Hoorn werd, meen ik, een nog langere aanhanger aangekoppeld en na een kop koffie gingen we op weg naar Zaandam. Alweer van aanhanger wisselen en terug naar Hoorn. Daar koppelden we een volle koel-aanhanger achter de trekker en vertrokken we naar het Oosten van het land. We zouden lossen bij een distributiecentrum, waar we zelfs op ’n bepaalde tijd verwacht werden. Het bleek bij aankomst zo’n minuut of 5 later te zijn dan gepland. De persoon die de goederen in ontvangst nam gaf daar nors commentaar op. Waarna Wil de pallets met een steekwagen uit de vrachtwagen haalde, terwijl ik ervoor zorgde niet in de weg te staan.

Ik kon niets doen en voelde me dan ook behoorlijk nutteloos. Een praatje met de goederen-ontvanger bleek na een poging niet erg welkom. Het hielp me niet om de man anders te ervaren dan als chagrijnig. Ondertussen vroeg ik me af hoe iemand die zoveel met vrachtwagens te maken heeft, zelf niet kan bedenken dat slechts 5 of 10 minuten vertraging op zo’n afstand in ons drukke landje juist ontzettend weinig is. Toen ik ‘t na vertrek daarover met Willem had, reageerde hij heel laconiek, dat die man altijd zo nors is. En daarmee vertrokken we naar een ander centrum in de buurt om zuivelproducten in te laden, vandaar dus de koel-aanhanger.

De middag was al enigszins gevorderd, zoals mijn broodvoorraad geslonken was, toen we op de A1 in de file terechtkwamen bij Deventer. Later bleek die te zijn veroorzaakt door een verongelukte vrachtwagen met gevaarlijke stoffen. De snelweg was geheel afgesloten dus omrijden was de enige mogelijkheid en dat nam zo’n 4 uur extra in beslag. Waardoor we tegen half negen in de avond in Zaandam kwamen om te lossen in een speciale koelhal. De achterdeuren van de vrachtwagen mochten pas geopend worden in het bijzijn van iemand, die na opening met een electronische meter constateerde dat de lucht in de laadruimte inderdaad zo’n 2 graden was. In de opslaghal was het zelfs kouder dan buiten. Inmiddels was ik moe én koud.

Na het uitwisselen van de nodige formaliteiten kwam we om 21 uur aan bij het truckers-restaurant op hetzelfde industrieterrein. Tijd voor het avondeten en einde van een bijzonder lange werkdag, voor veel truckers blijkbaar heel normaal. Buiten de koffiepauze in de ochtend en het laden/lossen, was er geen ruimte geweest voor een andere pauze. Na een goed maal ging Willem in de vrachtwagen slapen, omdat hij de volgende ochtend ter plekke van aanhanger moest wisselen.

Ik vertrok na het eten met de trein naar huis in Hoorn. Het einde van een lange leerzame dag over de logistiek van ons voedsel en wat eraan vooraf gaat als wij ons pakje koffie of thee in de winkel kopen. Mijn respect voor het beroep van vrachtwagenchauffeur is flink toegenomen. Met bewondering voor de verantwoordelijkheid waarmee Willem met vrachtwagen en lading omgaat. Met bewondering voor zijn rust en acceptatie van 4 uur vertraging, de lange werkdagen die geen uitzondering zijn. Volkomen uitgeput van alleen maar mee-rijden en alle indrukken viel ik die avond in slaap.

Het lijkt me nog steeds geweldig om zelf achter het stuur van zo’n gevaarte te zitten en ermee te rijden, maar het hoeft m’n beroep niet te zijn. De indianen hebben een mooi gezegde: “Oordeel niet over iemand voordat je 3 maanden in zijn mocassins hebt gelopen.” Na één dag “meelopen” kan ik gerust stellen dat deze ervaring is door te trekken naar elk beroep, mens of situatie. Het van dichtbij “ervaren” van dit indiaanse gezegde, al is ’t maar voor een dag, is bijzonder leerzaam om het onderscheid tussen “waarneming” en “oordeel” over wat dan ook te leren maken, te voelen. Hoewel ik met veel beroepen te maken heb gehad en zelf ook enkele totaal verschillende beroepen heb gehad, heeft deze dag enorm bijgedragen aan mijn beeld van de wereld om me heen. Het is geen toeval dat ik deze ervaringen mocht opdoen, juist nu ik van “het begeleiden van mensen in hun ontwikkeling” mijn beroep heb gemaakt. Met veel dank aan Willem.

Heb je weleens in de schoenen van iemand gelopen? En, beviel het?
Laat hier je reactie weten.

Hartelijke groet,
Stef

Ankeren

AnkerOm inspiratie op te doen voor dit artikel, keek ik eens in mijn archief. Daar kwam ik een artikel tegen, dat ik in 1997 schreef over Belastingen en Ankeren. Een anker is een uniek signaal dat bij herhaling telkens dezelfde staat (stemming) oproept. De relatie met Belastingen kwam voort uit de blauwe enveloppen. Wist je dat de Belastingdienst het monopolie heeft op die specifieke kleur blauw? Als een enveloppe in die kleur op de mat valt, roept dat bij de meeste mensen een specifieke stemming op. De kleur werkt als een anker. Krijg je ieder jaar belasting terug, dan roept dat natuurlijk een goede stemming op. Moet je altijd betalen, dan roept die kleur ongetwijfeld een andere stemming bij je op.

Op vergelijkbare manier roept het vooruitzicht op een presentatie bij veel mensen een bepaalde stemming op. Als die stemming je ondersteunt is dat natuurlijk prima. Ondersteunt die stemming je niet, ga dan op zoek naar een betere.Ankeren

Naast specifieke ondersteunende lichaamshoudingen, waarover ik eerder schreef, kun je ankers ook als ondersteuning gebruiken bij spreken in het openbaar.

Neem de tijd om een herinnering op te roepen, waarin je bijzonder goed in je vel zat en heel krachtig was. Je kon de hele wereld aan. Die herinnering hoeft helemaal niets met spreken in het openbaar te maken te hebben, beter van niet zelfs. Tenzij je daar ’n heel goede herinnering over hebt. Het kan van alles zijn. Je hebt bijvoorbeeld een diploma gehaald en je was er trots op en voelde je super. Zelfs het behalen van je zwemdiploma kan een goede zijn, als je die situatie nog levendig kunt oproepen. Of je hebt een belangrijke wedstrijd gewonnen.

Ga dan helemaal op in die herinnering, alsof je weer in die gebeurtenis bent. Voel, hoor en zie weer alles van toen……. En maak het nog mooier, krachtiger. Dán, op het hoogtepunt van je herinnering (zie plaatje) vuur je het anker af: Dat kan door een specifiek woord tegen jezelf te zeggen. Maar je kunt bijvoorbeeld ook de toppen van je duim en wijsvinger krachtig op elkaar te duwen. Of je gebruikt een ander specifiek signaal, dat alleen jij op jezelf kunt loslaten.

Je kunt dit ’n paar keer herhalen en je kunt dit ook doen met verschillende fantastische herinneringen. Je gebruikt daarmee wel telkens hetzelfde anker. Daarmee stapel je de goede ervaringen als het ware op elkaar.

Gebruik vervolgens het anker, als je stemming in het vooruitzicht van een presentie in mineur is. Dat is al ’n mooie test. Maar je kunt het anker ook gebruiken, op het moment dat je voor een groep gáát staan.

Reageren? Doen natuurlijk.

Hartelijke groet,
Stef

Vechten of vluchten?

HeldAngst is een emotie die van pas kan komen om je te beschermen. Er zijn realistische vormen van angst. Denk bijvoorbeeld aan een brandend huis. Angst zal je ervan weerhouden om er binnen te gaan. En voor de brandweerman, die dat wél doet, zorgt angst ervoor dat hij erg goed oplet en voorzichtig is. Daar is moed voor nodig: angst ervaren en het tóch doen. Angst is een emotie om ervoor te zorgen dat je overleeft. Heel nuttig dus. Toen lang geleden mijn huis in brand stond, ondernam ik één heilloze poging om te blussen. Het was midden in de nacht. Al heel snel namen mijn reflexen het over: Ieder een kind uit bed plukken en nog net op tijd naar buiten vluchten, in m’n onderbroek.

Angst roept ook een vecht of vluchtreactie op, waar we meestal niet over na hoeven te denken. Mijn automatische systeem nam het in de vechtreactie (blussen) hierboven al snel over toen de vlammen tegen het 4 meter hoge plafond sloegen. De vluchtreflex nam het over, zodat we het allemaal overleefden.

Maar wat nu, als je een angst hebt die niet zo goed te relateren is aan werkelijk fysiek gevaar? Spreken in het openbaar roept bij veel mensen angst op. Misschien was dat eeuwen geleden wél een realistische angst. In die tijd liep je ongetwijfeld fysiek gevaar, wanneer je jouw waarheid verkondigde. Zo groot zal het externe gevaar nu niet meer zijn. Wel lopen we bij spreken in het openbaar tegen die kwetsbaarheid aan. Van Dale zegt o.a. over kwetsbaar: vatbaar voor verwonding of ander onheil.

Ander onheil is bij spreken in het openbaar mogelijk van toepassing, maar speelt zich voornamelijk in ons hoofd af. Je staat voor een groep en bent dan kwetsbaar. Er kan je een ramp overkomen, vatbaar voor onheil, zoals Van Dale stelt. Je kunt erg gevoelig zijn, mensen kunnen je ráken. Iedereen kijkt naar je en denkt iets over je. En jij vraagt je mogelijk af “wat zullen ze wel van me denken?”, of erger: “word ik niet afgeschoten?”. (Misschien komt die laatste term wel van eeuwen geleden. 🙂 )  Van de weeromstuit heb je misschien het idee (al dan niet bewust) dat je je beter wat kunt afsluiten, zodat je minder kwetsbaar bent. Dat is echter een schijnoplossing. Op die manier geeft angst voor kwetsbaarheid een verkeerde boodschap aan je lichaam door.

Als je dit herkent, dan is het goed om je te beseffen dat kwetsbaarheid veel kracht in zich heeft. Kwetsbaar zijn betekent ook raakbaar en open voor echt contact, gevoelig(er) ook. Wat mij betreft mag je dus gerust kwetsbaar zijn, je kwetsbaar opstellen. Het toont dat je voldoende zelfvertrouwen hebt om raakbaar te zijn. En, wellicht vreemd genoeg, ben je dan minder gemakkelijk te kwetsen. Kwetsbaar zijn heeft ook raakvlakken met moed. Moed is niet de afwézigheid van angst. Je bent ergens bang voor, je bent dus kwetsbaar, maar je doet het toch.

De eerste wens die veel cursisten hebben is van die angst áf te komen. Mijn boodschap is eerder: omarm die angst en ondanks dat, doe het, ga staan en ervaar die kwetsbaarheid en kracht.

Reageren?  Ik zeg Doen.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Bij een uitvaart

Het afgelopen weekend moest ik ineens weer hieraan denken.
Het is najaar 2007. Ik zit in een kerkdienst bij de uitvaart van een van mijn uitvaart(gepensioneerde) cliënten en de voorganger vraagt aan iedereen: Denk aan wat je van hem hebt geleerd en kom dan naar voren en steek een kaarsje aan. Je moet weten dat ik mijn cliënt (in mijn hoedanigheid als administratieadviseur) zo’n 25 jaar heb gekend, dus er schieten me direct 3 dingen te binnen: Doorzettingsvermogen, Eigenwijsheid en als 3e: straks in de aula ga ik daar kennelijk iets over vertellen. Oeps, gelukkig netjes gekleed.

In de wachtruimte bij de aula wordt gevraagd of er nog iemand is die het woord wil voeren, dus ik steek mijn hand op. Met slechts die 2 woorden in mijn achterhoofd.

Eenmaal in de afgeladen aula stond ik achterin en op ’n gegeven moment werd ik naar voren geroepen. Ik ga achter die lessenaar staan, zoals vaak, véél te ver van de eerste rij vandaan…….. en kijk de weduwe aan. Vervolgens vertel ik over die 2 dingen die ik van hem heb geleerd en de relatie ervan met zijn werk, en dergelijke. Ik voelde me niet compleet op m’n gemak: de afstand tot het publiek was veel te groot, de zaal afgeladen met serieuze mensen, ik wist absoluut niet wat ik allemaal ging vertellen en waarschijnlijk was de weduwe zo’n beetje de enige die het zou begrijpen. Aan het eind van m’n verhaal maak ik een buiging voor de overledene en ga weer naar achterin de zaal.

Na afloop bij condoleren en koffie, kreeg ik van allerlei kanten complimenten van mensen die vertelden dat ik zo mooi gesproken had, ook al begrepen ze de inhoud maar voor de helft. Zo ook van de weduwe. Toen ik naar huis reed, had ik een voldaan gevoel omdat ik eer had bewezen aan deze cliënt met zoveel Doorzettingsvermogen en Eigenwijsheid.

De boodschap voor jou: Laat je op geen enkele manier weerhouden door angst of ongemak, want soms heb je maar één kans en die moet je dan wel kunnen grijpen. Heb je twijfels of je dit wel zou doen, kom dan naar een bijna gratis avond-training om hieraan te werken.

Hartelijke groet,
Stef

Gedicht over Luisteren

Volgens mij heb ik dit nog niet eerder hier opgenomen, het gedicht Luisteren van Leo Buscaglia, dus bij deze:

Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij adviezen te geven,
dan doe je niet wat ik je vraag.

Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij te vertellen
waarom ik iets niet zo moet voelen als ik het voel,
dan neem je mijn gevoelens niet serieus.

Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij denkt dat jij iets moet doen
om mijn problemen op te lossen,
dan laat je mij in de steek,
hoe vreemd dat ook mag lijken.

Misschien is dat de reden
waarom voor sommige mensen bidden werkt,
omdat God niets terugzegt
en hij geen adviezen geeft
of probeert dingen voor je te regelen.

Hij luistert alleen maar
en vertrouwt erop
dat je er zelf wel uitkomt.

Dus, alsjeblieft,
luister alleen maar naar me
en probeer me te begrijpen.

En als je wilt praten,
wacht dan even
en ik beloof je dat ik op mijn beurt
naar jou zal luisteren.

Tot zover Leo Buscaglia.

Reageren?  Ik zeg: Doen.

Hartelijke groet,
Stef

 

 

Afvallen… aankomen… afvallen… aankomen… afvallen

iStock_000001667800LargeAls je dit leest, denk je wellicht: huh, die Stef hoeft toch niet af te vallen. Dat klopt, maar ik kom de problematiek in mijn omgeving wel tegen én ik heb er ook ideeën over. Bovendien heb ik iemand beloofd om over die ideeën ’n keer iets te schrijven, bij deze dus. Hoe past dit nu in het plaatje van mijn werk mb.t. communicatie? Simpel: communicatie met jezelf is ook communicatie en dát is precies waar ik me op wil richten in dit artikel.

Voor alle tips in de sfeer van diëten, sportactiviteiten, en dergelijke kun je werkelijk overal terecht. Sonja Bakker vliegt je bij LIDL om de oren en ook de andere boeken zijn niet aan te slepen. Aan de ene kant van de straat moet je zijn om af te vallen, terwijl je aan de andere kant van de straat de kilo’s er weer bij kunt eten. En zo kun je het hele jaar door de straat heen en weer lopen met je gewicht.

Let wel, ik ga je niet vertellen dat je kunt afvallen door op de bank te hangen met snacks. Natuurlijk is sporten goed voor je, ongeacht of je ervan afvalt of niet. En gezond eten is natuurlijk ook geweldig, alleen in de vorm van dieet krijgt het ’n tijdelijk karakter, want je wilt niet levenslang op ’n dieet, toch. En daarnaast: wat voor de een supergezond is kan vergif zijn voor de ander.

Ik wil het geheel van de kilo’s en afvallen eens van een andere kant benaderen. We hebben nl. een flinke overcapaciteit aan onbenutte hersencellen tot onze beschikking: het onbewuste. Probeer maar eens  te fietsen, terwijl je je volledig bewust bent van élke beweging die daarvoor nodig is. Je komt ongetwijfeld geen meter vooruit.

Heb je weleens ’n mammoettanker gezien? In verhouding tot de onvoorstelbare lengte van zo’n schip zit er achterop ’n klein stuurhuis, waarvandaan het gevaarte bestuurd wordt. Stel je dan voor dat ons bewuste dat stuurhuis is en ons onbewuste het hele schip (en groter). Hoe zou ’t zijn als we dáár gebruik van kunnen maken bij afvallen, ofwel gewichtsbeheersing. Het onbewuste kan én weet véél meer dan we denken, ook als het gaat om gewichtsbeheersing, voeding, beweging en dergelijke. Het is dus zaak om met behulp van het stuurhuis (bewuste) de mammoettanker (onbewuste) een andere koers te laten varen. Geen dieet maar andere eetgewoonten, bijvoorbeeld.

