Plaatjes, Dia’s, Video’s

De vraag die me gesteld is, gaat over de verhouding tussen plaatjes, dia’s, video of filmpjes (hulpmiddel) en spreken in het openbaar. Hoe zou ik dat inzetten als ondersteunend materiaal bij ’n presentatie?
PowerpointDie vraag is lekker actueel want volgende maand geef ik een presentatie in Toulouse, waar we met Speaking Circle collega’s bij elkaar komen. Het gaat over de Logische niveau’s van Bateson en als je dat artikel leest, begrijp je dat er ’n plaatje bij die lezing moet komen.

Over Powerpoint heb ik eerder geschreven en ter aanvulling is het de moeite waard om dát artikel ook nog even te lezen. In het algemeen zou ik zeggen dat een hulpmiddel een duidelijke functie moet hebben. Voor je publiek, wel te verstaan. Als het nl. uitsluitend een hulpmiddel voor jezelf is, dan kun je beter iets anders bedenken. Een spiekbriefje of kaartje bijvoorbeeld. Jij staat in het middelpunt van de belangstelling en dat moet je je niet laten afpakken door zo’n hulpmiddel. Elk hulpmiddel brengt het risico met zich mee, dat jij er (ook) naar gaat kijken en op zo’n moment heb je geen verbinding meer met je publiek. Het is m.i. van belang om zoveel mogelijk de verbinding met je publiek te handhaven. Het klinkt misschien overdreven, maar ik heb het meermalen meegemaakt (ook recent nog), dat degene op het podium voor een groot publiek stond voor te lezen wat er op het scherm stond. Hij stond dus ook nog met z’n rug naar het publiek.

Beeldmateriaal met (veel) tekst kan ’n behoorlijk probleem zijn. Wanneer je publiek dat aan het lezen is en jij gelijktijdig aan het spreken, staat je verbinding met je publiek op ’n laag pitje. Het plaatje bij dit artikel laat zien waarmee je een presentatie stevig kunt verpesten. Daar komt bij dat lezen en luisteren niet samengaan. Op z’n best komt slechts een van de twee over en op z’n slechtst helemaal niets. Dus: Zo min mogelijk tekst. De tekst is voor jou: jij bent degene die z’n verhaal doet. Een plaatje, cartoon, foto, e.d. kan natuurlijk veelzeggend zijn. Haal ’t dan wel weer weg, zodra die functie vervuld is. Dan komen de mensen met hun aandacht ook weer terug bij jou. Wanneer je bijvoorbeeld ’n stukje video laat zien (omdat dat nu eenmaal bij jouw specifieke presentatie heel nuttig is), praat er dan in ieder geval niet doorheen. Jij stopt even en de video neemt het middelpunt van de belangstelling over. Zodra de video is afgelopen zet je die apparatuur weer uit of je zorgt er in ieder geval voor dat er geen lichtbeeld meer achter blijft.

Apparatuur, hoe geavanceerd ook, heeft de neiging om uit te vallen. Als je jouw presentatie eraan hebt opgehangen, dan heb je in zo’n geval ’n pittig probleem. Anders is het met de inmiddels misschien ouderwetse Flipover. Die heeft geen elektra nodig en alleen ’n paar stiften. Je kunt ’n tekening of schema ook al vooraf erop hebben gezet.

Mijn conclusie:
Zorg dat je zo min mogelijk (of liever géén) hulpmiddelen nodig hebt. Heb je wel ’n hulpmiddel, zorg er dan voor dat je presentatie ook door kan gaan, als het uitvalt.

Veel succes en hartelijke groet,
Stef de Beurs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *