Categorie archief: Spreekangst

Tips Tips Tips

Er circuleren op internet heel wat tips over spreken in het openbaar, ook op deze site. Daarvan is de eerste tip natuurlijk een open deur: Volg eens ’n cursus of training. Heb je ooit je rijbewijs gehaald zonder enige rijles? Toch is dat wat veel mensen van zichzelf verwachten, onder het motto ik kan toch spreken. Maar bij spreken in het openbaar komt er een dimensie bij: een meerkoppig publiek, dus waar richt je je dan op.

Speaking Circles
maakt het mogelijk en helpt je een échte ontmoeting en verbinding met je publiek aan te gaan. Dit is vergelijkbaar met een-op-een gesprekken in die zin dat het een serie mini-een-op-een-gesprekken is.
Om je rijbewijs te halen heb je, naast theorie, ook rijles nodig. Praktijkervaring dus. Bij Speaking Circles is dat natuurlijk niet anders. Je kunt het niet uitsluitend uit een boek of ’n serie tips leren.

MAAR……
ik ben van mening dat je een cursus of training moet volgen die je persoonlijk aanspreekt, ook al zou dat niet de methode zijn die ik zelf hanteer: Speaking Circles®. Dit zeg ik omdat ik meer dan eens heb meegemaakt dat iemand anders dan de feitelijke deelnemer een cursus zocht, een HR-manager voor een personeelslid bijvoorbeeld. Dan sprak mijn training de HR-manager wel aan, maar bleek later het personeelslid toch iets anders nodig te hebben. Natuurlijk kun je je wel laten inspireren door iemand anders, maar het is m.i. essentieel dat je zélf beoordeelt of een training je al dan niet aanspreekt. Meer lezen over Speaking Circles, klik hier.

Voor 2018 wens ik je een spraakzaam, gezond, gelukkig en inspirerend jaar.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Oorzaak van spreekangst

Je hoeft niet per se te weten wat de oorzaak is van je spreekangst(en), maar het kán wel. De angst (in kleine of grote mate) kan talloze oorzaken hebben, hoewel één oorzaak er redelijk universeel uitspringt: We willen aardig gevonden worden en die behoefte laat vooral van zich horen wanneer we in het middelpunt van de belangstelling staan of komen te staan.

Daarnaast zijn de oorzaken voor vrijwel iedereen verschillend. Laten we eens naar drie mogelijke voorbeelden kijken, hoewel er natuurlijk meer zijn.

Gepest worden is natuurlijk niet bevorderlijk voor het gevoel dat je aardig gevonden wordt. Kinderen kunnen voor elkaar keihard zijn, terwijl ze (vaak ook logisch) nog niet begrijpen wat het effect op de ander kan zijn, zelfs tot veel later. Daarnaast bevordert zowel het pesten als gepest worden juist het gevoel van afstand en verwijdering in plaats van toenadering en verbinding. En juist verbinding is een universeel menselijk streven.

Op school vraagt de onderwijzer je onverwacht iets, je weet het antwoord zo snel niet en je schaamt je. Of je wordt uitgelachen. Je moet bijvoorbeeld op school een spreekbeurt houden en je struikelt over één woord: de hele klas lacht en jij voelt je voor gek staan. Als contrast, bedenk eens hoe populair Philip Freriks was als journaalpresentator, juist vanwege zijn versprekingen.

In je gezin kon je je niet voldoende uiten, omdat je bijvoorbeeld de mond werd gesnoerd. Of je kreeg vaak te horen dat jouw mening niet belangrijk was. Als je die vroege onterechte conclusies (uiteraard onbewust) meeneemt naar je volwassen leven, dan doe je natuurlijk niet graag je mond open, bijvoorbeeld in een vergadering of op het podium.

Het is voor de methodiek van Speaking Circles overigens niet van belang waar je angst vandaan komt. Er zijn echter situaties waarbij enige individuele begeleiding (in samenhang met een training) wél behulpzaam en soms noodzakelijk kan zijn.

Heb je daar twijfels of vragen over, bel me dan, 0622517697.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Waar je aandacht aan geeft, dat groeit

Waar je aandacht aan geeft, dat groeit. Dit werkt dus ook zo met je angsten.
In een nummer van Psychologie Magazine stond eens een artikel over moed en ik citeer even de opening: ‘Moed is je angst verslaan. Ware helden zijn niet persé minder angstig. Wel hebben ze meer lak aan regels en lappen ze andermans mening makkelijker aan hun laars. En dat zijn eigenschappen waar een held in spé nog wat van kan leren.’

Natuurlijk komt angst in relatie tot spreken in het openbaar regelmatig ter sprake. Telefonisch als mensen informeren of Speaking Circles ook voor hún angst werkt en ook tijdens trainingen. Veelal is mijn reactie: “Het minste wat je van één dag mag verwachten is dat je met je angst kunt omgaan.” Van die angst af willen is een thema dat tijdens trainingen vaak aan bod komt. En dat is precies hoe het niet werkt. Het betekent namelijk dat je zo graag van die angst af wilt, dat je ertegen aan het vechten bent. Daar gaat veel energie in zitten, waardoor je meer krijgt van wat je nu juist niet wilt.

Mijn voorstel is dus om die angst te accepteren, dat deze er mag zijn. Omarm bij wijze van spreken je angst. En heb lak aan je eigen gedachten over wat je publiek van je zou kunnen vinden. Overigens, bedenk even dat de meeste mensen in je publiek al lang blij zijn dat jij daar staat en zij dat niet hoeven. Door voor je publiek te gaan staan mét je angst ben je wat mij betreft de held. Soms heb je nl. maar één kans om voor die bewuste groep te gaan staan en die kans moet je dan wel grijpen.

De opening van het aangehaalde artikel zou ik dus iets willen nuanceren: Moed is je angst accepteren en het toch doen.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Blozen

In ongemakkelijke situaties reageren we verschillend, afhankelijk van wie en hoe we zijn.  Een van die reacties is blozen en daar gaan we het nu over hebben, vooral in relatie tot spreken voor publiek natuurlijk. Spreken in het openbaar is voor veel mensen een ongemakkelijke situatie en dus reageren sommigen daarop met blozen. Nou ja, sommigen? Dat zijn er meer dan je wellicht denkt. Alleen heeft de een er minder of geen last van en de ander wel.

Laat ik voorop stellen, dat blozen een natuurlijk verschijnsel is, waar de meeste mensen om je heen (die het zouden kunnen zien) niets mee doen. Het is nog charmant ook. Mensen om je heen spreken je er ook meestal niet op aan, wanneer je bloost. En daarnaast wordt het door veel mensen niet eens opgemerkt, wanneer je bloost. Trouwens, zie je jezelf weleens blozen? Waarschijnlijk niet, want dan moet er maar net op zo’n moment ’n spiegel in de buurt zijn. Dus het is voor jezelf vooral iets wat je voelt: de warmte in je gezicht. En wanneer je daar aandacht aan geeft, ga je wellicht ook nog onjuiste conclusies trekken, die er een probleem van maken. Conclusies die jouw publiek in meerderheid niet zal trekken of zelfs niet eens aan zal denken.

Als je er geen last van hebt, wil dat niet zeggen dat je helemaal niet bloost. Dus iemand die bloost en er geen last van heeft, doet er waarschijnlijk niets mee. Dat verschil lijkt me cruciaal: Er wel of niet iets mee doen. Als je er iets mee wilt doen, bijvoorbeeld dat het blozen weggaat, dan schenk je er aandacht aan. En, je weet ’t hè: alles waar je aandacht aan schenkt, dat groeit.

Het is dus misschien wel ’n goede strategie van mensen die wél blozen, maar er geen aandacht aan geven. Maar stel nou dat jij er wél last van hebt. Hoe zou je er dan geen of minder aandacht aan kunnen geven?

  1. Je kunt overwegen om je aandacht volledig te richten op wat je op dat moment moet doen, je verhaal vertellen bijvoorbeeld. Wanneer je volledig opgaat in je verhaal en in je verbinding met je publiek, dan heb je geen tijd meer over om je met blozen bezig te houden.
  2. Accepteren dat je dit verschijnsel (nu en dan) hebt en er maling aan hebben. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Wat je zou kunnen helpen is bijvoorbeeld ’n flinke tijd met grote regelmaat je onbewuste ervan overtuigen dat het oké is, door tegen jezelf te zeggen “ik accepteer mezelf mét blozen”, of iets in die richting. Of: “Ik bloos, dus ik leef”.
  3. Je zou regelmatig, maar vooral vóórdat je voor publiek gaat staan, een bekrachtigende lichaamshouding kunnen aannemen. Zie daarvoor dit eerdere blog.
  4. Wanneer je het ongemak deelt met je publiek, zal het kleiner worden. Delen is nl. ook halveren. Deel je probleem en het wordt kleiner, deel jezelf en je wordt groter.
  5. Zoek vaker het middelpunt van de belangstelling op, dan zal ook dit makkelijker worden. Wil je dit ’n boost geven, dan is Speaking Circles een uitstekende methodiek.

Veel succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Basisbehoeften

De Amerikaanse psycholoog David McClelland (1917-1998) toonde aan dat we drie psychologische basisbehoeften hebben, die ons ieder in wisselende mate aansturen:
1. De behoefte aan aansluiting, aan ergens bij willen horen, aan aardig gevonden willen worden.
2. De behoefte aan prestatie, aan iets willen bereiken, scheppen, produceren.
3. De behoefte aan macht.

Toen ik hierover las, realiseerde ik me direct dat er belangrijke verbanden zijn tussen deze 3 basisbehoeften en het fenomeen spreken in het openbaar. Als we ongemak of angst ervaren bij spreken in het openbaar, worden deze 3 behoeften allemaal aangeraakt:
De behoefte om aardig gevonden te worden (1) steekt direct de kop op, terwijl we van onszelf verlangen dat de speech of presentatie meteen helemaal perfect is (2) en wij tijdens de speech ook nog volledig de macht (3) over onszelf willen hebben (en liefst ook over het publiek 🙂 ).

Denk je nu ook dat dit wel ’n beetje teveel is, dan ben ik het helemaal met je eens. Laat, om te beginnen de behoefte aan macht maar los. Over je publiek heb je die toch al niet. En t.a.v. macht over jezelf: wanneer je zoveel mogelijk jezelf kunt zijn, dan is die macht niet meer zo belangrijk.

Realiseer je vervolgens dat je speech of presentatie helemaal niet perfect hoeft te zijn. Je kunt zelf achteraf bijvoorbeeld wel bedenken dat je bepaalde dingen niet hebt verteld, maar je publiek weet toch niet wat je (al dan niet per ongeluk) achterwege   hebt gelaten. Voor je publiek ontbreekt er dus niets, dat zit alleen in je eigen hoofd.

Over de behoefte aan aardig gevonden willen worden wil ik je voorstellen om bij jezelf te beginnen. Begin met milder voor jezelf te zijn, minder veeleisend naar jezelf, de lat wat lager leggen, kortom: jezelf aardiger vinden, dan volgen die anderen vanzelf wel (of niet en dan is het ook goed).

Veel succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Blijf ademen

Ademen. Ik heb er vast weleens over geschreven, maar waarschijnlijk slechts zijdelings. Laten we er maar eens wat dieper op ingaan dus.
Het lijkt zo simpel en we letten er vaak niet op, maar op een spannend moment kun je zomaar even stoppen met ademhalen. En spreken in het openbaar is voor veel mensen zo’n spannend moment. Ademen kun je op verschillende manieren doen: borstademhaling en buikademhaling. Ik hoef je vast niet te vertellen dat borstademhaling oppervlakkiger (hoger) is dan een buikademhaling. Maar, ga er eens op letten. Hoe adem je meestal in het dagelijks leven? Is het borst, ga dan eens na of je je daar wel rustig bij voelt. Ervaar eens hoe het voelt om naar je buik te ademen. En merk dan op dat buikademhaling je veel minder energie kost dan borstademhaling.

Je heb bij buikademhaling gewoon minder spieren nodig, dus kost het minder energie. Bovendien, en hier is de belangrijkste link met spreken in het openbaar, je wordt er rustiger van. Een van de valkuilen voor mensen met (grote of kleine) angst voor spreken in het openbaar is dat de ademhaling omhoog gaat en vaak sneller. En omdat ze van het podium af willen, gaan ze ook sneller praten….. waardoor je minder tijd hebt om adem te halen. Dat gaat jou natuurlijk niet (meer) gebeuren, want je leest nu dit artikel. 🙂

Tijdens de trainingen spreken in het openbaar met Speaking Circles komt ademen regelmatig ter sprake. Een van de oefeningen is nl. dat je voor je publiek staat, terwijl je alleen maar hoeft te ademen en je publiek aankijken…. zónder te spreken. Je ervaart dan ongetwijfeld je ademhaling (hoog/laag, snel/langzaam). Maar ook wanneer je wel spreekt is een rustige buikademhaling bevrijdend: je spreekt automatisch langzamer (rustiger) met voldoende tijd om te ademen. Voor jou goed, maar ook voor je publiek. Je publiek kan je absoluut beter volgen, wanneer je zo rustig spreekt.

Maar er gebeurt meer. Ervaar eens wat er gebeurt, wanneer je zo voor publiek gaat staan: Het publiek is vaak nog wat onderling aan het praten. Jij gaat daar staan en je zegt (nog) niets. Je staat rustig te ademen én kijkt dié mensen aan die al direct voor jou beschikbaar zijn. Let dan eens op hoe snel de hele zaal stil wordt.

Je hebt invloed op je publiek, simpelweg omdat je daar als voorbeeld vóór staat. Ben je zelf druk dan heeft dat invloed op je publiek, dat ook makkelijker druk zal zijn. Op dezelfde manier zal je publiek ook rustiger en aandachtiger zijn, wanneer jij dat bent.
Adem in, adem uit. Durf je dit niet zonder oefening in de praktijk te brengen, kom dan ’n keer naar een Speaking Circle om te ervaren, dat het echt werkt.

Wat doe jij met je ademhaling? Neem je er de tijd voor?

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Spreken op een uitvaart

In reactie op een vraag hierover:

Sprekers op een uitvaart lezen vrijwel altijd hun speech voor vanaf papier. Er zijn uitzonderingen daarop en die heb ik meegemaakt en ook zelf veroorzaakt.

CandlesJe kunt een inhoudelijk prachtige speech voorbereiden, uitschrijven en ook schitterend voorlezen, maar het blijft voorlezen. De mensen in de zaal/aula zullen echter iets missen (zeker de mensen die jou (goed) kennen): Jouw bevlogenheid, authenticiteit en verbondenheid blijven veelal verborgen het voorlezen.

De vragensteller merkt terecht op: Het hoeft niet perfect, wel authentiek.

Daar wringt precies de schoen. De voorgelezen speech is feitelijk verleden tijd, de authenticiteit, bezieling etc. was er ongetwijfeld toen deze geschreven werd….. maar verdwijnt door het voorlezen. Wellicht is de gedachte als ik ’t maar goed voorlees, dan is ’t oké, maar dat is zonde van de energie die erin is gestoken. Bij voorlezen is de verbinding met de zaal meestal minimaal. En in die verbinding met de mensen in de zaal kun je nou precies je eigenheid kwijt. Met voorlezen doe je m.i. ook je publiek tekort.

Bij een speech, wellicht aan de hand van ’n paar steekwoorden (waar je vooraf dus wel over hebt nagedacht), die in het moment ontstaat – in contact met je publiek – is de kans groot dat de mensen aan je lippen hangen. Je eigenheid komt volledig tot z’n recht. Je bent authentiek, en – let wel – het hoeft niet perfect. Een beetje krom maar wel recht uit je hart raakt beslist je publiek. Iedereen in je publiek begrijpt dat je daar, met je emoties, niet op je gemakkelijkst staat.

De hamvraag van de vragensteller: hoe doe je dat?

  1. Je hebt er vooraf je gedachten over laten gaan en maximaal enkele steekwoorden opgeschreven (klein briefje of kaartje). Geen hele verhalen, alleen steekwoorden!
  2. Wanneer je daar eenmaal staat, kijk je iemand aan (bijvoorbeeld iemand die je goed kent) en je bent nog even stil, een of twee ademhalingen lang.
  3. Spreek altijd tegen één persoon tegelijk, die je aankijkt….. alsof je een één-op-één gesprek hebt. En zo wissel je op je gemak van de ene gesprekspartner naar de volgende. Je hebt als het ware een serie een op een gesprekken, waarin jij aan het woord bent.

Is er moed voor nodig? Ja
Moed is niet de afwezigheid van angst, maar de angst accepteren als gegeven en het toch doen.

Is het bevredigend na afloop? Ja, zeker weten.

Is het makkelijk te leren? Ja, absoluut.
Wat de een kan, kan de ander leren. Als ik het met al mijn angst kon leren, dan kun jij het ook leren.