In beginsel komt afvallen neer op iets kwijt willen waar je niet op gesteld bent. Dus ik stel voor om dat eens om te keren. Begin met jezelf te accepteren zoals je bent. Hoe? Bijvoorbeeld door je onbewuste regelmatig te voeden met de (affirmatie) uitspraak ik accepteer mezelf zoals ik ben. Voor meer informatie over affirmaties klik hier.

Ga daarna vaststellen hoeveel je in je nieuwe situatie wilt wegen en bepaal dat vooral realistisch. Stel daar dan ook een zeer realistische termijn of datum voor vast. Dan heb je een specifiek doel. Dat helpt want je komt bijvoorbeeld makkelijker en sneller in Parijs als je weet wanneer je dáár wilt zijn. Je volgende affirmatie kan dus bijvoorbeeld zijn: op 1 juli 2015 weeg ik xx kilo.

Met behulp van de tijdlijn (Time Line) zou je dit nog effectiever kunnen doen (door jouw doel(en) op je toekomst-tijdlijn te installeren), maar daar heb je wel iemand bij nodig. Time Line is een onderdeel van NLP. Mocht je zoiets willen doen, dan kun je bij mij in Amsterdam of Hoorn terecht. Ongetwijfeld kun je ook hier een collega vinden.

Succes en Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Stress op het podium

stresskatStress in relatie tot spreken in het openbaar is een bekend verschijnsel. En hoe je ermee omgaat is alles bepalend voor je gezondheid én je welzijn. Kelly McGonigal is gezondheidspsycholoog en heeft na 8 jaar onderzoek iets opmerkelijks ontdekt. Mensen die stress ondervonden, hadden 43% meer kans om te sterven dan mensen zonder stress. MAAR, dat gold alleen voor mensen die dáchten dat stress gevaarlijk was voor de gezondheid. Mensen die veel stress ondervonden, maar stress niet als gevaarlijk beschouwden, hadden géén hoger risico om te sterven. Zij hadden in verhouding tot anderen zelfs het laagste risico om te sterven – mensen met relatief weinig stress meegerekend. Het toont weer eens aan hoe lichaam en geest elkaar over en weer beïnvloeden.

En het verhaal gaat verder, zeker als we kijken naar de relatie met spreken in het openbaar:
Oxitocine is een neurohormoon. Het stelt de sociale instincten van je brein bij. Het bereidt je voor om dingen te doen die relaties versterken. Het verhoogt je empathie. Als oxytocine afgegeven wordt in je stressreactie motiveert het je om steun te zoeken. Je biologische stressreactie zet je aan om iemand te vertellen hoe je je voelt, in plaats van het op te kroppen. Als je contact zoekt met anderen onder stress, om steun te krijgen of te geven, geef je meer van dit hormoon af, je stressreactie wordt gezonder, en je herstelt sneller van stress.
Je stressreactie heeft een ingebouwd mechanisme voor stressveerkracht en dat mechanisme is verbinding met mensen. Dus als je kiest om je te verbinden met anderen onder stress, creëer je veerkracht.

Als je Speaking Circles al kent, zie je dan de relatie al met spreken in het openbaar? Een van de fundamenten van Speaking Circles is namelijk om altijd in verbinding te zijn met je publiek, met een persoon tegelijk. Dus, als je stress ervaart, wanneer je voor publiek staat, leg dan verbinding met één persoon tegelijk door hem/haar in de ogen te kijken, terwijl je spreekt. Doe dat ook als je geen stress ervaart op het podium, want ik kan je verzekeren dat je spreekbeurten/speeches er krachtig op vooruit gaan.

Kijk hieronder naar de inspirerende video van Kelly McGonigal en laat me je reactie weten.
Hartelijke groet,
Stef

Oorzaken van spreekangst

Slapeloze nachten 2De angst (in kleine of grote mate) kan talloze oorzaken hebben, hoewel één oorzaak er redelijk universeel uitspringt: We willen aardig gevonden worden en die behoefte laat vooral van zich horen wanneer we in het middelpunt van de belangstelling staan of komen te staan.
Daarnaast zijn de oorzaken voor vrijwel iedereen verschillend. Laten we eens naar ’n paar mogelijke voorbeelden kijken.

Gepest worden
is natuurlijk niet bevorderlijk voor het gevoel dat je aardig gevonden wordt. Daarnaast bevordert zowel het pesten als gepest worden juist het gevoel van afstand en verwijdering in plaats van toenadering en verbinding. En juist verbinding is een universeel menselijk streven. Als kind begrijpen we dat natuurlijk niet en laten we eerlijk zijn: kinderen kunnen erg hard voor elkaar zijn. Aan de andere kant, onder volwassenen komt het helaas ook voor. Er zijn recentelijk zelfs voorbeelden van kinderen die dermate gepest zijn dat ze doorslaan en iemand anders of zichzelf iets gewelddadigs aandoen.

Op school

vraagt de onderwijzer je onverwacht iets, je weet het antwoord zo snel niet en je schaamt je. Of je wordt uitgelachen. Je moet bijvoorbeeld op school een spreekbeurt houden en je struikelt over een woord: de hele klas lacht en jij voelt je voor gek staan.
In dit verband herinner ik me een docent wiskunde op de middelbare school. Nu lag wiskunde mij totaal niet. Voordat ik dat vak kon laten schieten had ik alleen onvoldoendes en wanneer mij iets gevraagd werd wist ik zo wie zo geen passend antwoord te bedenken. Dat leidde tot smadelijke opmerkingen van die docent.

In je gezin

kon je je niet voldoende uiten, omdat je bijvoorbeeld de mond werd gesnoerd. Of je kreeg vaak te horen dat jouw mening niet belangrijk was. Als je die vroege onterechte conclusies meeneemt naar je volwassen leven, dan doe je natuurlijk niet graag je mond open, bijvoorbeeld in een vergadering. Zelf ben ik bijvoorbeeld opgegroeid als jongste in een gezin met 8 kinderen, waarin de ouderen het grootste woord hadden en de jongeren minder aan bod kwamen.

Stel, je bent 4 jaar
in dit hypothetische voorbeeld. Je taal is nog niet zo hoog ontwikkeld uiteraard. Je staat in het middelpunt van de aandacht op een verjaardag en natuurlijk ben je een schattig jochie of meissie. Je zegt iets geks in je onschuld en de hele kamer zit te schudden van het lachen. De ene persoon kan tot de onbewuste overtuiging komen dat het dus leuk is en hij wordt bijvoorbeeld cabaretier. Een ander kan bijvoorbeeld onbewust concluderen dat het stom is, zich terugtrekken en later spreekangst ontwikkelen. Dit wil overigens niet zeggen dat die cabaretier in dit voorbeeld zich bij spreken in het openbaar op z’n gemak voelt. Mogelijk zelfs het tegendeel.

Dit zijn allemaal situaties, waarin je belemmerende overtuigingen opbouwt, die je natuurlijk niet helpen aan vrijheid in je communicatie met anderen of voor een groep. Besef in ieder geval dat je beslist niet de enige bent én dat er veel aan te doen is met de ruime keuze aan trainingen hiervoor.

Het is voor de methodiek van Speaking Circles (deze website) overigens niet van belang wat de oorzaak is, dat je niet in het middelpunt van de belangstelling wilt staan. Er zijn echter situaties waarbij enige individuele begeleiding (gevolgd door bijvoorbeeld Speaking Circles) wel erg behulpzaam en soms noodzakelijk kan zijn.

Heb jij wel eens stil gestaan bij de oorzaak? Laat hier je reactie weten.

Hartelijke groet,
Stef

Tijdbewaking

KlokGa je weleens gebukt onder de tijddruk, wanneer je op het podium staat? Niet fijn, hè.
Je spreektijd bewaken is een weinig besproken onderwerp, dus laten we het daar eens over hebben. Wat regelmatig voorkomt is dat sprekers teveel willen vertellen in de tijd die beschikbaar is. Je loopt het risico dat je sneller gaat spreken dan goed voor jou en je publiek is. Voor jou, omdat je dan minder gelegenheid neemt om adem te halen. Je gaat hoger adem halen met ’t risico dat je minder goed bij jezelf bent. Als je minder gelegenheid hebt om adem te halen, ben je ook sneller door je energie heen. Neem dus de tijd, ook om adem te halen. Als je de tijd neemt, en dus wat langzamer spreekt, blijft het publiek je ook beter volgen en heb je meer verbinding met je publiek. En dat is natuurlijk goed, want je boodschap heeft meer kans om aan te komen.

Neem de tijd  (overigens de titel van een goed boek van Eknath Easwaran) geeft je ook minder tijddruk en dus meer rust. Als je weet hoeveel spreektijd je hebt, zorg er dan voor dat je bijvoorbeeld 5 minuten voor het einde een signaal krijgt om af te ronden. Dat kan door een klok in je gezichtsveld te hebben of iemand die je een signaal geeft. Het kan bijvoorbeeld ook door een stopwatch, die je op een of andere MotivAider-in-handmanier een geluidloos signaal geeft. Zelf gebruik ik daarvoor altijd de MotivAider (zie foto hiernaast). Deze geeft een trilsignaal op elk gewenst moment.
Als er ook gelegenheid moet zijn voor vragen/dialoog, kies dan vooraf of je dat tijdens of na afloop van je verhaal wilt en maak dat aan het begin duidelijk. Wil je meer interactie gedurende je verhaal, dan kies je natuurlijk voor de mogelijkheid om onderbroken te worden. Tip: Je blijft makkelijker bij de draad van je verhaal (in je flow) als je niet onderbroken wordt. Ruim in dát geval ook voldoende tijd in voor vragen/dialoog aan het eind.

Hoe gebruik jij je tijd op het podium?
Hoe zorg jij ervoor dat je niet in tijdnood komt?
Wil jij juist wel of niet worden onderbroken voor vragen?

Vertel ’t hier in een reactie.

Hartelijke groet,
Stef
Meer lezen? Klik hier.

Wetenschappelijk verhalenverteller (vervolg)

In 2012 heb ik de eerste video (Ted-talk) van Brené Brown in mijn blog opgenomen. Zij heeft lange tijd wetenschappelijk onderzoek gedaan naar kwetsbaarheid, moed, authenticiteit en schaamte. Voor ’t geval je die niet hebt gezien, klik dan hier, en kijk pas daarna naar onderstaand vervolg erop.
In onderstaande video zegt Brené ergens: “Kwetsbaarheid is geen zwakte.” (vertaald)
Het is goed om je dat te realiseren. Als je voor een groep staat en je voelt je kwetsbaar, realiseer je dan dat je de moed hebt gehad om dát te doen, waarvan je dacht dat ’t nodig was of heel graag wilde. De moed om in het ongewisse te stappen………… en het tóch te doen. Je hebt dan m.i. gewoon recht op applaus, in ieder geval van mij. Ik kom hier vast nog wel ’n keer op terug.

Laat hier je reactie weten, oké.

Hartelijke groet,
Stef

Mieren en hersencellen

Tijdens onze vakantie werd ik geïnspireerd door het gedrag van mieren voor onze tent in Zuid-Frankrijk.

Een stukje brood van ongeveer een kubieke centimeter werd in ’n uur tijd volledig afgebroken en het nest binnengesleept, vaak in stukken groter dat ze zelf zijn.
Nu is het zo dat één enkele mier absoluut geen indrukwekkende prestatie levert, behalve het feit dat hij grotere objecten en gewichten kan tillen dan zichzelf. Dat is dan weer wél een prestatie van formaat. Maar zet eens ’n paar duizend (of miljoen) mieren bij elkaar en er ontstaat een intelligent systeem van samenwerking en communicatie, zonder dat er eentje de leiding neemt.

Een vergelijking met onze hersencellen is zo gek nog niet: Eén hersencel maakt geen deuk in ’n pakje boter en is redelijk dom. Neem nu eens 86 miljard hersencellen samen (gemiddelde mens) en stop ze in een een schedel, dan heb je toch ’n zekere mate van intelligentie. Ze communiceren met elkaar middels boodschapperstofjes en zo kunnen we met het geheel van al die cellen samen keuzes maken, boodschappen doen, elkaar herkennen, beslissingen nemen en zelfs nadenken.

En bij die laatste complexe mogelijkheid – nadenken – wil ik even stilstaan in relatie tot spreken in het openbaar. Stel, je staat voor een groep en je wilt dat je publiek aan je lippen hangt, dat je verbinding met je publiek hebt. Toch? Dan is het zaak om zo min mogelijk of niet na te denken. Nadenken haalt je uit de verbinding met je publiek én uit de flow van je verhaal. Maar ja, dat is even makkelijk gezegd. Het is belangrijk om te ervaren dat je zonder nadenken zinnige dingen kunt zeggen. Natuurlijk is het wennen in het begin, net als fietsen in het begin oefenen en wennen is. Het is ook een kwestie van erop leren vertrouwen dat je verhaal er soepel uitkomt, wanneer je niet nadenkt. Kortom, bij spreken in het openbaar kunnen we wel met wat minder hersencellen toe.

Wat is jouw persoonlijk ervaring met nadenken, wanneer je voor een groep staat?
Laat je reactie hier achter.

Hartelijke groet,
Stef

7 tips voor meer Zelfcompassie

ZelfcompassieOver het algemeen genomen zijn we tegen niemand zo streng als tegen onszelf. Natuurlijk merken we het effect daarvan ook wanneer we in het openbaar moeten (gaan) spreken. Want streng zijn tegenover onszelf wil ook zeggen dat we de lat hoog leggen. Ga eens op de lat zitten, las ik ’n tijdje geleden ergens. Kon je al direct fietsen toen je het voor het eerst probeerde? Heb je je rijbewijs in één les gehaald?

Kortom, met meer zelfcompassie heb je minder sociale stress.  Dit bleek ook uit onderzoek in Amerika, waarover geschreven wordt in Psychologie Magazine van Juni 2014.

Tijd dus voor 7 tips voor meer zelfcompassie:

1. Erken dat imperfectie soms onvermijdelijk is. Het leven verloopt lang niet altijd precies zoals wij willen. En dat zegt niets over ons. In het Boeddhisme zegt men: Er is lijden. (let op die punt)

2. We zijn niet beneden- of bovengemiddeld. We zijn zoals de meeste mensen en net als de meeste mensen hebben ook wij kwetsbaarheden en zwakke plekken. Erken dat en laat toe dat het zo is.

3. Natuurlijk hebben we af en toe (of regelmatig) negatieve gedachten. Veroordeel die gedachten niet, accepteer dat ze er zijn en klaar. (let weer op die punt)

4. Geef je niet over aan zelfmedelijden, want dat heeft met zelfcompassie niets te maken.

5. Kijk je regelmatig naar dingen die je niet bevallen aan jezelf, ga dan eens ’n dag uitsluitend met waardering kijken naar jezelf.

6. Als je jezelf op je kop geeft, bedenk dan de volgende keer (keren) direct erbij: Hoe zou je door anderen behandeld willen worden (t.a.v. dit onderwerp)?

7. Wil je weten hoe je ervoor staat m.b.t. jouw zelfcompassie, doe dan eens de test op de site van Roos Vonk, klik hier. Ook de vragen die daarin gesteld worden, kunnen je al aan het denken zetten voor verbetering.

Hoe hoog leg jij de lat voor jezelf? Laat ’t hier weten in je reactie.

Hartelijke groet,
Stef

Lichaamshoudingen

she-and-her-colleagues-put-together-a-test-in-which-they-asked-people-to-assume-a-high-power-pose-for-2-minutes-like-this-one-for-exampleNog niet zo lang geleden werd bekend dat de effecten van de Iceman (Wim Hof) wetenschappelijk werden aangetoond. Het betreft beïnvloeding van je lichaam met je geest. Nu is dat vanuit de NLP (Neuro Linguïstische Programmering) bezien niet zo vreemd, want een van de vooronderstellingen van NLP is: Lichaam en geest beïnvloeden elkaar over en weer. Niet zo verbazingwekkend dus, maar wetenschappelijk is het wél een doorbraak, omdat dit nog niet eerder was bewezen.

power-posing-produces-significant-and-immediate-changes-in-your-bodys-chemistry-after-just-two-minutes-in-a-high-power-pose-your-testosterone-levels--the-dominance-hormone--can-skyrocket-20Het omgekeerde is natuurlijk ook het geval en daarover is nog niet zo heel lang geleden ook een en ander aangetoond door Amy Cuddy. Het gaat om de beïnvloeding van je geest door ons lichaam, meer specifiek onze lichaamshoudingen. Zij heeft ontdekt dat door bepaalde houdingen aan te nemen gedurende 2 minuten, het it-will-also-cause-your-cortisol-levels-the-stress-hormone--to-fall-sharply-when-cortisol-levels-drop-people-are-better-able-to-handle-stressful-situationstestosteronniveau stijgt. En gelijktijdig daalt het cortisolgehalte (stresshormoon) in ons lichaam. Zij heeft deze houdingen HIGH POWER POSES genoemd (bovenste rij in onderstaande foto). Natuurlijk bestaat ook het tegenovergestelde: Low power poses (de onderste rij in dezelfde foto).

