Categorie archief: Spreken in het openbaar

Het 11e gebod

In het Financieele Dagblad van 10 november 2018 stond een artikel van Jim Stolze over de 10 geboden voor een presentatie. Het betrof de 10 geboden van de organisatie van TED Conferenties in Amerika, waarvan ook de lokale TEDx een afgeleide is. Voor een voorbeeld daarvan klik hier.

Op ’n paar van die 10 geboden wil ik graag ingaan:
3. Doe niet moeilijk. Breng complexe zaken terug naar de essentie. Geef voorbeelden. Leg uit door middel van verhalen en wees specifiek.
Je kent ze vast wel, mensen die de meest ingewikkelde dingen op ’n heel begrijpelijke en eenvoudige manier kunnen vertellen / uitleggen. Denk bijvoorbeeld aan Erik Scherder, hoogleraar neuropsychologie of Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study te Princeton.
Als je verhaal dus over ingewikkelde dingen gaat, bedenk dan hoe je het extra-eenvoudig kunt maken, eventueel aan de hand van voorbeelden.
Maar ook: als je verhaal helemaal niet zo ingewikkeld is, ga het dan niet moeilijker maken door dure woorden te gebruiken, bijvoorbeeld om te laten zien dat je geleerd hebt. Dat sluit goed aan bij gebod 5: Doe jezelf niet belangrijker voor. Opscheppen is de snelste manier om de zaal te verliezen.

4. Zoek verbinding met de zaal op emotioneel niveau. Dit is vooral van belang, als je zaal groot én donker is. Daarnaast promoot ik uiteraard altijd Relational Presence, maar het één sluit het ánder natuurlijk niet uit.
8. Het is prima om wat steekwoorden op papier te hebben. Voorlezen uitsluitend oké als je het echt niet anders kunt. Hier heb ik ongetwijfeld eerder over geschreven (zie bij onderwerpen onder Voorbereiding). Zorg ervoor dat je verhaal / voordracht vers is en ga dus niet je speech voorlezen.

Daarnaast ging het artikel in op de tijdsduur van een speech, bij TED is dat (volgens een van de geboden) dus 18 minuten. Nu is het natuurlijk zo dat je bij de ene spreker al binnen 7 minuten in slaap kunt vallen, terwijl je bij de ander na ’n uur of langer nog fris aan zijn/haar lippen hangt. Zelf ben ik wel ’n voorstander van ’n limiet van zo’n 20 tot 30 minuten. Wat m.i. echter nog belangrijker is: Als je publiek vooraf weet hoelang je speech ongeveer duurt, dan is het veel meer bereid om er met aandacht bij te zijn dan bij een open einde.

Oh ja, nog wel even terug naar de titel – het 11e gebod – dit is niet van TED, maar komt in het artikel naar voren als tip van collegatrainer Remco Claassen: Geen Powerpoint. Deel nooit het podium met iets wat meer licht geeft dan jijzelf. Héél mooi gezegd. Daar sluit ik me graag bij aan, zoals je ongetwijfeld begrijpt na mijn vorige artikel over Powerpoint.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Projectie of waarneming

Het erkennen van een projectie is als het zetten van een spotlight op een schaduwplek.

Iedereen neemt de wereld waar op zijn eigen manier, door zijn eigen unieke bril, ja jij en ik ook. Anders gezegd, we zien de wereld niet zoals die is, maar zoals wij zijn.

Dat betekent dat wij door onze unieke en persoonlijke bril naar de wereld om ons heen kijken. Met die unieke bril wordt alles gefilterd naar wat wij zelf kennen én meegemaakt hebben. Dat heeft als gevolg dat wij maar al te zeer geneigd zijn om oude en niet meer van toepassing zijnde ervaringen op nieuwe gebeurtenissen en mensen te plakken, andere woorden voor projecteren. Het proces van projecteren voltrekt zich grotendeels onbewust, hetgeen niet zo verwonderlijk is wanneer we bedenken dat in het algemeen slechts 5% van ons handelen zich bewust voltrekt en voor 95% onbewust.

We projecteren dus ons innerlijk op een scherm buiten ons, waarbij de mensen om ons heen als projectiescherm fungeren. We ergeren ons bijvoorbeeld aan iemand en dat kán iets zeggen over die ander maar het zál iets zeggen over onszelf. De eigenschap waaraan we ons ergeren in die ander is een eigenschap in onszelf, die we in onszelf niet erkennen of zelfs veroordelen. Het is natuurlijk ook niet gemakkelijk te erkennen dat we zelf óók zo’n irritante eigenschap hebben.

Bij projecteren kun je je bijvoorbeeld behoorlijk ergeren aan een collega die jij arrogant noemt, omdat je van mening bent dat die collega zo overdreven graag in het middelpunt van de belangstelling staat.
Een heel reële mogelijkheid is dat je zelf óók arrogant bent. Je ziet wel de splinter in andermans oog, maar niet de balk in je eigen oog. Uiteraard wil je dit meestal niet van jezelf weten! Er is moed voor nodig om bij jezelf te rade te gaan en te (h)erkennen dat arrogantie ook een deel van jou kan zijn.
Maar ook is het mogelijk dat je je ergert omdat je, na eerlijk zelfonderzoek, niet arrogant bent, maar dat je er méér van zou kunnen gebruiken. Dan noem je de gewilde eigenschap uiteraard niet arrogant maar bijvoorbeeld zelfverzekerd.
Een derde mogelijke uitleg omvat de eerste twee verklaringen. Je bent arrogant en je durft dat ook te erkennen. Daarnaast kun je meer behoefte hebben aan zelfverzekerdheid en verberg je je onzekerheid met arrogant gedrag.
De manier waarop en de context waarin we zo’n irritante eigenschap zelf ook hebben, kan zo anders zijn dan bij de persoon waaraan we ons ergeren, dat we soms flink wat moeite moeten doen om een en ander bij onszelf te herkennen. We willen natuurlijk niet vergeleken worden met die persoon, waaraan we ons zo verschrikkelijk ergeren. We moeten voorbij de persoon kijken naar de eigenschap waaráán we ons zo ergeren.

Alle verklaringen laten zien hoe de projectie van ergernis op een ander zijn oorsprong heeft in de manier waarop wijzelf in elkaar zitten en tegen onszelf aankijken. We denken bij voorbeeld, dat ons publiek of de mensen om ons heen precies zo over ons oordelen als wij over onszelf oordelen.
Bij spreken in het openbaar is projecteren een proces dat ons flink in de weg kan zitten, daar we niet meer kunnen luisteren zonder het geprojecteerde filter en niet meer kunnen waarnemen wat is.

Succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Interne criticus

Even ’n vraagje, heb jij ’n interne criticus? Zo nee, zoek dan hulp want er is wellicht iets vreemds aan de hand. 🙂
Zo ja, prijs je gelukkig en lees verder. Die interne criticus zal je ongetwijfeld van nut zijn. Hij/zij kan je behoeden bij allerlei (grote of kleine) gevaarlijke situaties, maar ook in je contacten met anderen om je heen. De vraag is alleen of je interne criticus gevuld is met actuele of met oude informatie.

Ooit had ik een cursist, die door een ouder was opgevoed met de strenge regel denk altijd goed na vóór je wat zegt. Toen ik op ’n punt in de cursus voorstelde om vooral het denken achterwege te laten, sprak ik op dat moment regelrecht een van zijn ouders tegen……. en daar moest hij zich eerst overheen zetten. Zo´n stem van je ouder(s) maakt ’n belangrijk deel uit van je interne criticus, soms nuttig en soms buitengewoon belemmerend.

Met tips, goedbedoeld advies (gevraagd of ongevraagd) en met verbeterpunten wordt die interne criticus voeding gegeven. De interne criticus als je innerlijke stem die kritiek op je heeft en voor gedachten zorgt als: “Doe niet zo raar; dat kun je niet zeggen; niemand zit op die boodschap te wachten; doe normaal met je handen, etc.

Helaas is het zo dat tips ter verbetering, veelal vertaald als kritiek (of feedback omdat dat mooier klinkt), veel beter blijft hangen dan waardering.
Zoals je begrijpt heeft die interne criticus helemaal geen bevestiging nodig, want wij zijn al overdreven kritisch op onszelf. We kunnen wel stellen dat er níemand zo kritisch op ons is als wijzelf. Je kunt die interne criticus vergelijken met een weegschaal, zoals hiernaast afgebeeld.
Aan de linker kant liggen alle oordelen over je eigen gedrag als je voor een groep staat, inclusief (eventuele) schaamte. De waardering die je ontvangt (in ieder geval tijdens een Speaking Circle), komt op het schaaltje aan de rechter te liggen. Daardoor kan de weegschaal meer in balans komen. Als de interne criticus zwaarder weegt, dan kun je dat merken aan het verschil tussen wat je zelf vindt over je eigen zijn voor de groep en wat de andere deelnemers daarvan vinden (vaak véél positiever). Naarmate je dat verschil als kleiner ervaart, zul je je meer op je gemak voelen voor de groep en tevens ervaren dat je meer jezelf bent.

Succes en Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Tips Tips Tips

Er circuleren op internet heel wat tips over spreken in het openbaar, ook op deze site. Daarvan is de eerste tip natuurlijk een open deur: Volg eens ’n cursus of training. Heb je ooit je rijbewijs gehaald zonder enige rijles? Toch is dat wat veel mensen van zichzelf verwachten, onder het motto ik kan toch spreken. Maar bij spreken in het openbaar komt er een dimensie bij: een meerkoppig publiek, dus waar richt je je dan op.

Speaking Circles
maakt het mogelijk en helpt je een échte ontmoeting en verbinding met je publiek aan te gaan. Dit is vergelijkbaar met een-op-een gesprekken in die zin dat het een serie mini-een-op-een-gesprekken is.
Om je rijbewijs te halen heb je, naast theorie, ook rijles nodig. Praktijkervaring dus. Bij Speaking Circles is dat natuurlijk niet anders. Je kunt het niet uitsluitend uit een boek of ’n serie tips leren.

MAAR……
ik ben van mening dat je een cursus of training moet volgen die je persoonlijk aanspreekt, ook al zou dat niet de methode zijn die ik zelf hanteer: Speaking Circles®. Dit zeg ik omdat ik meer dan eens heb meegemaakt dat iemand anders dan de feitelijke deelnemer een cursus zocht, een HR-manager voor een personeelslid bijvoorbeeld. Dan sprak mijn training de HR-manager wel aan, maar bleek later het personeelslid toch iets anders nodig te hebben. Natuurlijk kun je je wel laten inspireren door iemand anders, maar het is m.i. essentieel dat je zélf beoordeelt of een training je al dan niet aanspreekt. Meer lezen over Speaking Circles, klik hier.

Voor 2018 wens ik je een spraakzaam, gezond, gelukkig en inspirerend jaar.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Eenvoud maakt krachtig

Eenvoudig spreken is niet iedereen gegeven, maar wel te leren. Wat niet eenvoudig gezegd kan worden is ingewikkeld gedacht. Ofwel, hoe ingewikkelder je woordkeuze, hoe minder mensen je kunnen volgen. Het gebruik van door iedereen begrijpelijke woorden maakt je extraordinary, zoals de Engelsen zeggen: extra gewoon of buitengewoon. Dit is helemaal het geval als je ingewikkelde materie in heldere bewoordingen kunt overbrengen.

Lezen of voorlezen
Het komt nogal eens voor dat sprekers hun tekst geheel uitschrijven en dit dan gaan voordragen. Het effect is dan dat je schrijftaal gaat spreken. Het is namelijk niet iedereen gegeven om in spreektaal te schrijven. Wat er gebeurt bij geheel uitgeschreven speech is de vorming van (te) lange zinnen en dat is bij spreken niet handig. Dan heb ik nog niet eens benoemd dat voorlezen geen speech is. Zie ook mijn Tip 2 over voorbereiding. Zo kan een lezing makkelijk een voorlezing worden en dat is net iets anders dan spreken in het openbaar.

Kijk eens naar de praatprogramma’s op TV en merk het verschil tussen de mensen met ingewikkelde woorden en mensen die het extra-gewoon houden. Waar gaat je voorkeur naar uit? Wie is volgens jou het meest charismatisch.

Bekende sprekers
Waarom zijn wetenschappers als Erik Scherder, Robert Dijkgraaf en Roos Vonk zo populair? Ze brengen ingewikkelde zaken op een voor bijna iedereen begrijpelijke manier naar voren. Ze gebruiken geen dure woorden waar het ook gewoon kan. Ze gebruiken in hun speeches geen lange zinnen. Dat alles maakt ze, naast hun onderwerpen, tot goede sprekers.

En wat de een kan, kan de ander leren. Dat hoeft niet in één dag, je hebt je rijbewijs ook niet in één dag geleerd. Neem er gerust wat tijd voor, oefen regelmatig in de praktijk en grijp dus elke kans aan om voor een groep te staan.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Ga voor FLOW

Uit aanwezigheid in relatie (zie Relational Presence) vloeit het gemak voort om met jezelf te zijn in aanwezigheid én verbinding met anderen. Naarmate het gemak groeit waarmee je aanwezig bent in relatie, kan stroming ontstaan, ook wel flow genoemd.

Flow is een staat van optimale ervaring, waarin je helemaal opgaat in je bezigheden, terwijl je de tijd vergeet. De term flow is geïntroduceerd en beschreven door Mihaly Csikszentmihalyi. Flow geeft je een gevoel van inspiratie en voldaanheid en de behoefte aan meer van hetzelfde. Vergelijk Flow met een rivier die blijft doorstromen. Je bent bijvoorbeeld 4 uur met je hobby bezig, terwijl het voelt als 10 minuten.

Als je geheel aanwezig bent en op je gemak, dan vloeien de woorden als vanzelf uit je mond als een samenhangend geheel. In flow volg je, zonder onderbrekingen door anderen (dat moet je vooraf natuurlijk wel even zeggen), je gedachtestroom tot het einde.

Als je in flow bent tijdens het spreken, kun je ervaren dat je een grotere wijsheid aanboort die niet uit jezelf lijkt te komen. Je kunt jezelf dingen horen vertellen waar je je totaal niet van bewust was. Waar komt die wijsheid vandaan? Hebben wij wellicht een Eindeloos Bewustzijn, waar Pim van Lommel over schrijft in zijn gelijknamige boek over een bewustzijn dat meer omvat dan onszelf en onze hersenen?

Het lijkt erop dat je in flow-situaties put uit een groter bewustzijnsveld, misschien wel Hét Veld, zoals bedoeld in het gelijknamige boek van Lynne McTaggart.

Je kunt dit ook wel verticale-horizontale communicatie noemen. Verticaal is dan de verbinding met informatie en wijsheid uit een universele bron, terwijl je dit horizontaal deelt met je toehoorders.

Je kunt in flow spreken ook geïnspireerd spreken noemen, geïnspireerd door een bron in en/of buiten jezelf, een bron waar wij allemaal uit kunnen putten en waar wij deel van uitmaken.

Succes en Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Spreken in het openbaar en de context

Het belang van de context bij spreken in het openbaar én je doel. Onlangs heb ik mogen ervaren dat voorlezen een belangrijk doel kán zijn. Ik was gevraagd om op een herdenkingsbijeenkomst van mijn overleden buurman de verschillende sprekers aan te kondigen en daarnaast zou ik een stuk tekst van zijn hand voorlezen. Twee totaal verschillende functies met hetzelfde doel: mijn creatieve buurman (docent, kunstenaar, schrijver, en meer) eren. Bij het voorlezen ligt de nadruk op de tekst van de schrijver en is de verbinding met je publiek van ondergeschikt belang. Bij het aankondigen van een volgende spreker is dat belang van verbinding weer wel aanwezig. Ik heb nu mogen ervaren wat ik al langere tijd beweerde: voorlezen – in mijn voorbeeld de tekst van ’n ander – heeft met spreken in het openbaar weinig van doen. Over het al dan niet voorlezen van je eigen tekst kun je lezen in het artikel Spreken op een uitvaart.

Hier wil ik het vooral hebben over de verschillende contexten die een rol spelen bij jouw spreken in het openbaar. Op de foto zie je iemand een rondleiding geven in een museum. Daar is de kunst die getoond wordt de eerste prioriteit en de rondleider als presentator van ondergeschikter belang. Denk ook aan de Tweede Kamer als het gaat om context en doel. Of aan een vergadering waarbij de voorzitter een duidelijk doel heeft om de vergadering ordelijk te laten verlopen en te voorkomen dat deelnemers door elkaar praten. Denk aan een presentator van een dia-avond, waar de dia’s duidelijk op de 1e plaats staan.

Ook de voorbereiding is verschillend, afhankelijk van de context. In het voorbeeld waarmee ik begon, heb ik de tekst 2x doorgelezen. Dat is handig om er wat makkelijker doorheen te gaan. Bovendien kun je vooraf meten hoeveel tijd het in beslag neemt. Als het gaat om een rondleiding, zoals op de foto, dan is het handig om je te verdiepen in de kunst die je tijdens een rondleiding laat zien én aan wie. Klik eventueel hier voor meer info over voorbereiding bij spreken in het openbaar. Betrek verder je mogelijke publiek in je (eventuele) voorbereiding. Sta je voor leken, deskundigen, volwassenen of kinderen, zoals op de foto. Iets om vooraf over na te denken.  Kijk hier voor 7 belangrijke tips.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Blozen

In ongemakkelijke situaties reageren we verschillend, afhankelijk van wie en hoe we zijn.  Een van die reacties is blozen en daar gaan we het nu over hebben, vooral in relatie tot spreken voor publiek natuurlijk. Spreken in het openbaar is voor veel mensen een ongemakkelijke situatie en dus reageren sommigen daarop met blozen. Nou ja, sommigen? Dat zijn er meer dan je wellicht denkt. Alleen heeft de een er minder of geen last van en de ander wel.

Laat ik voorop stellen, dat blozen een natuurlijk verschijnsel is, waar de meeste mensen om je heen (die het zouden kunnen zien) niets mee doen. Het is nog charmant ook. Mensen om je heen spreken je er ook meestal niet op aan, wanneer je bloost. En daarnaast wordt het door veel mensen niet eens opgemerkt, wanneer je bloost. Trouwens, zie je jezelf weleens blozen? Waarschijnlijk niet, want dan moet er maar net op zo’n moment ’n spiegel in de buurt zijn. Dus het is voor jezelf vooral iets wat je voelt: de warmte in je gezicht. En wanneer je daar aandacht aan geeft, ga je wellicht ook nog onjuiste conclusies trekken, die er een probleem van maken. Conclusies die jouw publiek in meerderheid niet zal trekken of zelfs niet eens aan zal denken.

Als je er geen last van hebt, wil dat niet zeggen dat je helemaal niet bloost. Dus iemand die bloost en er geen last van heeft, doet er waarschijnlijk niets mee. Dat verschil lijkt me cruciaal: Er wel of niet iets mee doen. Als je er iets mee wilt doen, bijvoorbeeld dat het blozen weggaat, dan schenk je er aandacht aan. En, je weet ’t hè: alles waar je aandacht aan schenkt, dat groeit.

Het is dus misschien wel ’n goede strategie van mensen die wél blozen, maar er geen aandacht aan geven. Maar stel nou dat jij er wél last van hebt. Hoe zou je er dan geen of minder aandacht aan kunnen geven?

  1. Je kunt overwegen om je aandacht volledig te richten op wat je op dat moment moet doen, je verhaal vertellen bijvoorbeeld. Wanneer je volledig opgaat in je verhaal en in je verbinding met je publiek, dan heb je geen tijd meer over om je met blozen bezig te houden.
  2. Accepteren dat je dit verschijnsel (nu en dan) hebt en er maling aan hebben. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Wat je zou kunnen helpen is bijvoorbeeld ’n flinke tijd met grote regelmaat je onbewuste ervan overtuigen dat het oké is, door tegen jezelf te zeggen “ik accepteer mezelf mét blozen”, of iets in die richting. Of: “Ik bloos, dus ik leef”.
  3. Je zou regelmatig, maar vooral vóórdat je voor publiek gaat staan, een bekrachtigende lichaamshouding kunnen aannemen. Zie daarvoor dit eerdere blog.
  4. Wanneer je het ongemak deelt met je publiek, zal het kleiner worden. Delen is nl. ook halveren. Deel je probleem en het wordt kleiner, deel jezelf en je wordt groter.
  5. Zoek vaker het middelpunt van de belangstelling op, dan zal ook dit makkelijker worden. Wil je dit ’n boost geven, dan is Speaking Circles een uitstekende methodiek.

Veel succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Blijf ademen

Ademen. Ik heb er vast weleens over geschreven, maar waarschijnlijk slechts zijdelings. Laten we er maar eens wat dieper op ingaan dus.
Het lijkt zo simpel en we letten er vaak niet op, maar op een spannend moment kun je zomaar even stoppen met ademhalen. En spreken in het openbaar is voor veel mensen zo’n spannend moment. Ademen kun je op verschillende manieren doen: borstademhaling en buikademhaling. Ik hoef je vast niet te vertellen dat borstademhaling oppervlakkiger (hoger) is dan een buikademhaling. Maar, ga er eens op letten. Hoe adem je meestal in het dagelijks leven? Is het borst, ga dan eens na of je je daar wel rustig bij voelt. Ervaar eens hoe het voelt om naar je buik te ademen. En merk dan op dat buikademhaling je veel minder energie kost dan borstademhaling.

Je heb bij buikademhaling gewoon minder spieren nodig, dus kost het minder energie. Bovendien, en hier is de belangrijkste link met spreken in het openbaar, je wordt er rustiger van. Een van de valkuilen voor mensen met (grote of kleine) angst voor spreken in het openbaar is dat de ademhaling omhoog gaat en vaak sneller. En omdat ze van het podium af willen, gaan ze ook sneller praten….. waardoor je minder tijd hebt om adem te halen. Dat gaat jou natuurlijk niet (meer) gebeuren, want je leest nu dit artikel. 🙂

Tijdens de trainingen spreken in het openbaar met Speaking Circles komt ademen regelmatig ter sprake. Een van de oefeningen is nl. dat je voor je publiek staat, terwijl je alleen maar hoeft te ademen en je publiek aankijken…. zónder te spreken. Je ervaart dan ongetwijfeld je ademhaling (hoog/laag, snel/langzaam). Maar ook wanneer je wel spreekt is een rustige buikademhaling bevrijdend: je spreekt automatisch langzamer (rustiger) met voldoende tijd om te ademen. Voor jou goed, maar ook voor je publiek. Je publiek kan je absoluut beter volgen, wanneer je zo rustig spreekt.

Maar er gebeurt meer. Ervaar eens wat er gebeurt, wanneer je zo voor publiek gaat staan: Het publiek is vaak nog wat onderling aan het praten. Jij gaat daar staan en je zegt (nog) niets. Je staat rustig te ademen én kijkt dié mensen aan die al direct voor jou beschikbaar zijn. Let dan eens op hoe snel de hele zaal stil wordt.

Je hebt invloed op je publiek, simpelweg omdat je daar als voorbeeld vóór staat. Ben je zelf druk dan heeft dat invloed op je publiek, dat ook makkelijker druk zal zijn. Op dezelfde manier zal je publiek ook rustiger en aandachtiger zijn, wanneer jij dat bent.
Adem in, adem uit. Durf je dit niet zonder oefening in de praktijk te brengen, kom dan ’n keer naar een Speaking Circle om te ervaren, dat het echt werkt.

Wat doe jij met je ademhaling? Neem je er de tijd voor?

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Spreken op een uitvaart

In reactie op een vraag hierover:

Sprekers op een uitvaart lezen vrijwel altijd hun speech voor vanaf papier. Er zijn uitzonderingen daarop en die heb ik meegemaakt en ook zelf veroorzaakt.

CandlesJe kunt een inhoudelijk prachtige speech voorbereiden, uitschrijven en ook schitterend voorlezen, maar het blijft voorlezen. De mensen in de zaal/aula zullen echter iets missen (zeker de mensen die jou (goed) kennen): Jouw bevlogenheid, authenticiteit en verbondenheid blijven veelal verborgen het voorlezen.

De vragensteller merkt terecht op: Het hoeft niet perfect, wel authentiek.

Daar wringt precies de schoen. De voorgelezen speech is feitelijk verleden tijd, de authenticiteit, bezieling etc. was er ongetwijfeld toen deze geschreven werd….. maar verdwijnt door het voorlezen. Wellicht is de gedachte als ik ’t maar goed voorlees, dan is ’t oké, maar dat is zonde van de energie die erin is gestoken. Bij voorlezen is de verbinding met de zaal meestal minimaal. En in die verbinding met de mensen in de zaal kun je nou precies je eigenheid kwijt. Met voorlezen doe je m.i. ook je publiek tekort.

Bij een speech, wellicht aan de hand van ’n paar steekwoorden (waar je vooraf dus wel over hebt nagedacht), die in het moment ontstaat – in contact met je publiek – is de kans groot dat de mensen aan je lippen hangen. Je eigenheid komt volledig tot z’n recht. Je bent authentiek, en – let wel – het hoeft niet perfect. Een beetje krom maar wel recht uit je hart raakt beslist je publiek. Iedereen in je publiek begrijpt dat je daar, met je emoties, niet op je gemakkelijkst staat.

De hamvraag van de vragensteller: hoe doe je dat?

  1. Je hebt er vooraf je gedachten over laten gaan en maximaal enkele steekwoorden opgeschreven (klein briefje of kaartje). Geen hele verhalen, alleen steekwoorden!
  2. Wanneer je daar eenmaal staat, kijk je iemand aan (bijvoorbeeld iemand die je goed kent) en je bent nog even stil, een of twee ademhalingen lang.
  3. Spreek altijd tegen één persoon tegelijk, die je aankijkt….. alsof je een één-op-één gesprek hebt. En zo wissel je op je gemak van de ene gesprekspartner naar de volgende. Je hebt als het ware een serie een op een gesprekken, waarin jij aan het woord bent.

Is er moed voor nodig? Ja
Moed is niet de afwezigheid van angst, maar de angst accepteren als gegeven en het toch doen.

Is het bevredigend na afloop? Ja, zeker weten.

Is het makkelijk te leren? Ja, absoluut.
Wat de een kan, kan de ander leren. Als ik het met al mijn angst kon leren, dan kun jij het ook leren.

Kost dat veel tijd? Valt mee.
Voor de een is een avond of een dag voldoende. Voor de ander wellicht meerdere dagen. Dit komt simpelweg omdat we allemaal onze eigen tempo en manier hebben om iets nieuws eigen te maken.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Plaatjes, Dia’s, Video’s

De vraag die me gesteld is, gaat over de verhouding tussen plaatjes, dia’s, video of filmpjes (hulpmiddel) en spreken in het openbaar. Hoe zou ik dat inzetten als ondersteunend materiaal bij ’n presentatie?
PowerpointDie vraag is lekker actueel want volgende maand geef ik een presentatie in Toulouse, waar we met Speaking Circle collega’s bij elkaar komen. Het gaat over de Logische niveau’s van Bateson en als je dat artikel leest, begrijp je dat er ’n plaatje bij die lezing moet komen.

Over Powerpoint heb ik eerder geschreven en ter aanvulling is het de moeite waard om dát artikel ook nog even te lezen. In het algemeen zou ik zeggen dat een hulpmiddel een duidelijke functie moet hebben. Voor je publiek, wel te verstaan. Als het nl. uitsluitend een hulpmiddel voor jezelf is, dan kun je beter iets anders bedenken. Een spiekbriefje of kaartje bijvoorbeeld. Jij staat in het middelpunt van de belangstelling en dat moet je je niet laten afpakken door zo’n hulpmiddel. Elk hulpmiddel brengt het risico met zich mee, dat jij er (ook) naar gaat kijken en op zo’n moment heb je geen verbinding meer met je publiek. Het is m.i. van belang om zoveel mogelijk de verbinding met je publiek te handhaven. Het klinkt misschien overdreven, maar ik heb het meermalen meegemaakt (ook recent nog), dat degene op het podium voor een groot publiek stond voor te lezen wat er op het scherm stond. Hij stond dus ook nog met z’n rug naar het publiek.

Beeldmateriaal met (veel) tekst kan ’n behoorlijk probleem zijn. Wanneer je publiek dat aan het lezen is en jij gelijktijdig aan het spreken, staat je verbinding met je publiek op ’n laag pitje. Het plaatje bij dit artikel laat zien waarmee je een presentatie stevig kunt verpesten. Daar komt bij dat lezen en luisteren niet samengaan. Op z’n best komt slechts een van de twee over en op z’n slechtst helemaal niets. Dus: Zo min mogelijk tekst. De tekst is voor jou: jij bent degene die z’n verhaal doet. Een plaatje, cartoon, foto, e.d. kan natuurlijk veelzeggend zijn. Haal ’t dan wel weer weg, zodra die functie vervuld is. Dan komen de mensen met hun aandacht ook weer terug bij jou. Wanneer je bijvoorbeeld ’n stukje video laat zien (omdat dat nu eenmaal bij jouw specifieke presentatie heel nuttig is), praat er dan in ieder geval niet doorheen. Jij stopt even en de video neemt het middelpunt van de belangstelling over. Zodra de video is afgelopen zet je die apparatuur weer uit of je zorgt er in ieder geval voor dat er geen lichtbeeld meer achter blijft.

Apparatuur, hoe geavanceerd ook, heeft de neiging om uit te vallen. Als je jouw presentatie eraan hebt opgehangen, dan heb je in zo’n geval ’n pittig probleem. Anders is het met de inmiddels misschien ouderwetse Flipover. Die heeft geen elektra nodig en alleen ’n paar stiften. Je kunt ’n tekening of schema ook al vooraf erop hebben gezet.

Mijn conclusie:
Zorg dat je zo min mogelijk (of liever géén) hulpmiddelen nodig hebt. Heb je wel ’n hulpmiddel, zorg er dan voor dat je presentatie ook door kan gaan, als het uitvalt.

Veel succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Geen lef, geen roem

MoedHeb je dat ook gezien? Voor de bevrijdingsfestivals was gevraagd aan vluchtelingen een woordje te zeggen op de diverse podia. Op TV betrof het een vluchteling in Zwolle, die zich vooraf niet gerealiseerd had dat het zo’n groot podium zou zijn…….. met zoveel mensen. Misschien maar goed ook, want soms moet je gewoon JA zeggen zonder te weten wat de gevolgen precies zijn. In het diepe springen en dan pas leren zwemmen. Eng, spannend en opwindend tegelijk. Je gaat iets nieuws doen en daar is altijd moed voor nodig.

Het is bij moed ook niet zo dat er geen angst is. Moed of Lef is juist de angst accepteren en het toch gewoon dóen. Soms is het juist goed dat je ergens voor kiest of JA tegen zegt, zonder je op dat moment te realiseren, wat de gevolgen zijn. Je zegt ergens JA tegen en pas later kom je erachter dat je er bang voor bent, of onzeker, of….vul maar in. Dit soort momenten hebben we (soms) nodig om vooruit te komen, om ’n (flinke) stap in onze ontwikkeling te zetten. Daarbij is het goed om niet álles vooraf tot in detail te weten. Dan zouden we wellicht geen JA durven zeggen.