Kost dat veel tijd? Valt mee.
Voor de een is een avond of een dag voldoende. Voor de ander wellicht meerdere dagen. Dit komt simpelweg omdat we allemaal onze eigen tempo en manier hebben om iets nieuws eigen te maken.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Geen lef, geen roem

MoedHeb je dat ook gezien? Voor de bevrijdingsfestivals was gevraagd aan vluchtelingen een woordje te zeggen op de diverse podia. Op TV betrof het een vluchteling in Zwolle, die zich vooraf niet gerealiseerd had dat het zo’n groot podium zou zijn…….. met zoveel mensen. Misschien maar goed ook, want soms moet je gewoon JA zeggen zonder te weten wat de gevolgen precies zijn. In het diepe springen en dan pas leren zwemmen. Eng, spannend en opwindend tegelijk. Je gaat iets nieuws doen en daar is altijd moed voor nodig.

Het is bij moed ook niet zo dat er geen angst is. Moed of Lef is juist de angst accepteren en het toch gewoon dóen. Soms is het juist goed dat je ergens voor kiest of JA tegen zegt, zonder je op dat moment te realiseren, wat de gevolgen zijn. Je zegt ergens JA tegen en pas later kom je erachter dat je er bang voor bent, of onzeker, of….vul maar in. Dit soort momenten hebben we (soms) nodig om vooruit te komen, om ’n (flinke) stap in onze ontwikkeling te zetten. Daarbij is het goed om niet álles vooraf tot in detail te weten. Dan zouden we wellicht geen JA durven zeggen.

In 2000 had ik besloten om – met de voltooiing van mijn papierloze administratiekantoor – in de krant te komen (jan. 2001) met dat nieuws…… zonder me te realiseren wat de gevolgen zouden zijn (help, in het middelpunt van de belangstelling staan, eng), waardoor ik plotseling een training spreken in het openbaar moest volgen…….. Speaking Circles, waarover je op deze site kunt lezen.

Het venijn zit dit keer niet in de staart. Je hebt JA gezegd, het was vervolgens eng en je hebt het toch gedaan…….. en wat volgt is Voldoening, bevrijdend. Je mag tevreden en trots zijn op jezelf en terecht. Wat je m.i. juist niet mag doen is jezelf bekritiseren omdat het (nog) niet perfect was. Dat kan ook nauwelijks, wanneer je iets voor het eerst doet. Je hebt een stap gezet. Geef jezelf ’n schouderklop!

Heb je ervaringen met “in het diepe springen”? Reageer hier en vertel erover.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Als ik maar niet……

nervousOok als je je niet op je gemak voelt om voor een groep te staan, moet je het soms gewoon doen. En wat zich in jouw gedachten afspeelt is van belang op hoe je je (vooraf en tijdens) voelt. Lichaam en geest zijn een eenheid en zij beïnvloeden elkaar over en weer. Eerder heb ik geschreven over lichaamshoudingen, waarmee je je geest kunt beïnvloeden. Omgekeerd kun je met je geest en je denken ook je lichaam beïnvloeden.

Je gedachten kunnen uitgaan naar bijvoorbeeld “als ze maar niet zien dat ik zenuwachtig ben”, “als ik maar niet ga stotteren”, “als ik (straks) nog maar weet wat ik allemaal moet zeggen”, “als ik maar niet ga zweten”, en vul de mogelijkheden maar in. Dat zijn natuurlijk niet allemaal behulpzame gedachten. De gedachten met het woordje niet erin hebben nog ’n extra onhandige lading: dit soort gedachten die in je onbewuste terecht komen, slaan het woordje niet gewoon over, omdat het onbewuste dat woord niet kent.

Lekker is dat, hè. Dus bijvoorbeeld “als ik maar niet ga zweten”, vertaalt je onbewuste in “als ik maar ga zweten”. Daarmee krijgt je onbewuste niet de boodschap die je er graag in wilt hebben. Het is dus handig om andere en meer behulpzame gedachten te hebben.

Bijvoorbeeld:
– ik weet wat ik te vertellen heb
– ik voel me vrij en open
– ik presenteer met plezier
– ik ben vol zelfvertrouwen
– ik kan alles bereiken wat ik wil
– ik ben rustig en geduldig
– ik ben in balans
– ik ben succesvol
– Ik ben veilig,      én
– wat iemand ook zegt of doet, ik voel me goed.

Dan nog iets anders: Je gedachten over wat je publiek allemaal kan zien en vinden kan je ook parten spelen in dit verband. Daarbij is het goed om je eens te beseffen, dat het grootste deel van jouw publiek blij is dat jij daar staat en zij juist niet. Het gevolg is dat zij (al dan niet bewust) ondersteunend voor je zijn.

Tot slot moet weten dat veel van jouw ongemakken onzichtbaar zijn voor je publiek. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit knikkende knieën gezien of het zweet op iemands rug. En de figuurlijke knoop in je maag is ook echt niet zichtbaar. Het heeft dus geen zin om je daar druk om te maken. Laat het los.

Vraag aan jou: Wat is jouw meest behulpzame boodschap aan jezelf?
Reageer hieronder en laat ’t me weten.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Ankeren

AnkerOm inspiratie op te doen voor dit artikel, keek ik eens in mijn archief. Daar kwam ik een artikel tegen, dat ik in 1997 schreef over Belastingen en Ankeren. Een anker is een uniek signaal dat bij herhaling telkens dezelfde staat (stemming) oproept. De relatie met Belastingen kwam voort uit de blauwe enveloppen. Wist je dat de Belastingdienst het monopolie heeft op die specifieke kleur blauw? Als een enveloppe in die kleur op de mat valt, roept dat bij de meeste mensen een specifieke stemming op. De kleur werkt als een anker. Krijg je ieder jaar belasting terug, dan roept dat natuurlijk een goede stemming op. Moet je altijd betalen, dan roept die kleur ongetwijfeld een andere stemming bij je op.

Op vergelijkbare manier roept het vooruitzicht op een presentatie bij veel mensen een bepaalde stemming op. Als die stemming je ondersteunt is dat natuurlijk prima. Ondersteunt die stemming je niet, ga dan op zoek naar een betere.Ankeren

Naast specifieke ondersteunende lichaamshoudingen, waarover ik eerder schreef, kun je ankers ook als ondersteuning gebruiken bij spreken in het openbaar.

Neem de tijd om een herinnering op te roepen, waarin je bijzonder goed in je vel zat en heel krachtig was. Je kon de hele wereld aan. Die herinnering hoeft helemaal niets met spreken in het openbaar te maken te hebben, beter van niet zelfs. Tenzij je daar ’n heel goede herinnering over hebt. Het kan van alles zijn. Je hebt bijvoorbeeld een diploma gehaald en je was er trots op en voelde je super. Zelfs het behalen van je zwemdiploma kan een goede zijn, als je die situatie nog levendig kunt oproepen. Of je hebt een belangrijke wedstrijd gewonnen.

Ga dan helemaal op in die herinnering, alsof je weer in die gebeurtenis bent. Voel, hoor en zie weer alles van toen……. En maak het nog mooier, krachtiger. Dán, op het hoogtepunt van je herinnering (zie plaatje) vuur je het anker af: Dat kan door een specifiek woord tegen jezelf te zeggen. Maar je kunt bijvoorbeeld ook de toppen van je duim en wijsvinger krachtig op elkaar te duwen. Of je gebruikt een ander specifiek signaal, dat alleen jij op jezelf kunt loslaten.

Je kunt dit ’n paar keer herhalen en je kunt dit ook doen met verschillende fantastische herinneringen. Je gebruikt daarmee wel telkens hetzelfde anker. Daarmee stapel je de goede ervaringen als het ware op elkaar.

Gebruik vervolgens het anker, als je stemming in het vooruitzicht van een presentie in mineur is. Dat is al ’n mooie test. Maar je kunt het anker ook gebruiken, op het moment dat je voor een groep gáát staan.

Reageren? Doen natuurlijk.

Hartelijke groet,
Stef

Vechten of vluchten?

HeldAngst is een emotie die van pas kan komen om je te beschermen. Er zijn realistische vormen van angst. Denk bijvoorbeeld aan een brandend huis. Angst zal je ervan weerhouden om er binnen te gaan. En voor de brandweerman, die dat wél doet, zorgt angst ervoor dat hij erg goed oplet en voorzichtig is. Daar is moed voor nodig: angst ervaren en het tóch doen. Angst is een emotie om ervoor te zorgen dat je overleeft. Heel nuttig dus. Toen lang geleden mijn huis in brand stond, ondernam ik één heilloze poging om te blussen. Het was midden in de nacht. Al heel snel namen mijn reflexen het over: Ieder een kind uit bed plukken en nog net op tijd naar buiten vluchten, in m’n onderbroek.

Angst roept ook een vecht of vluchtreactie op, waar we meestal niet over na hoeven te denken. Mijn automatische systeem nam het in de vechtreactie (blussen) hierboven al snel over toen de vlammen tegen het 4 meter hoge plafond sloegen. De vluchtreflex nam het over, zodat we het allemaal overleefden.

Maar wat nu, als je een angst hebt die niet zo goed te relateren is aan werkelijk fysiek gevaar? Spreken in het openbaar roept bij veel mensen angst op. Misschien was dat eeuwen geleden wél een realistische angst. In die tijd liep je ongetwijfeld fysiek gevaar, wanneer je jouw waarheid verkondigde. Zo groot zal het externe gevaar nu niet meer zijn. Wel lopen we bij spreken in het openbaar tegen die kwetsbaarheid aan. Van Dale zegt o.a. over kwetsbaar: vatbaar voor verwonding of ander onheil.

Ander onheil is bij spreken in het openbaar mogelijk van toepassing, maar speelt zich voornamelijk in ons hoofd af. Je staat voor een groep en bent dan kwetsbaar. Er kan je een ramp overkomen, vatbaar voor onheil, zoals Van Dale stelt. Je kunt erg gevoelig zijn, mensen kunnen je ráken. Iedereen kijkt naar je en denkt iets over je. En jij vraagt je mogelijk af “wat zullen ze wel van me denken?”, of erger: “word ik niet afgeschoten?”. (Misschien komt die laatste term wel van eeuwen geleden. 🙂 )  Van de weeromstuit heb je misschien het idee (al dan niet bewust) dat je je beter wat kunt afsluiten, zodat je minder kwetsbaar bent. Dat is echter een schijnoplossing. Op die manier geeft angst voor kwetsbaarheid een verkeerde boodschap aan je lichaam door.

Als je dit herkent, dan is het goed om je te beseffen dat kwetsbaarheid veel kracht in zich heeft. Kwetsbaar zijn betekent ook raakbaar en open voor echt contact, gevoelig(er) ook. Wat mij betreft mag je dus gerust kwetsbaar zijn, je kwetsbaar opstellen. Het toont dat je voldoende zelfvertrouwen hebt om raakbaar te zijn. En, wellicht vreemd genoeg, ben je dan minder gemakkelijk te kwetsen. Kwetsbaar zijn heeft ook raakvlakken met moed. Moed is niet de afwézigheid van angst. Je bent ergens bang voor, je bent dus kwetsbaar, maar je doet het toch.

De eerste wens die veel cursisten hebben is van die angst áf te komen. Mijn boodschap is eerder: omarm die angst en ondanks dat, doe het, ga staan en ervaar die kwetsbaarheid en kracht.

Reageren?  Ik zeg Doen.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Bij een uitvaart

Het afgelopen weekend moest ik ineens weer hieraan denken.
Het is najaar 2007. Ik zit in een kerkdienst bij de uitvaart van een van mijn uitvaart(gepensioneerde) cliënten en de voorganger vraagt aan iedereen: Denk aan wat je van hem hebt geleerd en kom dan naar voren en steek een kaarsje aan. Je moet weten dat ik mijn cliënt (in mijn hoedanigheid als administratieadviseur) zo’n 25 jaar heb gekend, dus er schieten me direct 3 dingen te binnen: Doorzettingsvermogen, Eigenwijsheid en als 3e: straks in de aula ga ik daar kennelijk iets over vertellen. Oeps, gelukkig netjes gekleed.

In de wachtruimte bij de aula wordt gevraagd of er nog iemand is die het woord wil voeren, dus ik steek mijn hand op. Met slechts die 2 woorden in mijn achterhoofd.

Eenmaal in de afgeladen aula stond ik achterin en op ’n gegeven moment werd ik naar voren geroepen. Ik ga achter die lessenaar staan, zoals vaak, véél te ver van de eerste rij vandaan…….. en kijk de weduwe aan. Vervolgens vertel ik over die 2 dingen die ik van hem heb geleerd en de relatie ervan met zijn werk, en dergelijke. Ik voelde me niet compleet op m’n gemak: de afstand tot het publiek was veel te groot, de zaal afgeladen met serieuze mensen, ik wist absoluut niet wat ik allemaal ging vertellen en waarschijnlijk was de weduwe zo’n beetje de enige die het zou begrijpen. Aan het eind van m’n verhaal maak ik een buiging voor de overledene en ga weer naar achterin de zaal.

Na afloop bij condoleren en koffie, kreeg ik van allerlei kanten complimenten van mensen die vertelden dat ik zo mooi gesproken had, ook al begrepen ze de inhoud maar voor de helft. Zo ook van de weduwe. Toen ik naar huis reed, had ik een voldaan gevoel omdat ik eer had bewezen aan deze cliënt met zoveel Doorzettingsvermogen en Eigenwijsheid.

De boodschap voor jou: Laat je op geen enkele manier weerhouden door angst of ongemak, want soms heb je maar één kans en die moet je dan wel kunnen grijpen. Heb je twijfels of je dit wel zou doen, kom dan naar een bijna gratis avond-training om hieraan te werken.

Hartelijke groet,
Stef

Stress op het podium

stresskatStress in relatie tot spreken in het openbaar is een bekend verschijnsel. En hoe je ermee omgaat is alles bepalend voor je gezondheid én je welzijn. Kelly McGonigal is gezondheidspsycholoog en heeft na 8 jaar onderzoek iets opmerkelijks ontdekt. Mensen die stress ondervonden, hadden 43% meer kans om te sterven dan mensen zonder stress. MAAR, dat gold alleen voor mensen die dáchten dat stress gevaarlijk was voor de gezondheid. Mensen die veel stress ondervonden, maar stress niet als gevaarlijk beschouwden, hadden géén hoger risico om te sterven. Zij hadden in verhouding tot anderen zelfs het laagste risico om te sterven – mensen met relatief weinig stress meegerekend. Het toont weer eens aan hoe lichaam en geest elkaar over en weer beïnvloeden.

En het verhaal gaat verder, zeker als we kijken naar de relatie met spreken in het openbaar:
Oxitocine is een neurohormoon. Het stelt de sociale instincten van je brein bij. Het bereidt je voor om dingen te doen die relaties versterken. Het verhoogt je empathie. Als oxytocine afgegeven wordt in je stressreactie motiveert het je om steun te zoeken. Je biologische stressreactie zet je aan om iemand te vertellen hoe je je voelt, in plaats van het op te kroppen. Als je contact zoekt met anderen onder stress, om steun te krijgen of te geven, geef je meer van dit hormoon af, je stressreactie wordt gezonder, en je herstelt sneller van stress.
Je stressreactie heeft een ingebouwd mechanisme voor stressveerkracht en dat mechanisme is verbinding met mensen. Dus als je kiest om je te verbinden met anderen onder stress, creëer je veerkracht.

Als je Speaking Circles al kent, zie je dan de relatie al met spreken in het openbaar? Een van de fundamenten van Speaking Circles is namelijk om altijd in verbinding te zijn met je publiek, met een persoon tegelijk. Dus, als je stress ervaart, wanneer je voor publiek staat, leg dan verbinding met één persoon tegelijk door hem/haar in de ogen te kijken, terwijl je spreekt. Doe dat ook als je geen stress ervaart op het podium, want ik kan je verzekeren dat je spreekbeurten/speeches er krachtig op vooruit gaan.

Kijk hieronder naar de inspirerende video van Kelly McGonigal en laat me je reactie weten.
Hartelijke groet,
Stef

Oorzaken van spreekangst

Slapeloze nachten 2De angst (in kleine of grote mate) kan talloze oorzaken hebben, hoewel één oorzaak er redelijk universeel uitspringt: We willen aardig gevonden worden en die behoefte laat vooral van zich horen wanneer we in het middelpunt van de belangstelling staan of komen te staan.
Daarnaast zijn de oorzaken voor vrijwel iedereen verschillend. Laten we eens naar ’n paar mogelijke voorbeelden kijken.

Gepest worden
is natuurlijk niet bevorderlijk voor het gevoel dat je aardig gevonden wordt. Daarnaast bevordert zowel het pesten als gepest worden juist het gevoel van afstand en verwijdering in plaats van toenadering en verbinding. En juist verbinding is een universeel menselijk streven. Als kind begrijpen we dat natuurlijk niet en laten we eerlijk zijn: kinderen kunnen erg hard voor elkaar zijn. Aan de andere kant, onder volwassenen komt het helaas ook voor. Er zijn recentelijk zelfs voorbeelden van kinderen die dermate gepest zijn dat ze doorslaan en iemand anders of zichzelf iets gewelddadigs aandoen.

Op school

vraagt de onderwijzer je onverwacht iets, je weet het antwoord zo snel niet en je schaamt je. Of je wordt uitgelachen. Je moet bijvoorbeeld op school een spreekbeurt houden en je struikelt over een woord: de hele klas lacht en jij voelt je voor gek staan.
In dit verband herinner ik me een docent wiskunde op de middelbare school. Nu lag wiskunde mij totaal niet. Voordat ik dat vak kon laten schieten had ik alleen onvoldoendes en wanneer mij iets gevraagd werd wist ik zo wie zo geen passend antwoord te bedenken. Dat leidde tot smadelijke opmerkingen van die docent.

In je gezin

kon je je niet voldoende uiten, omdat je bijvoorbeeld de mond werd gesnoerd. Of je kreeg vaak te horen dat jouw mening niet belangrijk was. Als je die vroege onterechte conclusies meeneemt naar je volwassen leven, dan doe je natuurlijk niet graag je mond open, bijvoorbeeld in een vergadering. Zelf ben ik bijvoorbeeld opgegroeid als jongste in een gezin met 8 kinderen, waarin de ouderen het grootste woord hadden en de jongeren minder aan bod kwamen.

Stel, je bent 4 jaar
in dit hypothetische voorbeeld. Je taal is nog niet zo hoog ontwikkeld uiteraard. Je staat in het middelpunt van de aandacht op een verjaardag en natuurlijk ben je een schattig jochie of meissie. Je zegt iets geks in je onschuld en de hele kamer zit te schudden van het lachen. De ene persoon kan tot de onbewuste overtuiging komen dat het dus leuk is en hij wordt bijvoorbeeld cabaretier. Een ander kan bijvoorbeeld onbewust concluderen dat het stom is, zich terugtrekken en later spreekangst ontwikkelen. Dit wil overigens niet zeggen dat die cabaretier in dit voorbeeld zich bij spreken in het openbaar op z’n gemak voelt. Mogelijk zelfs het tegendeel.

Dit zijn allemaal situaties, waarin je belemmerende overtuigingen opbouwt, die je natuurlijk niet helpen aan vrijheid in je communicatie met anderen of voor een groep. Besef in ieder geval dat je beslist niet de enige bent én dat er veel aan te doen is met de ruime keuze aan trainingen hiervoor.

Het is voor de methodiek van Speaking Circles (deze website) overigens niet van belang wat de oorzaak is, dat je niet in het middelpunt van de belangstelling wilt staan. Er zijn echter situaties waarbij enige individuele begeleiding (gevolgd door bijvoorbeeld Speaking Circles) wel erg behulpzaam en soms noodzakelijk kan zijn.

Heb jij wel eens stil gestaan bij de oorzaak? Laat hier je reactie weten.

Hartelijke groet,
Stef

7 tips voor meer Zelfcompassie

ZelfcompassieOver het algemeen genomen zijn we tegen niemand zo streng als tegen onszelf. Natuurlijk merken we het effect daarvan ook wanneer we in het openbaar moeten (gaan) spreken. Want streng zijn tegenover onszelf wil ook zeggen dat we de lat hoog leggen. Ga eens op de lat zitten, las ik ’n tijdje geleden ergens. Kon je al direct fietsen toen je het voor het eerst probeerde? Heb je je rijbewijs in één les gehaald?

Kortom, met meer zelfcompassie heb je minder sociale stress.  Dit bleek ook uit onderzoek in Amerika, waarover geschreven wordt in Psychologie Magazine van Juni 2014.

Tijd dus voor 7 tips voor meer zelfcompassie:

1. Erken dat imperfectie soms onvermijdelijk is. Het leven verloopt lang niet altijd precies zoals wij willen. En dat zegt niets over ons. In het Boeddhisme zegt men: Er is lijden. (let op die punt)

2. We zijn niet beneden- of bovengemiddeld. We zijn zoals de meeste mensen en net als de meeste mensen hebben ook wij kwetsbaarheden en zwakke plekken. Erken dat en laat toe dat het zo is.

3. Natuurlijk hebben we af en toe (of regelmatig) negatieve gedachten. Veroordeel die gedachten niet, accepteer dat ze er zijn en klaar. (let weer op die punt)

4. Geef je niet over aan zelfmedelijden, want dat heeft met zelfcompassie niets te maken.

5. Kijk je regelmatig naar dingen die je niet bevallen aan jezelf, ga dan eens ’n dag uitsluitend met waardering kijken naar jezelf.

6. Als je jezelf op je kop geeft, bedenk dan de volgende keer (keren) direct erbij: Hoe zou je door anderen behandeld willen worden (t.a.v. dit onderwerp)?

7. Wil je weten hoe je ervoor staat m.b.t. jouw zelfcompassie, doe dan eens de test op de site van Roos Vonk, klik hier. Ook de vragen die daarin gesteld worden, kunnen je al aan het denken zetten voor verbetering.

Hoe hoog leg jij de lat voor jezelf? Laat ’t hier weten in je reactie.

Hartelijke groet,
Stef

Verbinding met je publiek

Verbinding met je publiekOngetwijfeld heb ik al eerder over dit onderwerp geschreven, maar ik wil er nu vanuit een andere benadering naar kijken. Namelijk de paradox van de natuurlijke behoefte aan verbinding versus de angst ervoor. Als je mensen, die al eerder voor publiek stonden, vraagt wat ze het liefst willen, dan is “verbinding met m’n publiek” veel gehoord. En als een enorm groot deel van de bevolking (pakweg 85%) zoveel moeite heeft met spreken in het openbaar, dan moeten we teruggaan in de tijd. Dan is het logisch dat er collectief iets aan de hand is. Niets van wat ik schrijf is wetenschappelijk bewezen, maar als je er logisch over nadenkt kom je ’n heel eind.

Laten we eens bij onze geboorte beginnen, dat is toch zo’n beetje de eerste bijzondere gebeurtenis in ons leven. Nadat we 9 maanden in een (meestal) ongelooflijk veilige en warme omgeving hebben geleefd, waarin volautomatisch in al onze behoeften werd voorzien, worden we naar buiten geperst. Onze eerste ervaring kan niet bepaald positief zijn geweest, het is plotseling koud en we moeten eerst krijsen voordat er iets aan voedselvoorziening en schoonmaak wordt gedaan. En dan hebben we het nog niet eens over verbinding en koestering, twee onmisbare grootheden voor een baby.

Je kunt je voorstellen hoe groot de kans is op verlatingsangst en daartegenover de levenslange behoefte aan verbinding. Natuurlijk is dat niet bij iedereen in dezelfde mate het geval en ook onze opvoeding en ons opgroeien speelt ’n flink toontje mee. Bij (de angst voor) spreken in het openbaar komen we dit vooral weer tegen, ook in bedekte termen. Denk bijvoorbeeld aan vragen die we onszelf nogal eens stellen: “wat zullen ze wel niet van me vinden”, “doe ik het wel goed genoeg”, “bén ik wel goed genoeg”, en dergelijke. Schaamte en afgeserveerd worden kunnen regelrecht linken aan onze verlatingsangst, ook wel angst om buitengesloten te worden. We willen niets liever dan “erbij horen“, ofwel verbinding met de groep hebben waartoe we behoren.

In relatie tot spreken in het openbaar:
We moeten dus met die verbinding beginnen om die angst voor spreken in het openbaar te overwinnen. Verbinding met je publiek dus, simpelweg door je publiek – één persoon tegelijk – in de ogen te kijken. In dié verbinding komen je woorden ook daadwerkelijk áán. Het is niet zo verwonderlijk dat Speaking Circles dit als basis in zich heeft. Relational Presence, in relatie zijn met één persoon, is een van de belangrijkste fundamenten van Speaking Circles. Het is een van de elementen die in de trainingen uitgebreid aan bod komen en die je ook tegenkomt in de online cursus.

Wat is jouw ervaring? Hoe heb jij een goede verbinding met je publiek? Laat ’t hier weten.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs
Wil je 1x per maand ‘n berichtje ontvangen, geef je dan hier op:

Tips….of toch maar niet.

TopEr wordt door deelnemers nu en dan op de evaluatieformulieren geschreven, dat er behoefte is aan tips.
Dan maak ik direct even onderscheid tussen algemene tips (voor iedereen) en individuele tips. Algemene tips worden regelmatig gegeven, tijdens trainingen maar ook in het boek Spreken vanuit je Hart en in het gratis eBoek. Bovendien tref je in dit Blog diverse artikelen met tips aan.
Echter, individuele tips ter verbetering geven we juist niet bij Speaking Circles, onze methodiek. Tips ter verbetering ondermijnen de waardering die je juist helpt groeien en ze geven juist voeding aan de interne criticus die vaak toch al te prominent aanwezig is:
Met tips, goedbedoeld advies (gevraagd of ongevraagd) en met verbeterpunten wordt aan de zogenaamde interne criticus voeding gegeven. De interne criticus is een innerlijke stem die kritiek op je heeft en voor gedachten zorgt als: “Doe niet zo raar; dat kun je niet zeggen; niemand zit op die boodschap te wachten; doe normaal met je handen.”  Helaas is het zo dat tips ter verbetering, veelal vertaald als kritiek, veel beter blijft hangen dan waardering.
Zoals je begrijpt heeft die interne criticus helemaal geen bevestiging nodig, want wij zijn al overdreven kritisch op onszelf. We kunnen wel stellen dat er níemand Weegschaalzo kritisch op ons is als wijzelf. Je kunt die interne criticus vergelijken met de linkerkant van een weegschaal, zoals hiernaast afgebeeld.
Aan de linkerkant liggen alle oordelen over je eigen gedrag als je voor een groep staat, inclusief (eventuele) schaamte. De waardering die je ontvangt, komt op het schaaltje aan de rechterkant te liggen. Daardoor kan de weegschaal meer in balans komen. Als de interne criticus zwaarder weegt, dan kun je dat merken aan het verschil tussen wat je zelf vindt over je eigen zijn voor de groep en wat de andere deelnemers daarvan vinden. Naarmate je dat verschil als kleiner gaat ervaren, zul je je meer op je gemak voelen voor de groep en tevens ervaren dat je meer jezelf, meer authentiek kunt zijn.
Veel aandacht geven aan je interne criticus of aan punten waar je niet tevreden over bent, kan verlammend werken. Want waar je aandacht aan geeft, dat groeit. Veel aandacht voor datgene wat je wél wilt, geeft dus méér van wat je wél wilt. De aandacht en waardering die je bij Speaking Circles ontvangt, laat groeien wat mooi en goed is, waardoor je als geheel krachtiger wordt.
Uit onderzoek naar wat wel en niet werkt, blijkt dat aandacht voor sterke punten véél meer effect heeft dan het benadrukken van zwakke punten, tot wel ácht keer meer!

Hoe zit ’t met jouw interne criticus?  Vraagt ie ook (weleens) om tips of kritiek? Laat ’t hier weten.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Overtuigingen

De logische niveaus van Bateson

De Brit Gregory Bateson (1904-1980), gedragswetenschapper, sociaal wetenschapper, linguïst en cyberneticus, ontwikkelde een model om mensen bewust te maken van zichzelf met behulp van vragen als “Wat doe je, wat kan je, wat wil je, wie ben je?” Robert Dilts ontwikkelde zijn model verder tot wat het nu is. De werking van Speaking Circles op iemands innerlijke groeiprocesssen kan goed vanuit de opzet van dit model begrepen worden.

Het model kan weergegeven worden als een piramide van zes niveaus. Elk niveau heeft zijn eigen waarde, het ene niveau is niet beter dan het andere.

Logische niveaus

Niveau één. De omgeving of situatie

De omgeving of situatie (context) waarin iemand zich begeeft of bevindt, is het onderste niveau van de piramide. Het zijn de omstandigheden waarin mensen verkeren en waarop ze reageren met hun mogelijkheden en beperkingen.
Kernvragen op dit niveau zijn: Wáár reageer ik op? Wanneer en met wie? De focus ligt op gebeurtenissen en werkwoorden die hierbij passen, zijn uitleggen, verklaren.

Niveau twee. Het gedrag

Iemands waarneembaar concrete gedragingen en het gedrag op zijn omgeving dat hij vertoont, is het tweede niveau van de piramide.
Kernvragen zijn: Wat doe ik? Hoe handel ik? Wat is mijn observeerbare gedrag? De focus ligt op invloed en het werkwoord dat hierbij past, is doen.

Niveau drie. Vaardigheden / Mogelijkheden

Het derde niveau wordt gevormd door de vermogens waarover iemand beschikt: zijn inzichten, capaciteiten, vaardigheden, kwaliteiten en denkstrategieën.
Kernvragen zijn: Hoe pak ik het aan? Wat kan ik? De focus ligt nu op handelen en het werkwoord dat hierbij past, is kunnen.

Niveau vier. Overtuigingen / Waarden

Het vierde niveau bestaat uit de overtuigingen van iemand: zijn generalisaties, criteria, normen, waarden, verwachtingen en opvattingen, voortkomend uit iemands waarden en normen ten aanzien van bepaalde onderwerpen.
Kernvragen zijn: Waarom doe ik het? Wat vind ik belangrijk? Waar gaat het mij om? Belemmerende overtuigingen kunnen verhinderen dat iemand zijn reeds aanwezige kwaliteiten inzet. Bevorderende overtuigingen zullen iemands kwaliteiten juist ondersteunen. De focus bij overtuigingen ligt op waarden en normen en de werkwoorden die hierbij passen, zijn willen, mogen, horen, moeten.

Niveau vijf. Identiteit

Het vijfde niveau is dat van de identiteit ofwel het beeld dat iemand van zichzelf als uniek persoon heeft met de missie die men in het leven heeft, het zelfbeeld en de bijbehorende gevoelens van uniciteit en eigenwaarde.
Kernvragen zijn: Wie ben ik? Wat voor iemand ben ik? Wat is mijn levensdoel? De focus ligt op drijfveren, passie en het werkwoord dat hierbij past is zijn.

Niveau zes. Zingeving / Missie

De kern van de persoon, iets dat iemand als de essentie van het leven ervaart, is het zesde en hoogste niveau in de hiërarchie. Dit niveau is spiritueel en kennen we als zingeving: de intuïties omtrent het grotere geheel waarvan men deel uitmaakt, alsmede de roeping en de bezieling die dat grotere geheel verschaft.
Kernvragen zijn: Van waaruit handel ik? Waar ben ik een onderdeel van? Wat is het grotere geheel dat mij leidt? Wat geeft mijn leven zin? De focus hierbij is innerlijk weten en het hierbij passende werkwoord is betekenis geven.

Ten aanzien van de onderlinge samenhang tussen deze niveaus is het volgende van belang.
Een hoger niveau organiseert de informatie op de onderliggende niveaus. Een verandering op een hoger niveau zál veranderingen op de lagere niveaus teweeg brengen. Een verandering van bijvoorbeeld een overtuiging (Vierde niveau) zál een ander gedrag (Tweede niveau) tot gevolg hebben.

Een verandering op een lager niveau kán verandering op een hoger niveau teweeg brengen. De oorzaak van een probleem ligt doorgaans op een hoger niveau dan het probleem zelf en daarmee ligt de (meest wenselijke) oplossing ook op een hoger niveau dan het probleem zelf.

Op ieder logisch niveau verlopen de leerprocessen anders en komen veranderingen op een andere manier tot stand.

Speaking Circles en de logische niveaus van Bateson

Hoewel Speaking Circles niet speciaal een training in iets is (de beste techniek is immers géén techniek), oefent Speaking Circles wel degelijk invloed uit op de verschillende niveau’s van Bateson.

We zijn, bijvoorbeeld, allemaal in staat om naar elkaar te kijken, maar toch kan “iemand in de ogen kijken” (ook wel oogcontact genoemd)  voor een cursist een nieuwe vaardigheid zijn.

In sommige culturen word je als kind bijgebracht dat het onbeleefd en respectloos is om ouders of volwassenen rechtstreeks in de ogen te kijken. Deze overtuiging neem je als waarde en norm mee naar je volwassenheid, waar deelname aan Speaking Circles en die vorm van oogcontact (relational presence) je vervolgens confronteert met je overtuigingen in deze.

In het algemeen kun je zeggen dat de methodiek van Speaking Circles vooral invloed heeft op belemmerende overtuigingen (Vierde niveau). Ook is er veel invloed op het gebied van identiteit, waar het gaat om het zelfbeeld en gevoelens van eigenwaarde (Vijfde niveau); het zelfbeeld en de gevoelens van eigenwaarde krijgen immers een sterke, positieve impuls door de bekrachtigende waardering tijdens de workshops.

Het bereik van Speaking Circles is door de niveaus heen dan ook behoorlijk groot. Waar veel gangbare en al langer bestaande methoden zich veelal richten op gedrag en vaardigheden, gaat de invloed van Speaking Circles verder dan dat, met daardoor vaak diepgaander effecten.

Het komt zelfs voor dat cursisten zichzelf dermate ontwikkelen dat er ruimte ontstaat op het hoogste, spirituele (zesde) niveau, waardoor plotseling zicht kan komen op iemands bestemming/levenspad……

Laat s.v.p. je reactie achter!

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

De draad van je verhaal.

Vrouw speechWat doe je als je de draad van je verhaal kwijt bent? Een veel voorkomende vraag tijdens de workshops. Er zijn natuurlijk verschillende manieren om de draad van je verhaal kwijt te raken. De invloed van je publiek door bijvoorbeeld vragen te stellen. Maar zelf kun je er ook de oorzaak van zijn, simpelweg door het ongemak bij het idee om de draad van je verhaal kwijt te raken. Waar je aandacht aan geeft, dat groeit. Dus als je (teveel) aandacht geeft aan dat idee, dan is de kans ook groter dát het zal gebeuren.

Als je niet graag onderbroken wordt voor een vraag, zeg dat dan ook vooraf. Vraag je publiek om hun vragen op te sparen en beloof dat er ruimte zal zijn voor vragen. Zorg daar dan ook voor, tussendoor of aan het eind.

Ook aan het ongemak bij de mogelijkheid dat je de draad van je verhaal kwijt raakt, kun je wat doen. Omarm het idee dat het zou kunnen gebeuren. Hoe erg kan ’t zijn? Je hoeft niet perfect te zijn, dat is je publiek ook niet. Als ’t toch gebeurt, wees even stil, blijf in contact met je publiek en als ’t je te lang duurt, zeg ’t en vraag dan gewoon waar je gebleven was. Er is namelijk altijd iemand die weet waar je gebleven bent.

Overigens ik ben er voorstander van om vooraf met je publiek af te spreken dat je niet onderbroken wordt voor vragen. Dergelijke onderbrekingen halen je namelijk uit de mogelijke Flow waar je graag in terecht wilt komen. Flow is een staat van optimale ervaring, waarin je helemaal opgaat in je bezigheden, terwijl je de tijd vergeet. De term flow is geïntroduceerd en beschreven door Mihaly Csikszentmihalyi. Flow geeft je een gevoel van inspiratie en voldaanheid en de behoefte aan meer van hetzelfde. Vergelijk Flow met een rivier, die blijft doorstromen. Daarbij ga ik er natuurlijk van uit dat je de materie, waar je speech over gaat, kent. Je hoeft niet alles bewust en paraat te hebben, maar met één steekwoord wel kunnen oproepen. Zie ook andere artikelen in de Blog over Flow en over voorbereiding.

Kortom, maak vooraf je wensen kenbaar én oefen je in het op je gemak zijn als je (even) zonder woorden voor ’n groep staat. Hoe oefen je dat dan? De eenvoudigste oefening staat beschreven in Tip 3 op dit Blog, kost niets en je hebt alleen ’n kookwekker en goede vriend(in) nodig. 

Laat s.v.p. je reactie achter.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Waar praat je niet graag over?

Geïnspireerd door de video van Brené Brown (hieronder weergegeven op 26 november 2012), wil ik het met je hebben over kwetsbaarheid, moed, authenticiteit, schaamte en angst.
Over angst en moed heb ik eerder geschreven in “Heldhaftig” van 16 oktober 2012, in die zin van ergens angst voor hebben en het dan tóch doen.
Brené Brown heeft het in haar video over schaamte die je kunt uitleggen als angst voor het verbreken van de verbinding, de verbinding met anderen waar we allemaal van nature naar streven. Om verbinding te realiseren moeten we onszelf toestaan volledig gezien te worden, feitelijk in de spotlights van anderen staan. En daar komt moed weer om de hoek kijken: de moed om onvolmaakt te zijn en onszelf daarin volledig accepteren. Dus kwetsbaar en authentiek.

Van cursisten heb ik nogal eens gehoord dat zij er op hun werk niet over spraken wanneer zij een workshop of cursus spreken in het openbaar gingen volgen. Uit schaamte soms, want dat moet je toch gewoon kunnen? Of angst wellicht, voor afwijzing? Mogelijk tot dat moment niet wetend, dat het grootste deel van de mensen niet graag op deze manier in het middelpunt van de belangstelling staat. Je bent dus niet de enige. Hoe minder je erover praat, hoe meer last je er van hebt. En hoe harder je vecht tegen de angst of schaamte, hoe groter het is of kan worden. Want waar je flink energie in steekt (=hard tegen vechten), daar krijg je meer van.

Ik wil je hier nadrukkelijk uitnodigen om te reageren:

Praat je hier weleens over, op ’t werk? met vrienden? Hoe reageren die anderen? Of, waarom praat je er juist niet over? Wat belemmert je om er open over te praten?

Hartelijke groet,
Stef

De context van spreken in het openbaar

Naar aanleiding van ‘n vraag van een lezer ga ik wat dieper in op context: De situatie waarin je communiceert bepaalt mogelijk hoe je je daarbij voelt en hoe je reageert. Misschien zelfs juist als je dat niet wilt.

Als je vooraf je héle verhaal hebt bedacht, loop je een ernstig risico dat het verhaal met jou aan de haal gaat. Daarbij maakt het niet uit of het nu gaat om een speech, vergadering of bijvoorbeeld ’n netwerkbijeenkomst. Het is namelijk niet makkelijk om in het nú te zijn, in verbinding met je publiek of gesprekspartner, én gelijktijdig het verhaal uit je hoofd tevoorschijn toveren. Dit is wellicht nog sterker het geval, als je er een belang bij hebt, zoals bij een verkooppraatje of een netwerkbijeenkomst met een voor jou vergelijkbaar doel. Dan ligt er namelijk ook druk op. Lees in dit verband ook tip 2 over voorbereiding.

Bedenk ook dat de ene netwerkbijeenkomst ’n heel andere uitwerking op je kan hebben dan de andere. Ben je bijvoorbeeld met ’n flinke groep gelijkgestemden bij elkaar om te leren, dan is ongetwijfeld de druk om te presteren of te scoren minder groot of zelfs niet aanwezig. Aan de andere kant kun je bij een zakelijke netwerkbijeenkomst veel eerder de druk ervaren om ’n opdracht binnen te halen of iets dergelijks. Het is goed om het onderscheid te herkennen, te erkennen én er dan iets mee te doen.

Verwacht je dergelijke druk, doe dan voor de verandering even ’n oefening kort vooraf op een plek waar je even alleen bent: Doe je ogen dicht en ga met je aandacht naar ’n plekje in jezelf waar je niets hoeft, waar je niets hoeft te presteren of bereiken en volkomen je rustige zelf kunt zijn. Zak daar even in en geniet van de rust die dat geeft. Als je dat hélemaal kunt ervaren, anker dat dan door bijvoorbeeld twee vingers te kruisen of iets dergelijks. Tijdens het evenement kun je die rust weer oproepen met dat anker.

Verder kun je je afvragen, wat netwerken voor jou betekent. Valt het voor jou onder ZIJN of onder DOEN. Hoewel het woord netwerken op het laatste, doen, lijkt te wijzen is het nog maar de vraag om welke actie het gaat. Is het dan spreken of luisteren en in welke verhouding. Je bent vast wel eens tijdens ’n netwerkbijeenkomst door iemand “overspoeld” met woorden. Hoe effectief was dat? Hoe snel wilde je weg bij die persoon? Hoe was dat voor jou, en zou je datzelfde een ander willen aandoen? Persoonlijk ben ik van mening dat ZIJN een belangrijker plaats inneemt dan DOEN.

Ga eens aan de slag met de oefening(en), die ik in tip 3 heb beschreven. Daarnaast, tip 1 is weliswaar van mei 2009 maar nog steeds actueel. Tot slot, misschien wil je de laatste nieuwsbrief wel lezen.

Ik nodig je van harte uit om hier te reageren.
Hartelijke groet,
Stef

Heldhaftig

In het september-nummer van Psychologie Magazine staat een artikel over moed en ik citeer even de opening: ‘Moed is je angst verslaan. Ware helden zijn niet persé minder angstig. Wel hebben ze meer lak aan regels en lappen ze andermans mening makkelijker aan hun laars. En dat zijn eigenschappen waar een held in spé nog wat van kan leren.’

Natuurlijk komt angst in relatie tot spreken in het openbaar regelmatig ter sprake. Telefonisch als mensen informeren of Speaking Circles ook voor hún angst werkt en ook tijdens workshops. Veelal is mijn reactie: “Het minste wat je van één dag mag verwachten is dat je met je angst kunt omgaan.” Onlangs kwam het ook weer ter sprake tijdens een workshop in die zin van “van die angst af willen”. En dat is precies hoe het niet werkt. Het betekent namelijk dat je zo graag van die angst af wilt, dat je ertegen aan het vechten bent. Daar gaat veel energie in zitten, waardoor je meer krijgt van wat je nu juist niet wilt.
Mijn voorstel is dus om die angst te accepteren, dat deze er mag zijn. Omarm bij wijze van spreken je angst. En heb lak aan je eigen gedachten over wat je publiek van je zou kunnen vinden. Overigens, bedenk even dat de meeste mensen in je publiek al lang blij zijn dat jij daar staat en zij dat niet hoeven. Door voor je publiek te gaan staan mét je angst ben je wat mij betreft de held. Soms heb je nl. maar één kans om voor die bewuste groep te gaan staan en die kans moet je dan wel grijpen. De opening van het aangehaalde artikel zou ik dus iets willen nuanceren: Moed is je angst accepteren en het toch doen.

Onlangs was ik bij het Business Bootcamp (een aanrader overigens) en daar stond ineens een 16-jarige heldin op het podium: Annemiek Steur had haar eerste (fantasie-) roman geschreven en werd in het zonnetje gezet. Chapeau!! Klik hier als je meer over Annemiek en haar boek(en) wilt weten.

Spreken in het openbaar – Tip 3

Relational Presence – Aanwezigheid in relatie:

Doe eens de volgende oefening met ‘n vriend of vriendin, die dit ook eng vindt en/of die je vertrouwt. Ga op je gemak tegenover elkaar zitten, zonder tafel ertussen. Zet een kookwekker ofzoiets op 1 minuut en kijk elkaar alleen maar in stilte in de ogen. Dat stil zijn is erg belangrijk. Het kan gebeuren dat je erom moet lachen. Dat is OK, maar “geef er geen woorden aan”. Probeer ’t dan telkens opnieuw……. tot ’t lachen vanzelf over gaat. Lukt dat, maak er dan 5 minuten van, eerst ook weer in stilte.
Daarna ieder 5 minuten mét de mogelijkheid om te praten terwijl de ander uitsluitend stil luistert:
Blijf elkaar in de ogen kijken. De één heeft de mogelijkheid te spreken, vanuit zichzelf en dat mag niet over de ander gaan. Spreek vanuit jezelf. Wat is nu belangrijk en komt nu in je op om te delen? Let op: je kúnt spreken en je kúnt ook stil blijven. De ander mag niet verbaal reageren, alleen vol aandacht luisteren, beschikbaar zijn met de ogen. Op wat gezegd wordt, gaat de ander niet in, ook niet in zijn/haar 5 minuten, of later.
Daarna dezelfde mogelijkheid van 5 minuten voor de ander, waarbij dezelfde afspraak van hiervóór van toepassing is.
Waar dient dit alles toe? In feite is dit ook voorbereiding, voorbereiding om voor een publiek aanwezig te zijn in relatie met één persoon tegelijk. Hier kom ik in een volgende tip op terug. Succes, Stef

Spreken in het openbaar – Tip 2

Mijn visie op voorbereiding.

Natuurlijk is enige voorbereiding handig, maar niet zoals vaak gedacht wordt. Ga een speech vooral niet vooraf uitschrijven. Laat dit s.v.p. over aan de Voorbereidingtroonrede van de koningin. Als je dat doet, wat ga je dan met die uitgeschreven speech doen? Enerzijds kun je hem voorlezen, maar dat is absoluut niet spontaan en komt dus heel kunstmatig over. Bovendien, door het voorlezen, heb je vrijwel geen verbinding met je publiek. Anderzijds zou je de uitgeschreven speech uit je hoofd kunnen leren. Dat is eveneens niet erg spontaan en er zit nog een nadeel aan: Als je de draad van je verhaal kwijt bent, loop je het risico de draad niet meer terug te vinden. Bovendien kun je niet makkelijk inspelen op vragen of opmerkingen uit het publiek. Ga na wat je al weet over de onderwerpen van je speech en noteer wat steekwoorden over wat je ter sprake wilt brengen. Verdiep je in onderwerpen waarover je meer informatie nodig hebt.
Als van je verwacht wordt dat je een speech gaat houden, dan is de kans groot dat jij ook voldoende over het onderwerp weet. De meeste informatie zal dus al in je zitten, zogezegd. Het hoeft er alleen maar op het juiste moment uit te komen. Als je onderwerp bijvoorbeeld bestaat uit 7 items, schrijf dan 7 steekwoorden op een kaartje. Op technieken als Powerpoint kom ik zeker nog ’n keer terug. Laat in de weken of dagen voorafgaand aan je speech nu en dan je gedachten gaan over die items en wat je er allemaal over “zou kunnen” vertellen. Laat verder je gedachten gaan over het soort publiek waar je voor komt te staan. Zijn het mede-deskundigen t.a.v. het onderwerp of leken. Dat maakt natuurlijk verschil. Hoeveel tijd is er voor je speech beschikbaar? Heb je 20 minuten beschikbaar en ben je na 15 minuten klaar, prima. Je hoeft niet alle beschikbare tijd te vullen. Zorg dat je een klok, stopwatch of MotivAider hebt zodat je weet wanneer je je speech moet afronden. Als je al ervaring hebt met bijvoorbeeld Speaking Circles, ga ik er vanuit dat je voldoende zelfvertrouwen hebt om je speech in het moment te laten ontstaan. Zo niet, ga terug naar tip 1. Autorijden leer je ook niet in één rijles. 🙂
Andere voorbereidingen. Het is erg prettig om vooraf te weten hoe de zaal eruit ziet. En wat zijn de mogelijkheden van geluidsinstallatie? Is er een microfoon met of zonder draad? Kun je de microfoon meenemen terwijl je voor het publiek beweegt? Zaken die je vooraf even kunt nagaan. En als dit allemaal niet mogelijk is, neem ’t zoals ’t komt.

Spreken in het openbaar – Tip 1

Volg eens ’n workshop of cursus. De eerste tip is natuurlijk een open deur. Maar hoe vanzelfsprekend is die open deur eigenlijk? Voor zoiets als autorijden zou je het niet in je hoofd halen om zonder rijles de weg op te gaan. Het is dus heel normaal om voor een nieuwe vaardigheid ’n cursus te volgen. Of, om een bestaande vaardigheid verder te verfijnen. Of, om een bestaande belemmerende overtuiging te vervangen voor een helpende overtuiging.

Wij mensen zijn soms zo veeleisend t.o.v. onszelf, dat we verlangen dat we dit zomaar moeten kunnen. En ja, het liefst meteen perfect. Herkenbaar? Er zijn workshops en cursussen in alle soorten en maten en dat is niet voor niets. Mensen zijn er ook in alle soorten en maten. Als je dus, misschien juist zonder dat je weet waarom, aangetrokken wordt door een bepaalde cursus dan is de kans groot dat het voor jou de juiste is. Veel succes! Stef

In het middelpunt van de belangstelling

Vanmiddag met onze twee Siamezen naar de dierenarts. Ze waren weer toe aan hun jaarlijkse prikronde tegen kattenziekte en andere enge dingen. Mand op de behandeltafel en deurtje open. Bij de meest katten moet je ze dan uit hun mandje trekken. Zo niet deze aristocats, die niets liever willen dan “in het middelpunt van de belangstelling” staan. “Ha, nieuwe handen die me kunnen aaien en wat valt hier veel te ontdekken. Een schuifdeur die je makkelijk open kunt duwen.” Als de dierenarts even de kamer uit gaat om de injecties te pakken, zitten ze haar na te staren tot ze weer terug komt. Laten zich gewillig onderzoeken, staan zelfs doodstil op de weegschaal. En weten nog te spinnen en kopjes te geven als de naald erin gaat, waarmee ze weer ’n jaar gevrijwaard zijn van enge ziektes. De meest katten rennen na zo’n behandeling weer snel hun mandje in. Maar Patty en Ranky kunnen er geen genoeg van krijgen…… en de dierenarts ook niet.
Zo zou ’t voor ons allemaal mogen zijn: “in het middelpunt van de belangstelling” staan én er ook van genieten. Genieten van al die aandacht.