Hoe werkt het en wat kunnen we ermee?
Je kunt vlak voordat je een belangrijke vergadering hebt of speech gaat geven een van de houdingen aannemen van de bovenste rij van onderstaande foto en dat doe je dan gedurende 2 minuten onafgebroken. Sommige houdingen kun je zelfs op ’n toilet aannemen, als er geen andere mogelijkheid is of als je privacy wilt.
High Power poses Amy Cuddy

Ik ben benieuwd naar je ervaringen! Laat je ze hier in een reactie weten?

Hartelijke groet,
Stef

Wees jezelf

Zo op het eerste gezicht lijkt er geen verschil te zijn tussen presenteren en spreken in het openbaar. Maar naar mijn mening is er een subtiel maar niet onbelangrijk verschil tussen deze twee grootheden, terwijl ze toch vaak als synoniemen worden gebruikt. Bij presenteren denk ik aan allerlei vormen waarin je iets presenteert. Je kunt een dia-serie presentereBlog 1 mei foton, een nieuw model auto. Bij deze vorm van presenteren laat je iets zien, een product, een dienst, programma of iets dergelijks, waarbij precies dát het middelpunt vormt van je presentatie. De persoon die het presenteert is in deze voorbeelden niet de belangrijkste factor, maar de dienst of het product. Van Dale geeft bij presenteren als vermelding o.a. “zichzelf presenteren aan iemand”, maar met alle technieken is deze betekenis m.i. naar de achtergrond geraakt.

Bij spreken in het openbaar is juist de persoon die presenteert de belangrijkste factor, vandaar dat ik weleens de term authentiek presenteren gebruik. Daarmee bedoel ik dat die persoon vooral zichzelf presenteert, authentiek. Je staat in het middelpunt van de belangstelling en een eventueel product of onderwerp is van ondergeschikt belang, althans met betrekking tot de methodiek. Natuurlijk vinden we ook hierbij dat het onderwerp van gesprek belangrijk is. Vandaar dat zo vaak belang wordt gehecht aan een gedegen voorbereiding. Deze gedegen voorbereiding wordt vaak gebruikt (misbruikt) om het ongemak te maskeren dat bij spreken in het openbaar de kop op steekt. Hiermee wil ik niet zeggen dat voorbereiding op geen enkele manier nodig is. Zie bijvoorbeeld mijn eerdere blog over voorbereiding.

Ook het gebruik van apparatuur, zoals bijvoorbeeld powerpoint, wordt vaak misbruikt om het middelpunt van de belangstelling te ontwijken. Zie mijn eerdere blog hierover. Naast die inhoudelijk voorbereiding kan een andere vorm van voorbereiding van belang zijn: ervoor zorgen dat je er oké mee bent om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Gewoon jezelf zijn, er zijn al zoveel anderen.

Dit onderscheid tussen presenteren en spreken in het openbaar maakt ook dat er nogal wat verschil is tussen de diverse trainingen op dit gebied. Speaking Circles richt zich geheel op spreken in het openbaar als voorwaarde scheppende manier om in het middelpunt van de belangstelling te (willen) staan. Zo kun je bijvoorbeeld zeggen dat iemand die goed kan presenteren niet per definitie ook goed kan spreken in het openbaar. Goed spreken in het openbaar zie ik bij iemand die gewoon zichzelf is voor publiek en geheel vanuit zichzelf zijn verhaal brengt in verbinding met ‘t publiek, ongeacht of daar wel of niet een product of dienst bij hoort.

Ervaar jij dit onderscheid ook? Of juist helemaal niet?  Laat het weten in je reactie. De knop daarvoor staat boven dit artikel.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs
Wil je 1x per maand ‘n berichtje ontvangen, geef je dan hier op:

Verbinding met je publiek

Verbinding met je publiekOngetwijfeld heb ik al eerder over dit onderwerp geschreven, maar ik wil er nu vanuit een andere benadering naar kijken. Namelijk de paradox van de natuurlijke behoefte aan verbinding versus de angst ervoor. Als je mensen, die al eerder voor publiek stonden, vraagt wat ze het liefst willen, dan is “verbinding met m’n publiek” veel gehoord. En als een enorm groot deel van de bevolking (pakweg 85%) zoveel moeite heeft met spreken in het openbaar, dan moeten we teruggaan in de tijd. Dan is het logisch dat er collectief iets aan de hand is. Niets van wat ik schrijf is wetenschappelijk bewezen, maar als je er logisch over nadenkt kom je ’n heel eind.

Laten we eens bij onze geboorte beginnen, dat is toch zo’n beetje de eerste bijzondere gebeurtenis in ons leven. Nadat we 9 maanden in een (meestal) ongelooflijk veilige en warme omgeving hebben geleefd, waarin volautomatisch in al onze behoeften werd voorzien, worden we naar buiten geperst. Onze eerste ervaring kan niet bepaald positief zijn geweest, het is plotseling koud en we moeten eerst krijsen voordat er iets aan voedselvoorziening en schoonmaak wordt gedaan. En dan hebben we het nog niet eens over verbinding en koestering, twee onmisbare grootheden voor een baby.