In 2000 had ik besloten om – met de voltooiing van mijn papierloze administratiekantoor – in de krant te komen (jan. 2001) met dat nieuws…… zonder me te realiseren wat de gevolgen zouden zijn (help, in het middelpunt van de belangstelling staan, eng), waardoor ik plotseling een training spreken in het openbaar moest volgen…….. Speaking Circles, waarover je op deze site kunt lezen.

Het venijn zit dit keer niet in de staart. Je hebt JA gezegd, het was vervolgens eng en je hebt het toch gedaan…….. en wat volgt is Voldoening, bevrijdend. Je mag tevreden en trots zijn op jezelf en terecht. Wat je m.i. juist niet mag doen is jezelf bekritiseren omdat het (nog) niet perfect was. Dat kan ook nauwelijks, wanneer je iets voor het eerst doet. Je hebt een stap gezet. Geef jezelf ’n schouderklop!

Heb je ervaringen met “in het diepe springen”? Reageer hier en vertel erover.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Zekerheid

ZekerheidNadat we geboren zijn is de enige zekerheid in het leven dat we ooit weer dood zullen gaan. Bij spreken in het openbaar heb je ook maar één zekerheid: Zodra je het podium op gaat heb je nog één zekerheid: je loopt er ook weer ’n keer af. En in die tussentijd heb je je ding te doen. Met of zonder voorbereiding. Met of zonder apparatuur.

Over voorbereiding en apparatuur heb ik al eerder geschreven. Voor zover ik dat daar niet heb geschreven: Voorbereiding en/of het gebruik van apparatuur zal je niet méér zekerheid geven dan zonder die twee. T.a.v. voorbereiding heb ik vast al geschreven dat minder juist meer is. De totale voorbereiding, in de vorm van een uitgeschreven speech, geeft je juist minder zekerheid. De kans dat je ervan zult afwijken is behoorlijk groot. Eén vraag tussendoor kan zo’n minutieuze voorbereiding al in de war gooien. Lees dus even in ’n eerder blog over voorbereiding. Minder voorbereiding geeft je wel meer vrijheid om je ding te doen. Misschien is de betere tegenhanger van zekerheid in deze context wel vrijheid in plaats van onzekerheid.

Als je apparatuur denkt te gebruiken om meer zekerheid te generen, kun je behoorlijk bedrogen uitkomen. Naast de mogelijkheid dat die apparatuur faalt (meer onzekerheid dus), creëer je er een onzekerheid bij: je moet die apparatuur bedienen, terwijl je je verhaal doet. Dat kan je nog aardig afleiden van je speech.

De enige zekerheid, voor zover je dat zo kunt noemen, kun je m.i. halen uit Relational Presence, ofwel aanwezig zijn met één persoon tegelijk. (Zie ook in de onderwerpen hiernaast.) En dat is iets dat we kennen, want dat doen we vaker.

Afgelopen week sprak ik een IT specialist die werkt in de controle van de financiële sector. Hij vertelde dat we voor allerlei dingen die we doen en meemaken, patronen hebben. We gaan naar de bakker, bestellen een brood, betalen, zeggen gedag en gaan weer. Een heel bekend patroon. Als we dingen meemaken, waar we geen patroon voor hebben, dan worden we onzeker en weten we niet hoe we ons moeten gedragen.

Bij spreken in het openbaar kun je van dit gegeven gebruik van maken door jezelf een patroon eigen te maken: Zo zou je Relational Presence ook kunnen noemen, een patroon. Wil je meer weten over Ralational Presence, klik er dan even op in de onderwerpenlijst hiernaast.

Dan nu een vraag aan jou: wat doe jij om je zekerder te voelen bij spreken in het openbaar? Laat ’t hier weten.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Bij een uitvaart

Het afgelopen weekend moest ik ineens weer hieraan denken.
Het is najaar 2007. Ik zit in een kerkdienst bij de uitvaart van een van mijn uitvaart(gepensioneerde) cliënten en de voorganger vraagt aan iedereen: Denk aan wat je van hem hebt geleerd en kom dan naar voren en steek een kaarsje aan. Je moet weten dat ik mijn cliënt (in mijn hoedanigheid als administratieadviseur) zo’n 25 jaar heb gekend, dus er schieten me direct 3 dingen te binnen: Doorzettingsvermogen, Eigenwijsheid en als 3e: straks in de aula ga ik daar kennelijk iets over vertellen. Oeps, gelukkig netjes gekleed.

In de wachtruimte bij de aula wordt gevraagd of er nog iemand is die het woord wil voeren, dus ik steek mijn hand op. Met slechts die 2 woorden in mijn achterhoofd.

Eenmaal in de afgeladen aula stond ik achterin en op ’n gegeven moment werd ik naar voren geroepen. Ik ga achter die lessenaar staan, zoals vaak, véél te ver van de eerste rij vandaan…….. en kijk de weduwe aan. Vervolgens vertel ik over die 2 dingen die ik van hem heb geleerd en de relatie ervan met zijn werk, en dergelijke. Ik voelde me niet compleet op m’n gemak: de afstand tot het publiek was veel te groot, de zaal afgeladen met serieuze mensen, ik wist absoluut niet wat ik allemaal ging vertellen en waarschijnlijk was de weduwe zo’n beetje de enige die het zou begrijpen. Aan het eind van m’n verhaal maak ik een buiging voor de overledene en ga weer naar achterin de zaal.

Na afloop bij condoleren en koffie, kreeg ik van allerlei kanten complimenten van mensen die vertelden dat ik zo mooi gesproken had, ook al begrepen ze de inhoud maar voor de helft. Zo ook van de weduwe. Toen ik naar huis reed, had ik een voldaan gevoel omdat ik eer had bewezen aan deze cliënt met zoveel Doorzettingsvermogen en Eigenwijsheid.

De boodschap voor jou: Laat je op geen enkele manier weerhouden door angst of ongemak, want soms heb je maar één kans en die moet je dan wel kunnen grijpen. Heb je twijfels of je dit wel zou doen, kom dan naar een bijna gratis avond-training om hieraan te werken.

Hartelijke groet,
Stef

Stress op het podium

stresskatStress in relatie tot spreken in het openbaar is een bekend verschijnsel. En hoe je ermee omgaat is alles bepalend voor je gezondheid én je welzijn. Kelly McGonigal is gezondheidspsycholoog en heeft na 8 jaar onderzoek iets opmerkelijks ontdekt. Mensen die stress ondervonden, hadden 43% meer kans om te sterven dan mensen zonder stress. MAAR, dat gold alleen voor mensen die dáchten dat stress gevaarlijk was voor de gezondheid. Mensen die veel stress ondervonden, maar stress niet als gevaarlijk beschouwden, hadden géén hoger risico om te sterven. Zij hadden in verhouding tot anderen zelfs het laagste risico om te sterven – mensen met relatief weinig stress meegerekend. Het toont weer eens aan hoe lichaam en geest elkaar over en weer beïnvloeden.

En het verhaal gaat verder, zeker als we kijken naar de relatie met spreken in het openbaar:
Oxitocine is een neurohormoon. Het stelt de sociale instincten van je brein bij. Het bereidt je voor om dingen te doen die relaties versterken. Het verhoogt je empathie. Als oxytocine afgegeven wordt in je stressreactie motiveert het je om steun te zoeken. Je biologische stressreactie zet je aan om iemand te vertellen hoe je je voelt, in plaats van het op te kroppen. Als je contact zoekt met anderen onder stress, om steun te krijgen of te geven, geef je meer van dit hormoon af, je stressreactie wordt gezonder, en je herstelt sneller van stress.
Je stressreactie heeft een ingebouwd mechanisme voor stressveerkracht en dat mechanisme is verbinding met mensen. Dus als je kiest om je te verbinden met anderen onder stress, creëer je veerkracht.

Als je Speaking Circles al kent, zie je dan de relatie al met spreken in het openbaar? Een van de fundamenten van Speaking Circles is namelijk om altijd in verbinding te zijn met je publiek, met een persoon tegelijk. Dus, als je stress ervaart, wanneer je voor publiek staat, leg dan verbinding met één persoon tegelijk door hem/haar in de ogen te kijken, terwijl je spreekt. Doe dat ook als je geen stress ervaart op het podium, want ik kan je verzekeren dat je spreekbeurten/speeches er krachtig op vooruit gaan.

Kijk hieronder naar de inspirerende video van Kelly McGonigal en laat me je reactie weten.
Hartelijke groet,
Stef

Tijdbewaking

KlokGa je weleens gebukt onder de tijddruk, wanneer je op het podium staat? Niet fijn, hè.
Je spreektijd bewaken is een weinig besproken onderwerp, dus laten we het daar eens over hebben. Wat regelmatig voorkomt is dat sprekers teveel willen vertellen in de tijd die beschikbaar is. Je loopt het risico dat je sneller gaat spreken dan goed voor jou en je publiek is. Voor jou, omdat je dan minder gelegenheid neemt om adem te halen. Je gaat hoger adem halen met ’t risico dat je minder goed bij jezelf bent. Als je minder gelegenheid hebt om adem te halen, ben je ook sneller door je energie heen. Neem dus de tijd, ook om adem te halen. Als je de tijd neemt, en dus wat langzamer spreekt, blijft het publiek je ook beter volgen en heb je meer verbinding met je publiek. En dat is natuurlijk goed, want je boodschap heeft meer kans om aan te komen.

Neem de tijd  (overigens de titel van een goed boek van Eknath Easwaran) geeft je ook minder tijddruk en dus meer rust. Als je weet hoeveel spreektijd je hebt, zorg er dan voor dat je bijvoorbeeld 5 minuten voor het einde een signaal krijgt om af te ronden. Dat kan door een klok in je gezichtsveld te hebben of iemand die je een signaal geeft. Het kan bijvoorbeeld ook door een stopwatch, die je op een of andere MotivAider-in-handmanier een geluidloos signaal geeft. Zelf gebruik ik daarvoor altijd de MotivAider (zie foto hiernaast). Deze geeft een trilsignaal op elk gewenst moment.
Als er ook gelegenheid moet zijn voor vragen/dialoog, kies dan vooraf of je dat tijdens of na afloop van je verhaal wilt en maak dat aan het begin duidelijk. Wil je meer interactie gedurende je verhaal, dan kies je natuurlijk voor de mogelijkheid om onderbroken te worden. Tip: Je blijft makkelijker bij de draad van je verhaal (in je flow) als je niet onderbroken wordt. Ruim in dát geval ook voldoende tijd in voor vragen/dialoog aan het eind.

Hoe gebruik jij je tijd op het podium?
Hoe zorg jij ervoor dat je niet in tijdnood komt?
Wil jij juist wel of niet worden onderbroken voor vragen?

Vertel ’t hier in een reactie.

Hartelijke groet,
Stef
Meer lezen? Klik hier.

Mieren en hersencellen

Tijdens onze vakantie werd ik geïnspireerd door het gedrag van mieren voor onze tent in Zuid-Frankrijk.

Een stukje brood van ongeveer een kubieke centimeter werd in ’n uur tijd volledig afgebroken en het nest binnengesleept, vaak in stukken groter dat ze zelf zijn.
Nu is het zo dat één enkele mier absoluut geen indrukwekkende prestatie levert, behalve het feit dat hij grotere objecten en gewichten kan tillen dan zichzelf. Dat is dan weer wél een prestatie van formaat. Maar zet eens ’n paar duizend (of miljoen) mieren bij elkaar en er ontstaat een intelligent systeem van samenwerking en communicatie, zonder dat er eentje de leiding neemt.

Een vergelijking met onze hersencellen is zo gek nog niet: Eén hersencel maakt geen deuk in ’n pakje boter en is redelijk dom. Neem nu eens 86 miljard hersencellen samen (gemiddelde mens) en stop ze in een een schedel, dan heb je toch ’n zekere mate van intelligentie. Ze communiceren met elkaar middels boodschapperstofjes en zo kunnen we met het geheel van al die cellen samen keuzes maken, boodschappen doen, elkaar herkennen, beslissingen nemen en zelfs nadenken.

En bij die laatste complexe mogelijkheid – nadenken – wil ik even stilstaan in relatie tot spreken in het openbaar. Stel, je staat voor een groep en je wilt dat je publiek aan je lippen hangt, dat je verbinding met je publiek hebt. Toch? Dan is het zaak om zo min mogelijk of niet na te denken. Nadenken haalt je uit de verbinding met je publiek én uit de flow van je verhaal. Maar ja, dat is even makkelijk gezegd. Het is belangrijk om te ervaren dat je zonder nadenken zinnige dingen kunt zeggen. Natuurlijk is het wennen in het begin, net als fietsen in het begin oefenen en wennen is. Het is ook een kwestie van erop leren vertrouwen dat je verhaal er soepel uitkomt, wanneer je niet nadenkt. Kortom, bij spreken in het openbaar kunnen we wel met wat minder hersencellen toe.

Wat is jouw persoonlijk ervaring met nadenken, wanneer je voor een groep staat?
Laat je reactie hier achter.

Hartelijke groet,
Stef

Wees jezelf

Zo op het eerste gezicht lijkt er geen verschil te zijn tussen presenteren en spreken in het openbaar. Maar naar mijn mening is er een subtiel maar niet onbelangrijk verschil tussen deze twee grootheden, terwijl ze toch vaak als synoniemen worden gebruikt. Bij presenteren denk ik aan allerlei vormen waarin je iets presenteert. Je kunt een dia-serie presentereBlog 1 mei foton, een nieuw model auto. Bij deze vorm van presenteren laat je iets zien, een product, een dienst, programma of iets dergelijks, waarbij precies dát het middelpunt vormt van je presentatie. De persoon die het presenteert is in deze voorbeelden niet de belangrijkste factor, maar de dienst of het product. Van Dale geeft bij presenteren als vermelding o.a. “zichzelf presenteren aan iemand”, maar met alle technieken is deze betekenis m.i. naar de achtergrond geraakt.

Bij spreken in het openbaar is juist de persoon die presenteert de belangrijkste factor, vandaar dat ik weleens de term authentiek presenteren gebruik. Daarmee bedoel ik dat die persoon vooral zichzelf presenteert, authentiek. Je staat in het middelpunt van de belangstelling en een eventueel product of onderwerp is van ondergeschikt belang, althans met betrekking tot de methodiek. Natuurlijk vinden we ook hierbij dat het onderwerp van gesprek belangrijk is. Vandaar dat zo vaak belang wordt gehecht aan een gedegen voorbereiding. Deze gedegen voorbereiding wordt vaak gebruikt (misbruikt) om het ongemak te maskeren dat bij spreken in het openbaar de kop op steekt. Hiermee wil ik niet zeggen dat voorbereiding op geen enkele manier nodig is. Zie bijvoorbeeld mijn eerdere blog over voorbereiding.

Ook het gebruik van apparatuur, zoals bijvoorbeeld powerpoint, wordt vaak misbruikt om het middelpunt van de belangstelling te ontwijken. Zie mijn eerdere blog hierover. Naast die inhoudelijk voorbereiding kan een andere vorm van voorbereiding van belang zijn: ervoor zorgen dat je er oké mee bent om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Gewoon jezelf zijn, er zijn al zoveel anderen.

Dit onderscheid tussen presenteren en spreken in het openbaar maakt ook dat er nogal wat verschil is tussen de diverse trainingen op dit gebied. Speaking Circles richt zich geheel op spreken in het openbaar als voorwaarde scheppende manier om in het middelpunt van de belangstelling te (willen) staan. Zo kun je bijvoorbeeld zeggen dat iemand die goed kan presenteren niet per definitie ook goed kan spreken in het openbaar. Goed spreken in het openbaar zie ik bij iemand die gewoon zichzelf is voor publiek en geheel vanuit zichzelf zijn verhaal brengt in verbinding met ‘t publiek, ongeacht of daar wel of niet een product of dienst bij hoort.

Ervaar jij dit onderscheid ook? Of juist helemaal niet?  Laat het weten in je reactie. De knop daarvoor staat boven dit artikel.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs
Wil je 1x per maand ‘n berichtje ontvangen, geef je dan hier op:

Tips….of toch maar niet.

TopEr wordt door deelnemers nu en dan op de evaluatieformulieren geschreven, dat er behoefte is aan tips.
Dan maak ik direct even onderscheid tussen algemene tips (voor iedereen) en individuele tips. Algemene tips worden regelmatig gegeven, tijdens trainingen maar ook in het boek Spreken vanuit je Hart en in het gratis eBoek. Bovendien tref je in dit Blog diverse artikelen met tips aan.
Echter, individuele tips ter verbetering geven we juist niet bij Speaking Circles, onze methodiek. Tips ter verbetering ondermijnen de waardering die je juist helpt groeien en ze geven juist voeding aan de interne criticus die vaak toch al te prominent aanwezig is:
Met tips, goedbedoeld advies (gevraagd of ongevraagd) en met verbeterpunten wordt aan de zogenaamde interne criticus voeding gegeven. De interne criticus is een innerlijke stem die kritiek op je heeft en voor gedachten zorgt als: “Doe niet zo raar; dat kun je niet zeggen; niemand zit op die boodschap te wachten; doe normaal met je handen.”  Helaas is het zo dat tips ter verbetering, veelal vertaald als kritiek, veel beter blijft hangen dan waardering.
Zoals je begrijpt heeft die interne criticus helemaal geen bevestiging nodig, want wij zijn al overdreven kritisch op onszelf. We kunnen wel stellen dat er níemand Weegschaalzo kritisch op ons is als wijzelf. Je kunt die interne criticus vergelijken met de linkerkant van een weegschaal, zoals hiernaast afgebeeld.
Aan de linkerkant liggen alle oordelen over je eigen gedrag als je voor een groep staat, inclusief (eventuele) schaamte. De waardering die je ontvangt, komt op het schaaltje aan de rechterkant te liggen. Daardoor kan de weegschaal meer in balans komen. Als de interne criticus zwaarder weegt, dan kun je dat merken aan het verschil tussen wat je zelf vindt over je eigen zijn voor de groep en wat de andere deelnemers daarvan vinden. Naarmate je dat verschil als kleiner gaat ervaren, zul je je meer op je gemak voelen voor de groep en tevens ervaren dat je meer jezelf, meer authentiek kunt zijn.
Veel aandacht geven aan je interne criticus of aan punten waar je niet tevreden over bent, kan verlammend werken. Want waar je aandacht aan geeft, dat groeit. Veel aandacht voor datgene wat je wél wilt, geeft dus méér van wat je wél wilt. De aandacht en waardering die je bij Speaking Circles ontvangt, laat groeien wat mooi en goed is, waardoor je als geheel krachtiger wordt.
Uit onderzoek naar wat wel en niet werkt, blijkt dat aandacht voor sterke punten véél meer effect heeft dan het benadrukken van zwakke punten, tot wel ácht keer meer!

Hoe zit ’t met jouw interne criticus?  Vraagt ie ook (weleens) om tips of kritiek? Laat ’t hier weten.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

7 tips voor een lekkere presentatie

Nadat ik voor de zomer het seizoen ben uitgestapt met 7 tips om je presentatie te verpesten, zal ik nu het nieuwe seizoen beginnen met 7 tips voor een lekkere presentatie. Natuurlijk is zo’n lijstje nooit compleet en ook over het aantal kan men van mening verschillen. Na de eerste tip is zelfs de volgorde willekeurig.

1. Zorg dat je verbinding met je publiek hebt.
Neem de tijd om er als het ware een één-op-één gesprek van te maken met telkens één persoon tegelijk in je publiek, ook al zegt die persoon natuurlijk niets terug. Kijk die persoon aan terwijl je spreekt, zodat je woorden niet in het luchtledige of op de grond vallen, maar echt áánkomen bij iemand.

2. Zorg dat je speech levendig is, dus ter plekke ontstaat.
Natuurlijk is ’t handig om enige voorbereiding te doen en te beoordelen waarover je speech gaat. Je kunt dan ’n lijstje met steekwoorden maken. Maar ook (of misschien wel júist) als er geen voorbereiding mogelijk is kun je prima een speech houden, die ter plekke ontstaat. Wees gewoon jezelf!

3. Neem de tijd en praat rustig, dan kunnen de meeste mensen je volgen en heb je ook voldoende tijd om adem te halen.

4. Hanteer eenvoudige taal zonder ingewikkelde woorden, des te meer mensen kunnen je volgen. Wat niet eenvoudig gezegd kan worden is ingewikkeld gedacht.

5. Gebruik zo min mogelijk of geen apparatuur, zoals powerpoint en dergelijke.
Je bent dan op jezelf aangewezen en ook niet afhankelijk van het wel of niet functioneren van dergelijke apparatuur. Bovendien, het publiek komt voor jou en niet voor ’n aantal plaatjes.

6. Een open deur: Volg eens ’n training of cursus.
Heb je je rijbewijs gehaald zonder rijles en oefening? Nee toch. Waarom zou je dat dan wel verlangen van jezelf bij spreken in het openbaar?

7. Gebruik elke gelegenheid om te oefenen, hoe onbeduidend ook.

Meer tips? Klik hiernaast bij onderwerpen op tips en er komt vast nog meer tevoorschijn.

Heb je zelf tips, die voor jou goed hebben gewerkt, laat ze weten door te reageren op dit artikel.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

7 tips om je presentatie te verpesten

Slechte presentatiesNatuurlijk is deze opsomming niet compleet en ook de volgorde ligt niet vast. Het zijn gewoon veel voorkomende fouten die worden gemaakt, waarmee je een presentatie of speech effectief om zeep  helpt en ik wil je hiermee prikkelen om erover na te denken.
Laat s.v.p. je reactie achter en/of geef nog meer tips om een presentatie te verprutsen.

1. Gebrek aan contact met je publiek:
Deze staat overigens niet voor niets op één. Er zijn mensen die over de hoofden van hun publiek heen kijken, waardoor ze natuurlijk geen contact met hun publiek hebben. Het komt helaas ook regelmatig voor dat mensen naar hun eigen powerpoint aan het kijken zijn terwijl ze praten. Een snelle manier dus om je publiek aan een slaapje te helpen.

2. Voorlezen:
Het gebeurt echt, hoor, dat mensen hun speech voorlezen. Dat is dan ook feitelijk een lezing en soms het gevolg van teveel voorbereiding, nl. een speech uitschrijven vooraf. Je weet dan zeker dat je geen contact hebt met het publiek.

3. Slechte techniek:
Als je jezelf volledig afhankelijk maakt van de techniek, zoals powerpoint en dergelijke, dan kun je lelijk in problemen komen als die techniek faalt of zelfs geheel uitvalt. Door dat simpele feit kun je je presentatie uiterst effectief om zeep helpen.

4. Veel tekst op powerpoint:
Als je dan toch powerpoint wilt of moet gebruiken, zet er dan zoveel mogelijk tekst op. Dan weet je dat je publiek dat gaat lezen en kun jij koffie gaan drinken. Veelal gaat lezen niet samen met luisteren, dus dit is een prima manier om te zorgen dat het publiek niet aan je lippen hangt om te luisteren naar wat je te vertellen hebt.

5. Snel praten:
Dit is een effectieve manier, al dan niet gecombineerd met een van de andere tips, om je publiek te hypnotiseren tot het in slaap is gevallen. Vaak komt het doordat je teveel in de beschikbare tijd wilt vertellen, waardoor je gaat ratelen. Prop zoveel mogelijk tekst in je presentatie dus.

6. Stopwoorden:
Gebruik zoveel mogelijk stopwoorden om er zeker van te zijn dat je publiek zich aan je gaat ergeren, een beproefde manier om zure gezichten te zien.

7. Gebruik ingewikkelde woorden:
Gebruik zoveel mogelijk ingewikkelde woorden, zodat je publiek binnen de kortste keren niet meer weet waar je het over hebt. Je toehoorders haken dan vanzelf af, zodat jij ook af kunt gaan. Wat niet eenvoudig gezegd kan worden is ingewikkeld gedacht.

Heb je nog meer tips? Laat een reactie achter.
Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Overtuigingen

De logische niveaus van Bateson

De Brit Gregory Bateson (1904-1980), gedragswetenschapper, sociaal wetenschapper, linguïst en cyberneticus, ontwikkelde een model om mensen bewust te maken van zichzelf met behulp van vragen als “Wat doe je, wat kan je, wat wil je, wie ben je?” Robert Dilts ontwikkelde zijn model verder tot wat het nu is. De werking van Speaking Circles op iemands innerlijke groeiprocesssen kan goed vanuit de opzet van dit model begrepen worden.

Het model kan weergegeven worden als een piramide van zes niveaus. Elk niveau heeft zijn eigen waarde, het ene niveau is niet beter dan het andere.

Logische niveaus

Niveau één. De omgeving of situatie

De omgeving of situatie (context) waarin iemand zich begeeft of bevindt, is het onderste niveau van de piramide. Het zijn de omstandigheden waarin mensen verkeren en waarop ze reageren met hun mogelijkheden en beperkingen.
Kernvragen op dit niveau zijn: Wáár reageer ik op? Wanneer en met wie? De focus ligt op gebeurtenissen en werkwoorden die hierbij passen, zijn uitleggen, verklaren.

Niveau twee. Het gedrag

Iemands waarneembaar concrete gedragingen en het gedrag op zijn omgeving dat hij vertoont, is het tweede niveau van de piramide.
Kernvragen zijn: Wat doe ik? Hoe handel ik? Wat is mijn observeerbare gedrag? De focus ligt op invloed en het werkwoord dat hierbij past, is doen.

Niveau drie. Vaardigheden / Mogelijkheden

Het derde niveau wordt gevormd door de vermogens waarover iemand beschikt: zijn inzichten, capaciteiten, vaardigheden, kwaliteiten en denkstrategieën.
Kernvragen zijn: Hoe pak ik het aan? Wat kan ik? De focus ligt nu op handelen en het werkwoord dat hierbij past, is kunnen.

Niveau vier. Overtuigingen / Waarden

Het vierde niveau bestaat uit de overtuigingen van iemand: zijn generalisaties, criteria, normen, waarden, verwachtingen en opvattingen, voortkomend uit iemands waarden en normen ten aanzien van bepaalde onderwerpen.
Kernvragen zijn: Waarom doe ik het? Wat vind ik belangrijk? Waar gaat het mij om? Belemmerende overtuigingen kunnen verhinderen dat iemand zijn reeds aanwezige kwaliteiten inzet. Bevorderende overtuigingen zullen iemands kwaliteiten juist ondersteunen. De focus bij overtuigingen ligt op waarden en normen en de werkwoorden die hierbij passen, zijn willen, mogen, horen, moeten.

Niveau vijf. Identiteit

Het vijfde niveau is dat van de identiteit ofwel het beeld dat iemand van zichzelf als uniek persoon heeft met de missie die men in het leven heeft, het zelfbeeld en de bijbehorende gevoelens van uniciteit en eigenwaarde.
Kernvragen zijn: Wie ben ik? Wat voor iemand ben ik? Wat is mijn levensdoel? De focus ligt op drijfveren, passie en het werkwoord dat hierbij past is zijn.

Niveau zes. Zingeving / Missie

De kern van de persoon, iets dat iemand als de essentie van het leven ervaart, is het zesde en hoogste niveau in de hiërarchie. Dit niveau is spiritueel en kennen we als zingeving: de intuïties omtrent het grotere geheel waarvan men deel uitmaakt, alsmede de roeping en de bezieling die dat grotere geheel verschaft.
Kernvragen zijn: Van waaruit handel ik? Waar ben ik een onderdeel van? Wat is het grotere geheel dat mij leidt? Wat geeft mijn leven zin? De focus hierbij is innerlijk weten en het hierbij passende werkwoord is betekenis geven.

Ten aanzien van de onderlinge samenhang tussen deze niveaus is het volgende van belang.
Een hoger niveau organiseert de informatie op de onderliggende niveaus. Een verandering op een hoger niveau zál veranderingen op de lagere niveaus teweeg brengen. Een verandering van bijvoorbeeld een overtuiging (Vierde niveau) zál een ander gedrag (Tweede niveau) tot gevolg hebben.

Een verandering op een lager niveau kán verandering op een hoger niveau teweeg brengen. De oorzaak van een probleem ligt doorgaans op een hoger niveau dan het probleem zelf en daarmee ligt de (meest wenselijke) oplossing ook op een hoger niveau dan het probleem zelf.

Op ieder logisch niveau verlopen de leerprocessen anders en komen veranderingen op een andere manier tot stand.

Speaking Circles en de logische niveaus van Bateson

Hoewel Speaking Circles niet speciaal een training in iets is (de beste techniek is immers géén techniek), oefent Speaking Circles wel degelijk invloed uit op de verschillende niveau’s van Bateson.

We zijn, bijvoorbeeld, allemaal in staat om naar elkaar te kijken, maar toch kan “iemand in de ogen kijken” (ook wel oogcontact genoemd)  voor een cursist een nieuwe vaardigheid zijn.

In sommige culturen word je als kind bijgebracht dat het onbeleefd en respectloos is om ouders of volwassenen rechtstreeks in de ogen te kijken. Deze overtuiging neem je als waarde en norm mee naar je volwassenheid, waar deelname aan Speaking Circles en die vorm van oogcontact (relational presence) je vervolgens confronteert met je overtuigingen in deze.

In het algemeen kun je zeggen dat de methodiek van Speaking Circles vooral invloed heeft op belemmerende overtuigingen (Vierde niveau). Ook is er veel invloed op het gebied van identiteit, waar het gaat om het zelfbeeld en gevoelens van eigenwaarde (Vijfde niveau); het zelfbeeld en de gevoelens van eigenwaarde krijgen immers een sterke, positieve impuls door de bekrachtigende waardering tijdens de workshops.

Het bereik van Speaking Circles is door de niveaus heen dan ook behoorlijk groot. Waar veel gangbare en al langer bestaande methoden zich veelal richten op gedrag en vaardigheden, gaat de invloed van Speaking Circles verder dan dat, met daardoor vaak diepgaander effecten.

Het komt zelfs voor dat cursisten zichzelf dermate ontwikkelen dat er ruimte ontstaat op het hoogste, spirituele (zesde) niveau, waardoor plotseling zicht kan komen op iemands bestemming/levenspad……

Laat s.v.p. je reactie achter!

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Hooggevoeligheid en spreken in het openbaar

In 1986 heeft psycholoog en onderzoekster Elaine Aron de term HSP – Hoog Sensitieve Personen – geïntroduceerd. De vertaling van Hoog Sensitief naar Hooggevoelig is niet helemaal gelukkig gekozen, maar inmiddels wel ingeburgerd. Sensitief betekent namelijk gevoelig voor zintuiglijke indrukken, en dat gaat verder dan alleen voelen, zoals dat gesuggereerd zou kunnen worden door het woord hooggevoeligheid. Hooggevoeligheid heeft dus betrekking op zien en/of horen en/of voelen en/of ruiken en/of proeven. Ik heb bewust gekozen voor en/of tussen deze vijf zintuigen. Het lijkt erop dat de meeste HSPersonen hun gevoeligheid ervaren op meerdere zintuiggebieden, waarbij het voelen het meeste lijkt voor te komen. Uiteraard zijn er ook HSPersonen, waarbij hun sensitiviteit betrekking heeft op meerdere of zelfs álle zintuigen. HSP komt voor bij 15 à 20% van de mensen.

Mensen die hooggevoelig zijn hebben als het ware extra antennes, waardoor zij veel méér dan de gemiddelde mens uit hun omgeving registreren. Zij nemen onder andere intenser waar, verwerken meer, voelen eerder waar iets niet klopt, voelen stemmingen van mensen en plaatsen aan.

Elaine Aron zegt hierover in Psychologie Magazine van juli/augustus 2009:
“Uit een aantal studies blijkt dat de hersenstructuur van sensitieve mensen anders is dan die van niet-HSP’s. Toen we mensen in een MRI-scanner legden en hen subtiele verschillen tussen twee foto’s lieten zoeken, bleek dat gevoelige mensen veel meer hersenactiviteit hadden in de gebieden die te maken hebben met aandacht en waarneming. Waarschijnlijk hebben HSP’s daar meer neuronen en verbindingen.”

Waar de gemiddelde mens die voor een groep staat veel indrukken opdoet, gaat dit dus nog veel méér op voor HSPersonen. Als zij voor een groep/publiek staan kunnen ze volledig overweldigd raken door alle indrukken.

Dit kan zeker voor een groot deel ondervangen worden als zij zichzelf trainen in
aanwezigheid in relatie, zoals we dat kennen in Speaking Circles. Aanwezig zijn in relatie gaat altijd uit van die aanwezigheid met één persoon tegelijk. Deze focus kan het aantal indrukken drastisch beperken, waardoor het zijn voor een groep/publiek makkelijker wordt. Voor oefeningen aanwezigheid in relatie, zie Tip 3 op dit Blog.

Je hoeft geen HSP te zijn om overweldigd te raken.

Wat is jouw manier om niet overweldigd te raken ?

Laat s.v.p. je reactie achter.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

Van Oud naar Nieuw

2013Op Oudejaarsdag, te midden van het geknal in de wijk, terwijl de kat ’n veilig heenkomen heeft gezocht in het trappenhuis, zit ik ’n beetje te mijmeren over het afgelopen jaar en het komende jaar…….. en als ik weer verder schrijf is het ineens middag op 1 januari na het traditionele nieuwjaarsconcert in Wenen……

Voor 2013 wens ik je een inspirerend jaar, vrede met jezelf en anderen, dat je kunt veranderen wat veranderbaar is, dat je kunt accepteren wat onveranderbaar is, én de wijsheid om het onderscheid tussen die twee te weten.

Wat is veranderbaar en wat niet, in relatie tot het onderwerp spreken in het openbaar ? Om eens op één element in te gaan: de werkelijkheid is een feit, het publiek is daar en het enige waar verandering mogelijk is ben JIJ. We zien de wereld niet zoals die is, maar zoals we zijn. Dat heb je vast al eerder gelezen of gehoord. In veel situaties van opwinding of spanning vallen we terug op automatische patronen.
Dat brengt met zich mee dat we de strengheid waarmee we naar onszelf kijken en onszelf beoordelen of zelfs veroordelen ook projecteren op ons publiek, dat er naar ons idee dus net zo over zal denken als wij. En dát is natuurlijk gewoon níet waar. De werkelijkheid is dat het publiek zijn eigen dingen over jou denkt en ik durf je te verzekeren dat dat vrijwel altijd veel positiever is dan wat jij over jezelf denkt.

Hoe meer je in het NU bent, hoe meer je bovengenoemde automatische patronen kunt loslaten en juist dát is één van de effecten van Speaking Circles.

Hoe doorbreek jij die automatische patronen ?
Hoe blijf jij voor een groep in het nu ?
Plaats s.v.p. een reactie en laat ’t weten.

Hartelijke groet,
Stef de Beurs

 

Waar praat je niet graag over?

Geïnspireerd door de video van Brené Brown (hieronder weergegeven op 26 november 2012), wil ik het met je hebben over kwetsbaarheid, moed, authenticiteit, schaamte en angst.
Over angst en moed heb ik eerder geschreven in “Heldhaftig” van 16 oktober 2012, in die zin van ergens angst voor hebben en het dan tóch doen.
Brené Brown heeft het in haar video over schaamte die je kunt uitleggen als angst voor het verbreken van de verbinding, de verbinding met anderen waar we allemaal van nature naar streven. Om verbinding te realiseren moeten we onszelf toestaan volledig gezien te worden, feitelijk in de spotlights van anderen staan. En daar komt moed weer om de hoek kijken: de moed om onvolmaakt te zijn en onszelf daarin volledig accepteren. Dus kwetsbaar en authentiek.

Van cursisten heb ik nogal eens gehoord dat zij er op hun werk niet over spraken wanneer zij een workshop of cursus spreken in het openbaar gingen volgen. Uit schaamte soms, want dat moet je toch gewoon kunnen? Of angst wellicht, voor afwijzing? Mogelijk tot dat moment niet wetend, dat het grootste deel van de mensen niet graag op deze manier in het middelpunt van de belangstelling staat. Je bent dus niet de enige. Hoe minder je erover praat, hoe meer last je er van hebt. En hoe harder je vecht tegen de angst of schaamte, hoe groter het is of kan worden. Want waar je flink energie in steekt (=hard tegen vechten), daar krijg je meer van.

Ik wil je hier nadrukkelijk uitnodigen om te reageren:

Praat je hier weleens over, op ’t werk? met vrienden? Hoe reageren die anderen? Of, waarom praat je er juist niet over? Wat belemmert je om er open over te praten?

Hartelijke groet,
Stef

De context van spreken in het openbaar

Naar aanleiding van ‘n vraag van een lezer ga ik wat dieper in op context: De situatie waarin je communiceert bepaalt mogelijk hoe je je daarbij voelt en hoe je reageert. Misschien zelfs juist als je dat niet wilt.

Als je vooraf je héle verhaal hebt bedacht, loop je een ernstig risico dat het verhaal met jou aan de haal gaat. Daarbij maakt het niet uit of het nu gaat om een speech, vergadering of bijvoorbeeld ’n netwerkbijeenkomst. Het is namelijk niet makkelijk om in het nú te zijn, in verbinding met je publiek of gesprekspartner, én gelijktijdig het verhaal uit je hoofd tevoorschijn toveren. Dit is wellicht nog sterker het geval, als je er een belang bij hebt, zoals bij een verkooppraatje of een netwerkbijeenkomst met een voor jou vergelijkbaar doel. Dan ligt er namelijk ook druk op. Lees in dit verband ook tip 2 over voorbereiding.

Bedenk ook dat de ene netwerkbijeenkomst ’n heel andere uitwerking op je kan hebben dan de andere. Ben je bijvoorbeeld met ’n flinke groep gelijkgestemden bij elkaar om te leren, dan is ongetwijfeld de druk om te presteren of te scoren minder groot of zelfs niet aanwezig. Aan de andere kant kun je bij een zakelijke netwerkbijeenkomst veel eerder de druk ervaren om ’n opdracht binnen te halen of iets dergelijks. Het is goed om het onderscheid te herkennen, te erkennen én er dan iets mee te doen.

Verwacht je dergelijke druk, doe dan voor de verandering even ’n oefening kort vooraf op een plek waar je even alleen bent: Doe je ogen dicht en ga met je aandacht naar ’n plekje in jezelf waar je niets hoeft, waar je niets hoeft te presteren of bereiken en volkomen je rustige zelf kunt zijn. Zak daar even in en geniet van de rust die dat geeft. Als je dat hélemaal kunt ervaren, anker dat dan door bijvoorbeeld twee vingers te kruisen of iets dergelijks. Tijdens het evenement kun je die rust weer oproepen met dat anker.

Verder kun je je afvragen, wat netwerken voor jou betekent. Valt het voor jou onder ZIJN of onder DOEN. Hoewel het woord netwerken op het laatste, doen, lijkt te wijzen is het nog maar de vraag om welke actie het gaat. Is het dan spreken of luisteren en in welke verhouding. Je bent vast wel eens tijdens ’n netwerkbijeenkomst door iemand “overspoeld” met woorden. Hoe effectief was dat? Hoe snel wilde je weg bij die persoon? Hoe was dat voor jou, en zou je datzelfde een ander willen aandoen? Persoonlijk ben ik van mening dat ZIJN een belangrijker plaats inneemt dan DOEN.

Ga eens aan de slag met de oefening(en), die ik in tip 3 heb beschreven. Daarnaast, tip 1 is weliswaar van mei 2009 maar nog steeds actueel. Tot slot, misschien wil je de laatste nieuwsbrief wel lezen.

Ik nodig je van harte uit om hier te reageren.
Hartelijke groet,
Stef

Heldhaftig

In het september-nummer van Psychologie Magazine staat een artikel over moed en ik citeer even de opening: ‘Moed is je angst verslaan. Ware helden zijn niet persé minder angstig. Wel hebben ze meer lak aan regels en lappen ze andermans mening makkelijker aan hun laars. En dat zijn eigenschappen waar een held in spé nog wat van kan leren.’

Natuurlijk komt angst in relatie tot spreken in het openbaar regelmatig ter sprake. Telefonisch als mensen informeren of Speaking Circles ook voor hún angst werkt en ook tijdens workshops. Veelal is mijn reactie: “Het minste wat je van één dag mag verwachten is dat je met je angst kunt omgaan.” Onlangs kwam het ook weer ter sprake tijdens een workshop in die zin van “van die angst af willen”. En dat is precies hoe het niet werkt. Het betekent namelijk dat je zo graag van die angst af wilt, dat je ertegen aan het vechten bent. Daar gaat veel energie in zitten, waardoor je meer krijgt van wat je nu juist niet wilt.
Mijn voorstel is dus om die angst te accepteren, dat deze er mag zijn. Omarm bij wijze van spreken je angst. En heb lak aan je eigen gedachten over wat je publiek van je zou kunnen vinden. Overigens, bedenk even dat de meeste mensen in je publiek al lang blij zijn dat jij daar staat en zij dat niet hoeven. Door voor je publiek te gaan staan mét je angst ben je wat mij betreft de held. Soms heb je nl. maar één kans om voor die bewuste groep te gaan staan en die kans moet je dan wel grijpen. De opening van het aangehaalde artikel zou ik dus iets willen nuanceren: Moed is je angst accepteren en het toch doen.

Onlangs was ik bij het Business Bootcamp (een aanrader overigens) en daar stond ineens een 16-jarige heldin op het podium: Annemiek Steur had haar eerste (fantasie-) roman geschreven en werd in het zonnetje gezet. Chapeau!! Klik hier als je meer over Annemiek en haar boek(en) wilt weten.

Spreken in het openbaar – Tip 6

Bewegen of stilstaan ? Wat draagt bij aan jezelf zijn?, stilstaan of bewegen. Als er voldoende ruimte is kun je natuurlijk bewegen. Belangrijk daarbij is, dat je in de ogen van je publiek kunt blijven kijken, térwijl je beweegt. Meestal kun je zeggen, wat bij jou past is voor jou natuurlijk om te doen.

Spreken in het openbaar – Tip 5

Er wordt nogal eens gevraagd “waar laat ik m’n handen?”  Alles wat je ermee doet zegt feitelijk iets. Dus als je er niets mee doet, is het neutraal. Doe je je armen over elkaar dan komt het ontoegankelijk over. Hou je ze op je rug dan kom je wellicht belerend over. Wat je er ook mee doet, in Speaking Circles wordt je niet verteld wat je ermee moet doen. Al doende zul je zelf ervaren wat voor jou het prettigst is, wat het beste bij je past en wat bijdraagt aan jezelf zijn. In het algemeen kan ik erover zeggen: als je je armen gewoon langs je lichaam laat hangen, dan heb je ze altijd direct beschikbaar als je ze nodig hebt. Het kan best gebeuren dat je je armen als vanzelf gaat gebruiken.

Praktijkgevallen

Graag wil ik een recente eigen praktijkervaring van spreken in het openbaar met je delen. Ik was gevraagd om mee te werken aan de openingsceremonie van het Eigentijds Festival in Vierhouten. Bij voorbereidend overleg in de middag werd duidelijk dat het slim zou zijn als ik de reeds door ’n ander bedacht stukje tekst uit m’n hoofd zou leren. Zoals je wellicht begrijpt, ben ik er een groot voorstander van om je tekst bij een speech en dergelijke ter plekke te laten ontstaan. Nu ontkwam ik er niet aan, de tekst was al bedacht en (nog) niet de mijne.
Een van mijn collega’s maakte de zeer wijze opmerking: “je moet de tekst gaan voelen”. Ik moest ’t stukje dus uit m’n buik leren, als het ware. Zo gezegd, zo gedaan, en toen ik het met collega’s vooraf tijdens het eten wilde oefenen, werd me duidelijk dat spreken in het openbaar volgens onze eigen methode van Speaking Circles totaal niet samengaat met uit het hoofd geleerde tekst. Toen ik namelijk een van mijn collega´s in de ogen keek, kon ik geen verbinding meer maken met de geleerde tekst. Simpel omdat het geheugen daarvoor onbereikbaar is als je iemand in de ogen kijkt. Dat was goed om te ervaren, zodat ik in dit geval beter verbinding met de tekst kon hebben, dan verbinding met het publiek.
Bovendien, ik stond tijdens de ceremonie ergens in het centrum van een grote cirkel met daaromheen circa 2000 mensen. Deze mensen stonden toch al redelijk ver weg. De microfoon kwam langs en ik sprak mijn stukje tekst. Het voelde goed, want de tekst paste inmiddels bij me. Daarnaast, het voelde goed om onderdeel te zijn van de openingsceremonie van het Festival waarvan ik al meer dan 10 jaar deel uitmaak en dat ik een warm hart toedraag. Tot slot, het voelde goed omdat de tekst verband hield met de krachtcentrale van het 3e chakra, de verbinding met de aarde, de zon….. én mijn eigen intenties met betrekking tot mijn werk hier en nu. De deelname aan de slotceremonie ´n paar dagen later maakte het geheel compleet. Weer een ervaring rijker dus.

Spreken in het openbaar – Tip 4

Apparatuur: Beamer, powerpoint, etc.

Mijn visie hierop is: hoe minder apparatuur, hoe beter. In veel lezingen tref je in het midden voor het publiek het scherm aan waarop via een beamer een en ander wordt vertoond tijdens de lezing. Dat betekent dat de apparatuur in het middelpunt van de belangstelling staat in plaats van degene die de presentatie geeft. In het ergste geval gaat de presentator aan de zijkant staan en leest voor wat er op het scherm verschijnt. Hinderlijk voor het publiek, want er is geen enkele verbinding met de spreker. Hinderlijk voor de spreker, want als het publiek naar een scherm kijkt ben je zelf ook uit verbinding met je publiek en dat kan je weer ongemak bezorgen. Bovendien leest het publiek het scherm sneller dan de presentator het kan voorlezen. Mensen kunnen niet zo heel veel dingen tegelijk, dus als ze op het scherm aan het lezen zijn, dan is de kans des te groter dat ze helemaal niet meer horen wat je te zeggen hebt.
Ik zou het graag willen omkeren: jij als spreker staat in het middelpunt van de belangstelling en als je persé apparatuur nodig hebt, zet die dan aan de zijkant. En reduceer het aantal beelden tot een absoluut minimum, het hoogst noodzakelijke. Laat als het even kan iemand anders op jouw signalen de apparatuur bedienen. Regelmatig heb ik meegemaakt dat een lezing opgeschort moest worden en zelfs een keer tussentijds afgebroken omdat de apparatuur problemen gaf. De presentator had zich dermate aan de apparatuur opgehangen, dat hij zonder de beelden gewoon niet verder kon. Dus als je dan toch appartuur gebruikt – soms ontkom je er natuurlijk niet aan – zorg dan dat je ook altijd zonder kunt.
Als het geven van een diapresentatie het hoofddoel van de avond is, dan is het natuurlijk andersom: De apparatuur en scherm zijn hoofddoel en je tekst is dan alleen begeleidend. Als je niet om beelden heen kunt, zorg er dan ook voor dat je apparatuur en dergelijke ruim op tijd in de zaal hebt getest. Zo kom je tijdens je presentatie niet voor verrassingen te staan. Als je een zgn. flip-over gebruikt, beperk dan de tijd dat je erop schrijft. Je hebt tijdens het schrijven nl. geen verbinding met je publiek. Voor al deze apparatuur geldt mijns inziens: als het géén adequate functie vervult, laat het dan maar achterwege. Als de apparatuur dient als afleiding van jezelf, zorg dan dat je zelf graag in het middelpunt van de belangstelling staat en laat het niet aan de apparatuur over.
Succes. Stef

Spreken in het openbaar – Tip 2

Mijn visie op voorbereiding.

Natuurlijk is enige voorbereiding handig, maar niet zoals vaak gedacht wordt. Ga een speech vooral niet vooraf uitschrijven. Laat dit s.v.p. over aan de Voorbereidingtroonrede van de koningin. Als je dat doet, wat ga je dan met die uitgeschreven speech doen? Enerzijds kun je hem voorlezen, maar dat is absoluut niet spontaan en komt dus heel kunstmatig over. Bovendien, door het voorlezen, heb je vrijwel geen verbinding met je publiek. Anderzijds zou je de uitgeschreven speech uit je hoofd kunnen leren. Dat is eveneens niet erg spontaan en er zit nog een nadeel aan: Als je de draad van je verhaal kwijt bent, loop je het risico de draad niet meer terug te vinden. Bovendien kun je niet makkelijk inspelen op vragen of opmerkingen uit het publiek. Ga na wat je al weet over de onderwerpen van je speech en noteer wat steekwoorden over wat je ter sprake wilt brengen. Verdiep je in onderwerpen waarover je meer informatie nodig hebt.
Als van je verwacht wordt dat je een speech gaat houden, dan is de kans groot dat jij ook voldoende over het onderwerp weet. De meeste informatie zal dus al in je zitten, zogezegd. Het hoeft er alleen maar op het juiste moment uit te komen. Als je onderwerp bijvoorbeeld bestaat uit 7 items, schrijf dan 7 steekwoorden op een kaartje. Op technieken als Powerpoint kom ik zeker nog ’n keer terug. Laat in de weken of dagen voorafgaand aan je speech nu en dan je gedachten gaan over die items en wat je er allemaal over “zou kunnen” vertellen. Laat verder je gedachten gaan over het soort publiek waar je voor komt te staan. Zijn het mede-deskundigen t.a.v. het onderwerp of leken. Dat maakt natuurlijk verschil. Hoeveel tijd is er voor je speech beschikbaar? Heb je 20 minuten beschikbaar en ben je na 15 minuten klaar, prima. Je hoeft niet alle beschikbare tijd te vullen. Zorg dat je een klok, stopwatch of MotivAider hebt zodat je weet wanneer je je speech moet afronden. Als je al ervaring hebt met bijvoorbeeld Speaking Circles, ga ik er vanuit dat je voldoende zelfvertrouwen hebt om je speech in het moment te laten ontstaan. Zo niet, ga terug naar tip 1. Autorijden leer je ook niet in één rijles. 🙂
Andere voorbereidingen. Het is erg prettig om vooraf te weten hoe de zaal eruit ziet. En wat zijn de mogelijkheden van geluidsinstallatie? Is er een microfoon met of zonder draad? Kun je de microfoon meenemen terwijl je voor het publiek beweegt? Zaken die je vooraf even kunt nagaan. En als dit allemaal niet mogelijk is, neem ’t zoals ’t komt.

Spreken in het openbaar – Tip 1

Volg eens ’n workshop of cursus. De eerste tip is natuurlijk een open deur. Maar hoe vanzelfsprekend is die open deur eigenlijk? Voor zoiets als autorijden zou je het niet in je hoofd halen om zonder rijles de weg op te gaan. Het is dus heel normaal om voor een nieuwe vaardigheid ’n cursus te volgen. Of, om een bestaande vaardigheid verder te verfijnen. Of, om een bestaande belemmerende overtuiging te vervangen voor een helpende overtuiging.

Wij mensen zijn soms zo veeleisend t.o.v. onszelf, dat we verlangen dat we dit zomaar moeten kunnen. En ja, het liefst meteen perfect. Herkenbaar? Er zijn workshops en cursussen in alle soorten en maten en dat is niet voor niets. Mensen zijn er ook in alle soorten en maten. Als je dus, misschien juist zonder dat je weet waarom, aangetrokken wordt door een bepaalde cursus dan is de kans groot dat het voor jou de juiste is. Veel succes! Stef