Je kunt je voorstellen hoe groot de kans is op verlatingsangst en daartegenover de levenslange behoefte aan verbinding. Natuurlijk is dat niet bij iedereen in dezelfde mate het geval en ook onze opvoeding en ons opgroeien speelt ’n flink toontje mee. Bij (de angst voor) spreken in het openbaar komen we dit vooral weer tegen, ook in bedekte termen. Denk bijvoorbeeld aan vragen die we onszelf nogal eens stellen: “wat zullen ze wel niet van me vinden”, “doe ik het wel goed genoeg”, “bén ik wel goed genoeg”, en dergelijke. Schaamte en afgeserveerd worden kunnen regelrecht linken aan onze verlatingsangst, ook wel angst om buitengesloten te worden. We willen niets liever dan “erbij horen“, ofwel verbinding met de groep hebben waartoe we behoren.

In relatie tot spreken in het openbaar:
We moeten dus met die verbinding beginnen om die angst voor spreken in het openbaar te overwinnen. Verbinding met je publiek dus, simpelweg door je publiek – één persoon tegelijk – in de ogen te kijken. In dié verbinding komen je woorden ook daadwerkelijk áán. Het is niet zo verwonderlijk dat Speaking Circles dit als basis in zich heeft. Relational Presence, in relatie zijn met één persoon, is een van de belangrijkste fundamenten van Speaking Circles. Het is een van de elementen die in de trainingen uitgebreid aan bod komen en die je ook tegenkomt in de online cursus.

Wat is jouw ervaring? Hoe heb jij een goede verbinding met je publiek? Laat ’t hier weten.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs
Wil je 1x per maand ‘n berichtje ontvangen, geef je dan hier op:

Complimenten

girl with OKIn mijn vorige blog schreef ik over verschillende mogelijkheden met betrekking tot waardering en vandaag ga ik het hebben over complimenten. Complimenten maken het leven leuker, mooier, vrolijker en het bevordert de onderlinge band die je met elkaar hebt. Overigens betekent dat niet dat je het geven van complimenten moet beperken tot mensen die je kent. Ook mensen die je niet kent maar terloops ontmoet kun je complimenteren.
Het moet wel echt gemeend zijn en kloppen, zowel voor de gever van het compliment als de ontvanger. Maak het compliment gerust specifiek. in plaats van wat kun jij heerlijk koken, zeg je bijvoorbeeld wat heb je dit lekker klaargemaakt. Het moet bij jouw manier van spreken en doen passen, anders is het niet authentiek.
Het kan best zijn dat je met het geven van complimenten buiten je comfortzone komt, maar dat is prima. Dáár doe je nieuwe (leer-) ervaringen op. Dat kan ook het geval zijn bij de ontvanger van complimenten. Ik ben er door mijn werk achter gekomen, dat we (even generaliserend) helemaal niet zo gewend zijn om complimenten te geven en te ontvangen. Maar de waarde ervan kan behoorlijk groot zijn. Voor ons zijn complimenten hetzelfde als de zon en water voor planten: ze groeien ervan, Zo is dat ook voor ons, we groeien van complimenten en waardering. Het is een teken van persoonlijke aandacht voor elkaar.

Je kunt jezelf ook in stilte oefenen in het geven van complimenten. Als je onderweg bent en regelmatig mensen ziet, bedenk dan wat voor compliment je die onbekende zou kunnen geven en hoe je het zou zeggen. Daarmee train je jezelf op dit vlak.

Over het ontvangen van complimenten kan ik kort zijn: Zeg dank je wel en dat is het dan. Meer dan ontvangen hoef je niet te doen. Wánt voor de gever is een compliment pas een compliment als het ook ontvangen word.

Hoe is het voor jou om complimenten te geven / ontvangen?
Laat het hier in een reactie weten.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Waardering

WaarderingBij Speaking Circles hebben we het vaak over waardering. Nu heb ik ’n paar andere mogelijkheden met waardering waar je je voordeel mee kunt doen.
De eerste kun je elke dag gebruiken in allerlei situaties en geeft je simpelweg ’n prettig gevoel.
Kijk om je heen en focus je blik op iets moois of plezierigs dat je ziet. Bedenk hoe prachtig, fijn en nuttig het is. Richt je aandacht er langer op en laat je positieve gevoel krachtiger worden. Ga dan verder naar een ander onderwerp dat je kunt waarderen. Kies onderwerpen die makkelijk te waarderen zijn, zodat je er niet hard voor hoeft te werken. Het wordt nog krachtiger wanneer je de plezierige en waarderende gedachten ook opschrijft.
Als je hieraan gewend raakt kun je het overal toepassen: Je staat stil voor een verkeerslicht. Je bent op ’n andere manier aan het wachten, op de trein of bus, op een afspraak, etc.
Wat levert het je op? Zo’n staat van waardering is bevorderlijk voor het creëren van wat je wilt.
De tweede kan je o.a. een salarisverhoging opleveren, gesteld dat je een baan hebt:
Neem ’n schriftje en schrijf er élke dag aan het eind van de dag 5 dingen in die je die dag goed of uitstekend hebt gedaan. Schrijf ’t zo kort en kernachtig mogelijk op. Na verloop van tijd heb je een schat aan waardevolle informatie over jezelf. Selecteer dan eens 5 of 7 dingen uit die lijst die heel vaak voorkomen en je hebt sterkte argumenten bij een volgend salarisgesprek of functioneringsgesprek.  Daarnaast is zo’n schriftje/lijst natuurlijk altijd goed voor het vertrouwen in jezelf.

Heb jij ook ’n leuk idee om met waardering te werken, laat ’t me hier in een reactie weten.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs